Even opfrissen

Even opfrissen: de belichtingsdriehoek

Christel de Wolff 1092
Wat is diafragma, sluitertijd en ISO precies en welke instelling kun je het beste kiezen voor bepaalde onderwerpen? We zetten de basisbegrippen op een rij.

Belichtingsdriehoek: Sluitertijd

Met de sluitertijd wordt de tijd bedoeld hoe lang de sluiter  van je camera openstaat. Met andere woorden, hoeveel tijd je toelaat dat er licht op je sensor valt. Pakt je foto te donker uit? Kies dan een langere sluitertijd. Dit kan echter niet altijd, want de sluitertijd is ook bepalend voor de beweging in je foto. Wil je de actie in je foto 'bevriezen', kies dan een zo kort mogelijke sluitertijd. Wil je bewegingsonscherpte van bijvoorbeeld water of auto's in je foto? Dan kies je een lange sluitertijd. Om bewegen van je camera te voorkomen als je uit de hand schiet, kun je vanaf een sluitertijd langer dan 1/60 beter een statief gebruiken. 


Belichtingsdriehoek: Diafragma

Met het diafragma wordt de opening van je objectief bedoeld. Het bepaalt niet alleen hoeveel licht er op de sensor van je camera kan vallen, maar ook de hoeveelheid scherptediepte in een foto. Een foto waarin het onderwerp scherp is en de achtergrond wazig heeft een kleine scherptediepte. Dit bereik je met een groot diafragma (een grote lensopening). Een foto waarin zowel voorgrond als achtergrond scherp is heeft een grote scherptediepte en een kleine lensopening. Het diafragma wordt aangeduid met een f-getal. Dit is waar het een beetje verwarrend kan worden. Wil je een kleine scherptediepte, dan kies je een laag f-getal zoals f/2.8. Je diafragma is dan groot. Kies je een hoog getal zoals f/11 om een grote scherptediepte te behalen, is de lensopening juist klein. 


Belichtingsdriehoek: ISO

Om een foto te kunnen maken werk je met licht dat op de sensor valt. Hoeveel licht je toelaat, hangt af van het diafragma en de sluitertijd die je kiest. De ISO werkt net een beetje anders. De ISO-waarde bepaalt namelijk de gevoeligheid van de sensor. Hoe lager de ISO-waarde (bij de meeste camera's is 100 het minimum), hoe beter de beeldkwaliteit. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe meer ruis er in de foto zal komen. Binnenshuis, bij schemering of 's avonds zal je in eerste instantie je sluitertijd en diafragma willen aanpassen. Echter, als je foto dan nog steeds donker uitpakt, of wanneer je een klein diafragma of snelle sluitertijd nodig hebt, is het opschroeven van je ISO de oplossing. Gaat dit je nog een beetje te ver? Veel camera's hebben een automatische ISO-stand, waarin de camera zelf de optimale gevoeligheid kiest.

Welke stand kies je en waarom?

Spiegelreflexcamera's, systeemcamera's en geavanceerde compactcamera's beschikken over diverse programmastanden. Vaak vind je deze op een ronde knop bovenop de camera of in het menu via het LCD-scherm. Welke stand kies je? We schetsen een aantal situaties:

Automatische stand (AUTO)

In de automatische stand doet de camera al het denkwerk. Je kunt je zo volledig concentreren op de inhoud/compositie van de foto en je hoeft alleen maar op de ontspanknop te drukken.

P: programma-stand

Net als in de automatische stand kiest de camera in P-stand het diafragma en de sluitertijd uit, maar je kunt wel zelf de ISO-waarde kiezen.

A (of AV): diafragmavoorkeuze

In deze stand kies je zelf het diafragma en rekent de camera de benodigde sluitertijd uit. Deze stand kun je gebruiken voor portretfotografie (groot diafragma voor een kleine scherptediepte) en landschapsfotografie (klein diafragma voor een grote scherptediepte).

S (of TV): sluitertijdvoorkeuze

Deze stand gebruik je als je controle wilt krijgen over de beweging in je foto. Jij kies namelijk de snelheid van de sluiter. Bij sportfotografie kies je het liefste een snelle sluitertijd (bijvoorbeeld 1/1000) om de beweging te bevriezen. Wil je de beweging van het onderwerp juist laten zien, dan kies je een langzamere sluitertijd van bijvoorbeeld 1/30. Nog langzamer fotograferen? Gebruik dan in ieder geval een statief.

M: alles handmatig

In de M-stand (manual) stel je handmatig het diafragma en de sluitertijd in. Hierdoor krijg je volledige controle over zowel de scherptediepte (diafragma) als de beweging (sluitertijd) in je foto. Ook kies je zelf een bijpassende ISO-waarde. Deze stand komt goed van pas bij studiofotografie of andere onderwerpen waarbij het licht constant is zodat je niet steeds opnieuw hoeft in te stellen. 

Meer leren?

Wil je nog meer leren over basisbegrippen, zoals de belichtingsdriehoek, en hoe je ze optimaal kunt inzetten in specifieke situaties? Hou onze website in de gaten. We posten regelmatig artikelen met tips om de meest uiteenlopende onderwerpen te fotograferen zowel in de studio als op diverse locaties.

afbeelding van Christel de Wolff

Christel de Wolff | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Christel