Photoshop voor beginners: zo werkt de basis
We hadden het laatst over Lightroom, een robuust fotobewerkingsprogramma waar het vooral draait om snelheid en workflow. Photoshop gaat een stap verder in de bewerkingsmogelijkheden. Het programma biedt je volledige controle over vrijwel elk detail in je beeld. Voor veel fotografen is dit daarom de volgende stap nadat ze de basis van nabewerking onder de knie hebben. In deze gids nemen we je stap voor stap mee door de basis van Photoshop, zodat je begrijpt hoe het programma werkt en wat je ermee kan doen.
Photoshop voor beginners
Adobe Photoshop is een beeldbewerkingsprogramma waarmee je tot in de details je foto's kan aanpassen. Je kan er veel mee wat je in Lightroom doet, maar daarnaast ook objecten verwijderen, huid retoucheren, kleuren nauwkeurig aanpassen en meerdere beelden combineren tot één geheel. Lightroom is echter sterker in workflow en het bewerken van grote aantallen foto’s.
Het grootste verschil tussen Lightroom en Photoshop is dat je in Photoshop met lagen werkt. Waar je in Lightroom direct op de foto werkt, bouw je in Photoshop je bewerking op in losse onderdelen. Dit betekent dat je elke bewerking apart kan aanpassen, aan of uit kan zetten en zelfs volledig kan verwijderen. En dit is ook waarom Photoshop voor beginners vaak gecompliceerd is.
Interface en lagen
Doordat je zo enorm veel kan doen met Photoshop kan de interface in het begin wat overweldigend aanvoelen. Wanneer je het programma opent zie je meteen verschillende panelen. Links vind je de Toolbar met al het gereedschap dat je gaat gebruiken. Aan de rechterkant staat het lagenoverzicht, waar je alle bewerkingen terugvindt. Daarnaast is er het Properties-paneel, dat meestal ook rechts staat. Dit paneel is contextafhankelijk: het toont de instellingen van wat je hebt geselecteerd, bijvoorbeeld een laag of een aanpassing. Zie je niets, dan heb je waarschijnlijk niets geselecteerd. Je zet het paneel aan via Window (Venster) → Properties.
Photoshop is een uitgebreid programma, maar het is belangrijk dat je je daardoor niet laat overweldigen. In het begin gebruik je maar een klein deel van alle mogelijkheden. Naarmate je vaker met het programma werkt, wordt het vanzelf logischer.
Lagen vormen de basis van Photoshop. Je kan het zien als een stapel papieren waarbij elke laag een aparte bewerking is. Doordat je met lagen werkt, kan je onderdelen van je beeld aanpassen zonder dat je de originele foto verandert.
Het is daarbij belangrijk dat je non-destructief werkt. Dit betekent dat je bewerkingen niet direct op je originele foto toepast. Photoshop-bewerkingen kunnen ingrijpend zijn en als je een fout maakt zonder dat je kan teruggaan, moet je opnieuw beginnen.
Daarom is het verstandig om vaak eerst je achtergrondlaag te dupliceren en daarnaast met aanpassingslagen te werken. Op die manier behoud je controle en flexibiliteit in je workflow.
Selecties en basisbewerkingen
Voordat je iets kan aanpassen, moet je vaak eerst een selectie maken. Photoshop biedt hier verschillende tools voor, afhankelijk van hoe precies je wilt werken. Soms is een simpele rechthoek of cirkel voldoende, terwijl je in andere gevallen handmatig moet selecteren of gebruik kan maken van automatische selectietools zoals Select Subject.
Een goede selectie maakt een groot verschil in je eindresultaat. Hoe nauwkeuriger je selectie, hoe natuurlijker je bewerking eruit zal zien.
Stel bijvoorbeeld dat je een portretfoto bewerkt. Je selecteert eerst je onderwerp, zodat je daarna alleen het gezicht kan retoucheren of lichter kan maken zonder dat de achtergrond mee verandert. Op die manier werk je veel gerichter en blijft je foto natuurlijk ogen.
Ook in Photoshop begin je vaak met de basis. Denk aan het verbeteren van je compositie door te croppen of het aanpassen van de belichting en het contrast.
Voor lichtgebruik werk je vaak met Levels of Curves. Levels is wat eenvoudiger en geschikt voor snelle correcties, terwijl Curves je meer controle geeft over specifieke delen van het licht in je foto. Voor kleur kan je bijvoorbeeld Color Balance gebruiken om je beeld natuurlijker te laten ogen.
Retoucheren en maskers
Hier komt de kracht van Photoshop echt naar voren. Met retoucheertools kan je kleine storende elementen verwijderen of grotere aanpassingen doen.
Let er wel op dat je niet alles volledig weg probeert te werken. Kleine oneffenheden horen vaak bij een foto en zorgen ervoor dat een beeld realistisch blijft. Te ver gaan in retoucheren maakt een foto al snel onnatuurlijk.
Voor kleine oneffenheden gebruik je bijvoorbeeld de Spot Healing Brush, terwijl de Clone Stamp handig is als je zelf delen van een beeld wilt kopiëren. Met Content-Aware Fill kan Photoshop zelfs automatisch delen van een beeld invullen nadat je iets hebt verwijderd.
Maskers geven je controle over waar een bewerking wel of niet zichtbaar is. In plaats van iets definitief te verwijderen, kan je met een masker delen van een laag verbergen of juist zichtbaar maken.
Je kan dit zien als schilderen met zwart en wit: wit maakt een bewerking zichtbaar, zwart verbergt deze. Hierdoor kan je heel precies werken zonder iets permanent aan te passen.
In de praktijk gebruik je dit bijvoorbeeld om alleen de lucht aan te passen zonder dat je onderwerp verandert, of om een gezicht iets lichter te maken zonder dat de rest van de foto beïnvloed wordt.
Exporteren en veelgemaakte fouten
Wanneer je klaar bent met bewerken, is het belangrijk om je bestand op de juiste manier te exporteren. Voor webgebruik kies je meestal voor JPEG of PNG in de sRGB-kleurruimte, zodat je bestand niet te groot wordt en snel laadt. Voor print is een hogere kwaliteit nodig, met een hogere resolutie en het juiste kleurprofiel, zodat alle details behouden blijven.
Veel beginners maken dezelfde fouten. Zo wordt er vaak direct op de originele laag gewerkt, waardoor je minder controle hebt. Ook wordt er niet altijd gebruik gemaakt van maskers, terwijl die juist flexibiliteit geven. Daarnaast wordt er soms te zwaar geretoucheerd, waardoor een beeld onnatuurlijk wordt.
Aan het werk
Aan het begin kan Photoshop overweldigend zijn voor beginners, maar dat is normaal. Door te focussen op de basis en stap voor stap te werken, krijg je steeds meer controle over het programma. Hoe vaker je ermee werkt, hoe logischer alles wordt.
De kracht van Photoshop zit in controle. Neem de tijd om het te leren, en je zal merken dat je vrijwel alles kan maken wat je in gedachten hebt.
