Hoe werkt portretfotografie met een beamer?
Zoals je wellicht al doorhad, gebruik je hierbij de projector als lichtbron én als manier om beelden op je model te laten verschijnen. In plaats van de projector te gebruiken om een afbeelding op een scherm of muur te projecteren, richt je deze juist op een persoon.
Het beeld dat je projecteert, volgt de vormen van het gezicht, de kleding en het lichaam. Hierdoor kunnen lijnen vervormen, kleuren over verschillende delen van het gezicht vallen en afbeeldingen een compleet andere uitstraling krijgen.
Wel geeft een projector doorgaans minder licht dan een gewone lamp en is het licht meestal niet overal even sterk. Donkere delen van de projectie geven minder licht en kunnen soms bijna helemaal verdwijnen. Een achtergrond kan ook bewust onderdeel worden van je compositie, doordat de projectie niet alleen op je model, maar ook op de achtergrond zichtbaar is.
Zoals gezegd hoef je hier niet meteen een dure projector voor aan te schaffen. Een projector met een hogere lichtopbrengst kan het fotograferen wel makkelijker maken. Wellicht kun je er eentje lenen van school, je oom of een buurvrouw. Je kunt ze in principe ook huren, maar ze hoeven niet duur te zijn.
Welke beelden kun je allemaal projecteren?
Het leuke aan deze techniek is dat je vrijwel elk digitaal beeld als uitgangspunt kunt gebruiken. Zo kun je geometrische patronen projecteren. Deze kunnen de contouren van het gezicht benadrukken of juist onderbreken. Maar ook tekst en letters die de rondingen van het gezicht volgen, kunnen interessant zijn.
Hetzelfde geldt voor kleuren en kleurverlopen, waarbij je bijvoorbeeld twee contrasterende kleuren over het gezicht laat vallen.
Ook andere foto's kun je op iemand projecteren. Denk bijvoorbeeld aan een landschap, bladeren, wolken, architectuur of een compleet ander portret dat je eroverheen legt. Ook abstractere beelden kunnen goed werken. Patronen met verschillende helderheden en vormen kunnen interessante resultaten opleveren zonder dat de kijker direct herkent wat er wordt geprojecteerd.
Niet elke afbeelding werkt echter even goed. Een drukke foto met veel kleine details kan op een gezicht erg onduidelijk worden. Grote vormen en duidelijke contrasten zijn vaak gemakkelijker te herkennen. Probeer dezelfde projectie op verschillende manieren te gebruiken, bijvoorbeeld alleen op het gezicht of juist over het hele bovenlichaam.

Wat heb je nodig om te beginnen?
Het belangrijkste is natuurlijk dat je een beamer of projector kunt gebruiken. Dit kan dus ook een goedkoop en eenvoudig model zijn. Daarnaast heb je een camera nodig, waarbij je telefoon al voldoende kan zijn, een donkere ruimte en iemand die voor je wil poseren.
Ook is een statief of een goede, stevige ondergrond handig, omdat je waarschijnlijk relatief lange sluitertijden nodig gaat hebben.
Je kunt afbeeldingen gebruiken die je zelf hebt gemaakt, maar ook patronen die je hebt ontworpen in een tekenprogramma of foto's en andere afbeeldingen die je hebt gevonden.
Houd wel rekening met de afstand tussen de projector en je model. Niet elke projector kan op korte afstand een goed scherp beeld weergeven.
Controleer daarom vooraf de minimale projectieafstand en hoe groot het geprojecteerde beeld op die afstand wordt. Ook kan het helpen om je model lichte en effen kleding te laten dragen. Hierop zie je de projectie vaak duidelijker dan op donkere kleding.
Zorg er ook voor dat je model niet rechtstreeks in het felle licht van de projector kijkt.
Hoe fotografeer je een portret met geprojecteerd licht?
Begin met een eenvoudige afbeelding, bijvoorbeeld een patroon van brede witte strepen op een donkere achtergrond. Plaats je model voor de projector en controleer waar het licht terechtkomt. Pas de positie van je model en/of de projector aan totdat de projectie op de gewenste plek valt.
Voordat je begint, schakel je alle andere lichtbronnen zo veel mogelijk uit. Hiermee voorkom je dat het geprojecteerde beeld minder duidelijk wordt.
Omdat een projector relatief weinig licht geeft, kan het nodig zijn om je diafragma verder open te zetten of een hogere ISO-waarde te gebruiken. Dit is vaak beter dan je sluitertijd onnodig lang te maken, vooral wanneer je model af en toe beweegt.
Ook moet je er rekening mee houden dat sommige projectoren bij bepaalde sluitertijden voor strepen, kleurverschillen of een ongelijke belichting kunnen zorgen. Controleer daarom je foto's en probeer indien nodig een andere sluitertijd.
Stel scherp op het gezicht van je model en niet op de geprojecteerde afbeelding. Controleer ook of je projector scherp is ingesteld op de plek waar je model staat.
Bij een sterk gebogen gezicht zullen niet alle delen van de projectie even scherp zijn. Maak daarom eerst een aantal testbeelden om te kijken of alles is zoals je het wilt hebben.
Speel met de plaatsing van je model en projector
De positie van de projector bepaalt niet alleen waar het geprojecteerde beeld terechtkomt, maar ook hoe schaduwen en vervormingen ontstaan. Wanneer de projector recht voor je model staat, worden patronen relatief gelijkmatig over de voorkant van het gezicht verdeeld.
Door de projector juist schuin van opzij te richten, ontstaan er sterkere schaduwen en worden bepaalde delen van het gezicht niet meer belicht. Laat ook je model het hoofd draaien en kijk hoe je projectie verandert. Zo kan een eenvoudige cirkel bijvoorbeeld vervormen wanneer deze op de zijkant van een gezicht terechtkomt.
Experimenteer ook met de afstand tussen je model en de achtergrond. Wanneer de achtergrond namelijk ook binnen het projectiegebied valt, kunnen delen van het beeld achter je model zichtbaar worden.
Dan kun je dus een foto maken waarbij het patroon op de achtergrond doorloopt, maar door het silhouet van je model wordt onderbroken.
Ook een close-up in plaats van een volledig portret kan interessant werken. Kleine details in het gezicht van je model kunnen een abstract patroon een compleet andere uitstraling geven.

Maak het experiment nog creatiever
Wanneer je de basis onder de knie hebt, kun je ook verschillende technieken gaan combineren. Gebruik bijvoorbeeld een projectie met bewegende beelden. Denk aan langzaam voorbijtrekkende wolken of bewegende geometrische vormen.
Fotografeer hierbij op verschillende momenten en ontdek hoe je projectie verandert. Doe je dit met een langere sluitertijd, dan kun je de beweging in de projectie vastleggen, al kunnen daardoor ook details vervagen.
Mocht het nodig zijn, dan kun je ook het licht van de projector combineren met een zwakkere lichtbron om een deel van het gezicht goed zichtbaar te houden. Zo kun je bijvoorbeeld een zwart-witprojectie gebruiken en vervolgens een gekleurde lichtbron toevoegen.
De mogelijkheden zijn eigenlijk eindeloos.
Waar moet je op letten?
Doordat een projector niet ontworpen is als fotografische lichtbron, kun je tegen een aantal beperkingen aanlopen. Zo is de lichtopbrengst vaak relatief laag, waardoor fotograferen in een lichte ruimte lastig wordt. Ook kunnen kleuren op de foto anders verschijnen dan op je computerscherm.
Donkere kleding en achtergronden reflecteren minder licht, waardoor projecties daarop minder goed zichtbaar zijn.
Houd ook rekening met de warmteontwikkeling en ventilatie van de projector. Dek de ventilatieopeningen niet af.
Voorkom voor de veiligheid van je model dat diegene rechtstreeks in de lichtbundel kijkt. Gebruik bij voorkeur zelfgemaakte afbeeldingen of materiaal waarvoor je toestemming hebt, zeker wanneer je het portret ergens wilt publiceren, zoals op Instagram.
Zelf experimenteren met een beamer
Het gebruik van een projector voor je portretten laat zien dat je met een andere lichtbron ook op een heel andere manier naar portretten kunt kijken. Zo kun je experimenteren met kleur, vorm en afbeeldingen die normaal gesproken helemaal geen onderdeel zijn van het gezicht.
Begin met eenvoudige patronen en ontdek hoe je door kleine veranderingen in de projectie, positie of houding telkens een compleet ander beeld creëert. Zo wordt een gewone beamer ineens een verrassend hulpmiddel voor creatieve portretfotografie.