De eerste foto's waren niet in kleur
Toen de fotografie in 1839 officieel werd geïntroduceerd, konden de bekendste vroege fotografische processen nog geen natuurlijke kleuren vastleggen. Foto's werden gemaakt in verschillende tinten, meestal grijs, bruin of een andere monochrome kleur. Dat betekende natuurlijk dat de wereld er op die foto's niet precies zo uitzag als de fotograaf hem had gezien.
Vooral bij portretten vond men het jammer dat de kleuren van kleding, sieraden, haar en huid niet zichtbaar waren. Schilders daarentegen konden natuurlijk wel kleur vastleggen, maar een fotografisch portret bood weer andere voordelen. Het combineren van een foto met handmatige inkleuring bleek een interessante oplossing.
Al in de jaren 1840 begonnen fotografen en kunstenaars, soms in samenwerking, met het inkleuren van foto's. Vooral bij portretten werd dit populair, maar later werd het ook toegepast op landschappen, stadsgezichten en andere onderwerpen. Het inkleuren van foto's werd uiteindelijk een eigen specialiteit binnen de fotografie.

Hoe kleurden fotografen hun foto's eigenlijk in?
Het inkleuren van een foto gebeurde met de hand, nadat het beeld was gemaakt en verwerkt. Hiervoor werden verschillende materialen gebruikt, afhankelijk van de fotografische techniek en het oppervlak waarop de afbeelding stond. Zo konden fijne kleurpigmenten, waterverf, transparante kleurstoffen en later ook olieverf worden gebruikt.
Het was natuurlijk belangrijk dat de kleur niet alle fotografische details bedekte, maar dat je de foto er nog goed doorheen kon zien. Daarom werden kleuren vaak heel subtiel en in dunne lagen aangebracht. Denk aan een beetje roze op de wangen, gekleurde lippen of een goudkleurig accent op een sieraad. Bij fotografische afdrukken op papier konden grotere delen worden ingekleurd, zoals kleding, achtergronden of complete landschappen.
Bij zowel grotere als kleinere foto's werd vaak met een klein penseel en een vaste hand gewerkt. Het proces vereiste veel geduld, vooral bij kleine portretten en ingewikkelde details. Lang niet elke fotograaf deed dit zelf. Sommige fotostudio's werkten nauw samen met kunstenaars die zich specialiseerden in het inkleuren van foto's. Het resultaat kon sterk verschillen, van nauwelijks zichtbare accenten tot een foto die bijna op een schilderij leek.
Waarom wilden mensen eigenlijk gekleurde foto's?
Een van de belangrijkste redenen was dat mensen wilden dat hun portret zo veel mogelijk leek op hoe ze er in werkelijkheid uitzagen. Met kleuren konden bepaalde kenmerken duidelijker worden weergegeven, zoals de kleur van kleding, ogen of haar. Ook konden fotografen met kleur bepaalde onderdelen van een beeld extra benadrukken.
Een klein kleuraccent kon, en kan nog steeds, een monochroom portret een heel andere uitstraling geven. Gekleurde portretten konden bovendien aantrekkelijker en luxueuzer worden gevonden. Het handmatig inkleuren van een foto was echter vaak arbeidsintensief en kon daardoor als extra dienst worden aangeboden. Sommige klanten kozen voor slechts een paar subtiele accenten, terwijl anderen het volledige beeld ingekleurd wilden hebben.
De kleuren waren trouwens lang niet altijd een exacte weergave van de werkelijkheid. Wanneer de persoon die de foto inkleurde niet wist welke kleur een kledingstuk of ander voorwerp had, moest diegene natuurlijk een inschatting maken. Een ingekleurde historische foto laat dus niet automatisch zien welke kleuren de gefotografeerde scène werkelijk had.
Van subtiele portretten tot kleurrijke landschappen
Het handmatig inkleuren bleef niet beperkt tot eenvoudige studioportretten. Naarmate fotografie zich verspreidde, werden ook foto's van steden, landschappen en dagelijkse taferelen ingekleurd. Een bijzonder voorbeeld hiervan vinden we in Japan, waar handgekleurde fotografie in de tweede helft van de negentiende eeuw uitgroeide tot een belangrijke commerciële praktijk. Vooral in Yokohama ontstonden fotostudio's die ingekleurde foto's verkochten, voornamelijk aan buitenlandse bezoekers.
Fotografen werkten hierbij samen met kunstenaars die ervaring hadden met traditionele Japanse schildertechnieken. Foto's van Japanse landschappen, tempels, straten en mensen werden door hen zorgvuldig van kleur voorzien.
Een bekende fotograaf die met dit soort beelden wordt geassocieerd, is Felice Beato. De ingekleurde foto's werden destijds regelmatig verzameld in albums en als souvenirs verkocht. Ze waren niet alleen bedoeld als herinneringen, maar beïnvloedden ook hoe buitenlanders die nog nooit in Japan waren geweest, zich een beeld van het land vormden.
Sommige beelden werden bovendien speciaal in scène gezet, waardoor ze niet altijd een spontane weergave van het dagelijks leven waren. De combinatie van fotografie en schilderkunst leverde een bijzondere uitstraling op die we tegenwoordig nog steeds herkennen.

Maar wanneer kwam de echte kleurenfoto?
Terwijl fotografen hun foto's met de hand inkleurden, werd er ook volop geëxperimenteerd met technieken om kleuren rechtstreeks fotografisch vast te leggen. Al in de negentiende eeuw vonden belangrijke experimenten met kleurenfotografie plaats. Zo demonstreerde James Clerk Maxwell in 1861 een methode waarbij drie opnamen met verschillende kleurfilters werden gecombineerd. Deze opnamen waren gemaakt door fotograaf Thomas Sutton. Dit was een belangrijke stap in de ontwikkeling van kleurenfotografie, maar nog steeds geen praktische oplossing voor het grote publiek.
Een belangrijke doorbraak kwam in 1907, toen de gebroeders Lumière het Autochrome-proces op de markt brachten, een van de eerste commercieel succesvolle kleurenfotografische processen. Hiermee konden fotografen kleuren vastleggen zonder ze achteraf zelf te schilderen. Toch was ook dit proces relatief ingewikkeld en waren er beperkingen, onder andere bij het fotograferen met weinig licht.
In de jaren dertig van de vorige eeuw verschenen modernere kleurenfilms, waaronder Kodachrome en Agfacolor Neu. Kleurenfotografie werd vervolgens geleidelijk toegankelijker en populairder. De overgang verliep echter niet van de ene op de andere dag. Zwart-witfotografie en handmatig inkleuren bleven daarnaast nog lange tijd bestaan.
Waarom bleven fotografen foto's inkleuren?
Je zou natuurlijk verwachten dat het handmatig inkleuren direct zou verdwijnen zodra kleurenfotografie toegankelijk werd, maar dat gebeurde niet. Vroege kleurenfotografie was namelijk niet altijd even praktisch of betaalbaar. Bovendien waren veel fotostudio's volledig ingericht op zwart-witfotografie, waarbij handmatige inkleuring een vertrouwde techniek was.
Daarom bleef het inkleuren van foto's een bruikbare manier om gekleurde beelden te maken. Ook konden kunstenaars met handmatige inkleuring veel meer controle uitoefenen over het uiteindelijke beeld en de kleuren. Zo konden kleuren worden versterkt of veranderd, of konden bepaalde onderdelen juist ongekleurd blijven.
Zelfs toen kleurenfotografie algemeen beschikbaar werd, bleven sommige fotografen bewust werken met handmatig ingekleurde beelden. Het was dus niet langer alleen een oplossing voor een technisch probleem, maar ook een creatieve keuze.
Handmatig inkleuren in de moderne fotografie en muziekvideo's
Ook in de tweede helft van de twintigste eeuw, toen kleurenfotografie steeds gebruikelijker werd, bleven fotografen en kunstenaars bewust kiezen voor het handmatig inkleuren van zwart-witbeelden. Een goed voorbeeld hiervan is de Spaanse fotografe Ouka Leele, die bekend werd in de jaren tachtig en nauw verbonden was met de culturele beweging La Movida Madrileña.
Zij maakte geënsceneerde zwart-witfoto's die ze vervolgens zelf met waterverf inkleurde. Daarbij gebruikte ze vaak felle en onnatuurlijke kleuren. Haar bekende serie Peluquería uit 1979 is hier een goed voorbeeld van. Hierin combineerde ze bijzondere portretten met opvallende kleuren.
Ook de Tsjechische fotograaf Jan Saudek maakte gebruik van handmatig ingekleurde zwart-witfoto's. Zijn vaak theatrale portretten kregen door de toegevoegde kleuren een bijna schilderachtige uitstraling.
Een ander verrassend voorbeeld vinden we in de videoclip Heart-Shaped Box van Nirvana uit 1993. Deze clip werd geregisseerd door de Nederlandse fotograaf en regisseur Anton Corbijn. Kurt Cobain, de voorman van de band, wilde oorspronkelijk een videoclip met de karakteristieke uitstraling van Technicolor, maar dat bleek praktisch niet haalbaar.
Corbijn en zijn team bedachten daarom een andere oplossing. De videoclip werd opgenomen in kleur en daarna omgezet naar zwart-wit. Vervolgens werd ieder afzonderlijk filmbeeld met de hand ingekleurd. Dit arbeidsintensieve proces duurde weken, maar leverde de opvallend felle, bijna onnatuurlijke kleuren op die de videoclip zo herkenbaar maken.
Het bijzondere aan al deze voorbeelden is natuurlijk dat de techniek niet werd gebruikt omdat kleurenfotografie nog niet bestond, maar vanwege de specifieke visuele uitstraling die de makers wilden creëren. Ook tegenwoordig kun je met kleur experimenteren, bijvoorbeeld door bij portretfotografie bewust met gekleurd licht te werken.
Handmatig inkleuren van foto's was ooit een manier om een beperking binnen de fotografie te omzeilen. Fotografen en kunstenaars konden hiermee beelden maken die dichter bij de werkelijkheid leken te komen, of juist een geheel eigen uitstraling creëren.
Ook toen kleurenfotografie algemeen beschikbaar werd, bleef de techniek bestaan als een bewuste artistieke keuze. Van historische portretten tot de videoclip van Nirvana: het handmatig toevoegen van kleur laat zien hoe fotografie en schilderkunst op verschillende manieren met elkaar gecombineerd kunnen worden.