1. Wanneer je snel op een situatie moet reageren
Wanneer je op plekken bent waar spontane momenten voortdurend veranderen, denk aan straat-, evenement- en dierenfotografie, is een statief vaak niet het handigste om te gebruiken.
Laten we voor het gemak straatfotografie even als voorbeeld nemen. Je ziet een situatie op straat ontstaan, maar dan moet je eerst je statief helemaal uitklappen, de hoogte bepalen, je camera erop schroeven en eventueel je statiefkop verstellen. Tegen de tijd dat je hiermee klaar bent, is het moment al lang en breed voorbij.
Uit de hand fotograferen geeft hier dan ook een stuk meer vrijheid. Zo kun je snel van positie veranderen. Voor een stap naar voren, achteren of opzij hoef je niet je hele statief van positie te veranderen. Ook kan een statief ervoor zorgen dat je te veel vanuit één positie gaat werken.
Mocht je bij dit soort situaties wat minder licht tegenkomen, dan heb je een aantal opties. Zo kun je natuurlijk je ISO een stukje omhoog schroeven. Ook is het slim om de beeldstabilisatie van je camera aan te zetten. Hiermee kun je vaak nog met een iets langere sluitertijd werken zonder dat je te veel bewegingsonscherpte krijgt.
2. Wanneer je voortdurend van standpunt wilt veranderen
Ik benoemde het net al eventjes: een statief kan onopgemerkt bepalen vanaf welke hoogte en positie je fotografeert. Wanneer je alles namelijk hebt opgesteld, is de verleiding groot om vanuit diezelfde positie te blijven werken. Juist bij onderwerpen waarbij verschillende standpunten een groot verschil maken, kan dit een beperking zijn.
Uit de hand verander je jouw positie vaak zonder enige moeite. Zo kom je makkelijk lager bij de grond, kun je om je onderwerp heen lopen en snel verschillende standpunten en kaders uitproberen.
Het 'probleem' is niet alleen dat het opzetten van een statief tijd kost. Het beïnvloedt ook hoe actief je naar nieuwe, wellicht betere, composities zoekt. Een stabiele camera betekent namelijk nog niet dat je op de beste plek staat.
3. Wanneer de ondergrond zelf beweegt
Een statief helpt eigenlijk alleen wanneer de ondergrond waarop het staat daadwerkelijk stabiel is. Op sommige plekken is dit helemaal niet het geval. Denk aan een houten brug, steigers, podia, veel houten vloeren en uitkijkplatforms. Op dit soort plekken kunnen mensen die langs je lopen trillingen veroorzaken die via de vloer en statiefpoten bij de camera terechtkomen.
Hetzelfde geldt trouwens voor verkeer of machines in de omgeving. Bij een langere sluitertijd kunnen dit soort trillingen alsnog zorgen voor onscherpte. Uit de hand fotograferen met een kortere sluitertijd kan in dit soort situaties soms zelfs voor een scherper resultaat zorgen.
Een alternatief is wachten tot de ondergrond niet beweegt. Op sommige plekken moet je dan echter lang wachten. Je statief stabiliseert namelijk je camera ten opzichte van de ondergrond, maar neemt de beweging van de ondergrond niet weg.
4. Wanneer je onderwerp voortdurend beweegt
Een statief voorkomt beweging van je camera, maar zegt natuurlijk niets over je onderwerp. Denk bijvoorbeeld aan spelende kinderen, dieren, vogels of sporters. In dit soort situaties gebruik je over het algemeen toch een snellere sluitertijd. Een statief lost hierbij dus niet automatisch problemen op. Sterker nog, het kan in de weg gaan zitten wanneer je een onderwerp probeert te volgen.
Uit de hand kun je makkelijker meedraaien en anticiperen op waar het onderwerp naartoe gaat. Wel moet ik hierbij zeggen dat bij sport- en natuurfotografie een monopod of statief handig kan zijn bij grote en zware teleobjectieven.
Het punt is dan ook niet dat een statief nutteloos is bij bewegende onderwerpen, maar dat stabiliteit het niet altijd wint van bewegingsvrijheid.

5. Wanneer het statief je meer laat nadenken over de camera dan over de foto
Een statief zorgt er vrijwel automatisch voor dat je veel tijd besteedt aan het opzetten. Je wilt je statief waterpas hebben, de poten op de juiste hoogte zetten, zorgen dat alles goed vastzit en wellicht nog een keer herpositioneren. Dit is erg nuttig wanneer precisie belangrijk is.
Maar soms kun je daardoor juist zo bezig zijn met de perfecte opstelling dat je minder aandacht hebt voor wat er daadwerkelijk voor je camera gebeurt. Het kan juist nuttig zijn om bewust zonder statief te werken en eerst vrij een aantal standpunten te onderzoeken.
Heb je na een tijdje een compositie gevonden die niet echt verandert, dan kun je altijd nog je statief neerzetten. Een statief is namelijk gereedschap dat je gebruikt wanneer de foto erom vraagt, niet iets dat automatisch betere foto's oplevert.
Wanneer neem je het statief juist wél mee?
Een statief is natuurlijk niet overbodig. Het is een zeer handig hulpmiddel wanneer je sluitertijd te lang wordt om uit de hand te werken, je een scène volledig en zorgvuldig wilt opbouwen, bij zelfportretten of als je echt maximale stabiliteit nodig hebt in een gecontroleerde omgeving.
Een statief lost namelijk één specifiek probleem op: het houdt je camera stabiel op een vaste positie. Dat is alleen een voordeel wanneer een vaste positie en maximale stabiliteit passen bij het soort foto dat je wilt maken. Kijk daarom eerst goed naar de situatie en bepaal daarna pas of het statief daadwerkelijk voordelen oplevert.