Creatief met lensflare

Amy Schutte 162
Lensflare kan je foto verpesten, door alle contrast eruit te halen. Maar in sommige gevallen kan het een zacht, dromerig effect aan je foto meegeven.

De ene fotograaf houdt van lensflare, de ander vindt het verschrikkelijk. Soms ontkom je er niet aan, soms wil je er misschien speciaal naar op zoek. Hoe dan ook, het is een goed idee om een lensflare gecontroleerd toe te passen. Je wil niet dat gezichten op het onderwerp zelf volledig uitgewassen op de foto staat, toch? Met deze tips houd je lensflare onder de duim.

Eerst: wat is een lensflare

Soms zie je in een foto zonnestralen of een soort gloed. Vaak beslaan ze een groot deel van het beeld, in een hoek door de compositie heen. In veel gevallen zijn er ook bollen te zien. Af en toe komen er zelfs wat kleuren tevoorschijn, een beetje als een regenboog.

Wanneer zie je een lensflare in je foto

Lensflares ontstaan wanneer een sterke lichtbron, meestal de zon, in een bepaalde hoek op je lens valt. De lichtbron (dat kan elke sterke lichtbron zijn, bijvoorbeeld ook een  lantaarnpaal) bevindt zich aan de voorkant van je camera. De lichtbron hoeft niet perse in de compositie opgenomen te zijn, maar wanneer het licht de voorkant van je objectief bereikt - en dus niet geblokkeerd wordt door een obstakel - kan het al een flare veroorzaken.  

Scherm de zon af

De eerste manier om lensflare te controleren, is ervoor te zorgen dat er iets tussen jou (je camera) en de zon staat. Een boom of meerdere bomen, blad of het onderwerp. Je zult hiervoor wellicht je standpunt iets aan moeten passen. Door het onderwerp voor de zon te plaatsen krijg je een mooi rimlicht, door de bomen gefotografeerd krijg je een mooie, zachte lensflare.

Scherm jezelf af

In plaats van iets tussen jezelf en de zon te plaatsen, kun je ook jezelf in de schaduw positioneren. Of in elk geval de voorkant van je camera. Als de voorste lens zich in de schaduw bevindt tijdens het fotograferen, zul je geen lensflare ervaren. Je kunt in de schaduw van een boom of een gebouw gaan staan. Je onderwerp kan zich nog steeds in de zon bevinden, maar het is nu onmogelijk voor zonnestralen om direct op je lens te vallen.

Verander de hoek van je camera

Er is niet altijd schaduw, maar je kunt het ook anders oplossen. Door de hoek van je camera (of specifieker je voorste lens) iets aan te passen, kijk je eigenlijk ‘tussen de zonnestralen door’. De zonnestralen reizen immers in een rechte lijn vanaf de zon naar jouw camera. Als je dan bijvoorbeeld hoger gaat staan, en je camera meer naar beneden richt, raken de zonnestralen de lens niet meer direct. Hetzelfde als je lager gaat staan en de camera iets omhoog richt. Je gaat als het ware door de zonnestralen heen.

Gebruik een zonnekap of je hand tegen lensflare

Deze oplossing is enorm eenvoudig, maar erg effectief. Zet een zonnekap op je objectief! Deze zijn speciaal ontwikkeld om zonnestralen tegen te houden, en lensflare te voorkomen of te verminderen. Heb je geen zonnekap, of heb je deze niet bij je? Houdt dan je hand boven de lens, zoals je dat ook wel eens boven je ogen doet als je de zon in kijkt. Zo kan je de lensflare heel gemakkelijk verminderen.

 

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy