Fotograferen met weinig licht, ook met je kitlens

Amy Schutte 170
De meeste camera’s worden geleverd met een kitlens. Vaak is dit een zoomlens met een brandpuntsafstand van rond de 18-55mm. Een prima lens om mee te beginnen, maar ze zijn alleen niet heel erg lichtsterk. We geven je tips om binnen (en dus met minder licht) goede foto’s te maken.

Dat de kitlenzen niet lichtsterk zijn, kun je zien aan het f/getal. In het geval van mijn Canon kitlens (18-55) is dat bijvoorbeeld f/3.5-5.6. Dat betekent dat deze uitgezoomd (18mm) een maximale diafragmaopening van f/3.5 heeft, en ingezoomd (55mm) f/5.6. Als je weet dat veel lenzen met een vaste brandpuntsafstand bijvoorbeeld f/1.8 hebben, dan snap je misschien ook dat die veel beter presteren onder slechte lichtomstandigheden dan onze zoomlenzen.

Binnenshuis niet te doen met je kitlens?

En binnen in huis hebben we al snel te maken met ‘slechte lichtomstandigheden’. Voor een kitlens tenminste. Zeker wanneer je bewegende onderwerpen wilt fotograferen, zoals kinderen of huisdieren, wordt dat lastig. Is het dan onmogelijk? Zeker niet. Hierbij wat tips.

  • Test je minimale sluitertijd. Er zijn een aantal ‘regels’ om je minimale sluitertijd te bepalen. Maar wie weet heb jij wel een hele vaste hand, of zit jouw huisdier of kind toevallig heel goed stil. Probeer uit tot waar jij kunt gaan. Je kunt je foto’s het beste beoordelen door ze op de computer te zetten. Daar zie je sneller of je foto onscherp is dan op het kleine LCD schermpje.
  • Zet je diafragma zo ver mogelijk open. Bij eerder genoemde lenzen die een maximale diafragmaopening hebben van 2.8 betekent dat daar er maar een heel klein scherptediepteveld is. Maar bij een kitlens is dat prima. Wellicht heb je weleens gehoord dat lenzen over het algemeen het beste presteren met een diafragma opening die niet helemaal open is, en niet helemaal dicht. Ergens in het midden, zeg maar. Maar het belangrijkste is dat je voldoende licht hebt, dus gooi ‘m bij weinig licht maar open!
  • Verhoog je ISO. Bij hele hoge ISO’s krijg je ruis in je foto. Maar over het algemeen kun je best wat stapjes omhoog maken, voordat dit zichtbaar is. Als je zeker wil weten vanaf welke ISO jouw camera ruis vertoont, kun je wat testfoto’s maken. Let goed op de vlakke delen, zoals witte en zwarte vlakken en gezichten. Het allerbeste kun je de ruis beoordelen in een afdruk. Je kunt ruis voor een gedeelte ook reduceren in Photoshop of Lightroom.
  • Doe de lampen aan. Door de hele ruimte lichter te maken, kan je camera ook beter uit de voeten. Let op je witbalans. Buitenlicht heeft namelijk een andere ‘kleur’ dan kunstlicht. Zet je camera op automatische witbalans en/of fotografeer in RAW, zodat je de witbalans nog makkelijk achteraf kunt aanpassen.
  • Flitsen. De ingebouwde flitser is over het algemeen niet zo geschikt. Het licht is te hard, waardoor je lelijke, harde schaduwen krijgt. Bovendien is het niet zo sterk, dus voor grote ruimten heeft het ook geen zin. Externe flitsers kun je laten ‘bouncen’, tegen een wit plafond of muur. Dat effect is vaak veel mooier. Voor als je een flitser hebt, of er één kunt lenen.

Maak je vaak binnen foto’s, en loop je tegen de beperkingen van je maximale diafragmaopening aan? Dan zou je, naast je kitlens, eens kunnen kijken naar een 50mm lens. Deze nifty fifty’s hebben vaak grote maximale openingen (1.8 bijvoorbeeld) en zijn vaak helemaal niet zo duur. Bovendien is 50mm een fijne brandpuntsafstand voor een portret van je kind of dier. Mogen ze nog lekker bewegen ook!

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy