Alles wat je moet weten over de belichtingsdriehoek

Alles wat je moet weten over de belichtingsdriehoek

Nathalie Schram 238
De stap van automatisch naar manueel fotograferen kost veel oefening, toch kun je je er op voorbereiden met wat theorie. Bij manueel fotograferen maak je constant gebruik van de zogenaamde “belichtingsdriehoek”. Hiermee worden de drie instellingen bedoeld die je gebruikt bij manueel fotograferen: ISO, diafragma en sluitertijd. Maar wat hebben deze functies precies voor effect op je beeld en hoe ga je er mee om? Wij leggen het uit.

Allereerst is het belangrijk om te begrijpen hoe de functies samenwerken, zowel ISO, diafragma al de sluitertijd hebben invloed op de belichting van je beeld, maar ieder doet dit op een andere manier. Wat ze specifiek doen wordt later in dit artikel uitgelegd, maar eerst moet je weten hoe ze tot elkaar in verhouding staan. Wanneer je een foto op de automatische stand maakt kun je bij het terugkijken op de camera zien met welke instellingen ze gemaakt zijn, de camera heeft voor je bepaald welke instellingen voor de beste belichting in het beeld zorgen.

Bij een slecht belicht onderwerp zul je zien dat er voor een laag diafragma getal is gekozen, een lange sluitertijd en een hoge ISO waarde, deze instellingen zorgen ervoor dat het beeld zo licht mogelijk wordt. Bij een onderwerp in de felle zon zal dit omgekeerd zijn. De camera doet voor het maken van het beeld een lichtmeting en baseert daarop zijn keuzes. De camera kiest hierbij voor jou welke instelling het makkelijkst aangepast kan worden met de minste invloed op het beeld. Je kunt zelf oefenen door een beeld te maken op automatische stand en vervolgens de instellingen die de camera heeft gebruikt aan te passen in de manuele stand. Daarbij kun je sluitertijd, diafragma en ISO als de drie zijden van de driehoek zien, wanneer je één aanpast moet een ander in tegenovergestelde richting worden aangepast. Wanneer je een kortere sluitertijd instelt moet je dit compenseren door een hogere ISO waarde of een groter diafragma te kiezen. De stappen op de camera per functie zijn gelijk, dus twee stappen in de ISO-waarde zijn gelijk qua belichting aan twee stappen in de diafragma waarde. Door de stappen die je hebt gezet bij te houden kun je makkelijk spelen met je belichting.

Sluitertijd

De sensor vangt het licht op dat door de lens komt. De sluitertijd bepaald hoe lang dit licht er doorheen valt, een langere sluitertijd betekent dat er langer (en dus meer) licht op de sensor valt en dit zorgt voor een lichter beeld. Een lange sluitertijd kan er wel voor zorgen dat je beeld bewogen is, daarom is het belangrijk om vanaf een statief te fotograferen. Vanaf een statief kun je met een lange sluitertijd dingen vastleggen die met het blote oog niet te zien zijn zoals een spoor van het achterlicht van een auto in het donker. Met een korte sluitertijd is het juist mogelijk om een beeld te bevriezen, zo kun je bijvoorbeeld een sporter in beeld stilstaand vastleggen in zijn beweging, ondanks dat hij aan je voorbij is geraasd in het echt.

Diafragma

Om te snappen hoe je diafragma werkt is het allereerst belangrijk om te weten dat een klein diafragmagetal (zoals f/1.8) juist een groot diafragma betekent en een hoog diafragma (zoals f/16) juist een kleine diafragma opening betekent. Bij een laag diafragmagetal laat de lens door een groter gat licht door. Dit zorgt niet alleen voor meer licht op je sensor, maar ook voor een kleinere scherptediepte. Waar een hoog diafragmagetal ervoor zorgt dat het grootste deel van je beeld scherp is zorgt een laag diafragmagetal ervoor dat slechts een klein deel scherp is. Bij een portret is het bijvoorbeeld mooi om met een laag diafragmagetal te fotograferen en alleen de ogen scherp te maken.

ISO

Waar sluitertijd en diafragma daadwerkelijk invloed hebben op de hoeveelheid licht die op de sensor valt is dit bij de ISO-waarde niet het geval. ISO wordt in de camera zelf gedaan en maakt de sensor als het ware lichtgevoeliger. De camera berekent voor iedere pixel hoe deze eruit moet zien bij meer licht waardoor de foto kunstmatig lichter wordt gemaakt. Echter kunnen hier foutjes bij optreden en dit zie je in de foto terug als ruis. Hoe hoger de ISO-waarde hoe meer ruis er in beeld te zien zal zijn, daarom is het belangrijk om in een erg donkere omgeving niet alleen je ISO-waarde omhoog te zetten, maar ook je diafragma groter te maken en te kiezen voor een langere sluitertijd.

Spelen met je instellingen

Om om te leren gaan met deze waardes is het belangrijk veel te oefenen en te proberen, maak bijvoorbeeld 3 verschillende foto’s op dezelfde plek waarbij je in ieder beeld één instelling aanpast en ziet wat er gebeurd. Langzamerhand kun je zo leren hoe je een beeld naar je smaak kan maken. Wanneer je de achtergrond te onscherp vindt kun je een hoger diafragmagetal kiezen en bijvoorbeeld je ISO-waarde hoger te zetten of een langere sluitertijd te kiezen. Blijf vooral proberen totdat je de belichtingsdriehoek onder de knie hebt.

Meer lezen over beginnerstips? Lees ook:

afbeelding van Nathalie Schram

Nathalie Schram | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Nathalie