28mm: midden in de situatie
Met 28mm krijg je veel van je omgeving in beeld. Dit is interessant wanneer je bijvoorbeeld niet alleen een persoon, maar ook de straat en de omgeving eromheen wilt vastleggen.
Het brede beeld heeft wel een gevolg: je moet relatief dicht bij je onderwerp komen als je wilt dat een persoon duidelijk aanwezig is in het beeld. Blijf je op een grotere afstand staan, dan wordt diegene al snel een klein onderdeel van een veel grotere omgeving.
Dit kan in het begin wennen zijn. Je kunt met 28mm moeilijk aan de overkant van de straat blijven staan en tegelijkertijd één persoon prominent isoleren. Je wordt min of meer gedwongen om dichter bij de actie te komen.
Tegelijkertijd geeft dit je juist veel mogelijkheden om meerdere lagen in je foto te verwerken. Mensen op de voorgrond, een onderwerp iets verderop en gebouwen op de achtergrond kunnen allemaal onderdeel worden van dezelfde opname.
Wat leer je met een groothoek?
dichtbij je onderwerp werken;
de omgeving onderdeel maken van het verhaal;
letten op de volledige foto en niet alleen op het hoofdonderwerp;
omgaan met veel elementen tegelijkertijd.

35mm: een middenweg tussen persoon en omgeving
35mm is een populaire brandpuntsafstand voor straatfotografie. De beeldhoek is duidelijk minder breed dan bij 28mm, maar je houdt nog steeds behoorlijk veel van de omgeving over. Hierdoor kun je een persoon duidelijker in beeld brengen zonder dat de locatie meteen verdwijnt. Ook hoef je meestal niet zo dichtbij te komen als met 28mm.
Dit maakt 35mm een vrij flexibele brandpuntsafstand. Je kunt er een compleet straatbeeld mee vastleggen, maar ook een persoon of een kleine groep mensen duidelijker naar voren laten komen.
Voor starters kan dit prettig zijn. Je wordt nog steeds gedwongen om bewust na te denken over de achtergrond, maar krijgt iets meer controle over hoeveel elementen je tegelijkertijd in beeld haalt.
Wat leer je met een gematigde groothoek?
balans zoeken tussen onderwerp en omgeving;
bewuster bepalen hoeveel context je nodig hebt;
dichtbij werken zonder extreem dicht op iemand te staan;
schakelen tussen overzicht en een specifieker moment.
50mm: meer aandacht voor het onderwerp
Met 50mm wordt de beeldhoek weer smaller. Hierdoor verdwijnt een groter deel van de omgeving en wordt het makkelijker om de aandacht naar één persoon, detail of gebeurtenis te sturen. Ook kun je vanaf een iets grotere afstand werken. Dit kan prettig voelen wanneer je nog niet gewend bent om dichtbij onbekende mensen te fotograferen.
Maar deze extra afstand verandert ook hoe je naar straatfotografie kijkt. Met een groothoek moet je vaak midden in een situatie gaan staan. Met een langere brandpuntsafstand kun je makkelijker kleine momenten uit een grotere scène halen of wat meer afstand bewaren.
Wat leer je met een langere brandpuntsafstand?
selectiever naar scènes kijken;
details en kleine gebeurtenissen isoleren;
eenvoudigere achtergronden zoeken;
momenten herkennen binnen een grotere situatie.
Brandpuntsafstand bij straatfotografie gaat ook over afstand
Het is verleidelijk om brandpuntsafstand alleen te zien als meer of minder in beeld. Maar voor straatfotografie verandert ook je werkafstand. Wil je met bijvoorbeeld 28mm en 50mm iemand ongeveer even groot in beeld hebben, dan zul je met 28mm een stuk dichterbij moeten komen.
Die afstand heeft vervolgens invloed op het uiterlijk van je foto.
Hoe dichter je bij je onderwerp komt, hoe sterker de onderlinge verschillen tussen voorgrond, onderwerp en achtergrond zichtbaar kunnen worden. Ga je juist verder weg staan, dan kunnen deze afstanden in het uiteindelijke beeld kleiner lijken.
Dit wordt vaak perspectiefcompressie genoemd. Belangrijk is dat niet de brandpuntsafstand zelf het perspectief verandert, maar de positie van de fotograaf. De brandpuntsafstand bepaalt vooral hoeveel van de scène je vanuit die positie in beeld krijgt.

De achtergrond verandert mee
Dit principe geldt voor iedere brandpuntsafstand. Je hoeft dus helemaal geen 28mm-, 35mm- of 50mm-objectief te hebben om het zelf te ervaren. Met een zoomobjectief kun je hetzelfde verschil eenvoudig zien.
Hoe langer de brandpuntsafstand, hoe minder van de omgeving je vanuit dezelfde positie in beeld krijgt. Maar wanneer je bij verschillende brandpuntsafstanden je onderwerp ongeveer even groot wilt fotograferen, moet je zelf gaan bewegen. Daardoor verandert ook de verhouding tussen onderwerp en achtergrond.
Met een kortere brandpuntsafstand sta je dichterbij en kan de achtergrond kleiner en verder weg lijken. Met een langere brandpuntsafstand sta je verder van je onderwerp af en kan diezelfde achtergrond juist groter en dichterbij lijken.
Dit is belangrijk bij straatfotografie. Een reclamebord, gebouw of persoon op de achtergrond kan bij een langere brandpuntsafstand veel prominenter in beeld verschijnen dan bij een vergelijkbare foto met een groothoek.
Brandpuntsafstand gaat daarom niet alleen over hoeveel je ziet, maar ook over hoe verschillende delen van een scène zich visueel tot elkaar verhouden.
Welke brandpuntsafstand past bij jouw straatfotografie?
Er bestaat niet één brandpuntsafstand die automatisch het beste is voor straatfotografie. Het hangt volledig af van wat je wilt laten zien.
Wil je dat de omgeving een grote rol speelt en vind je het niet erg om dicht op de actie te zitten? Dan kan een kortere brandpuntsafstand interessant zijn.
Wil je juist een balans tussen omgeving en onderwerp, dan kan iets rond 35mm een logische middenweg zijn. Dat is ook een van de redenen waarom deze brandpuntsafstand zo populair is binnen straatfotografie.
Houd je ervan om losse momenten uit een drukke omgeving te halen of wat meer afstand te houden, dan kan een langere brandpuntsafstand prettig werken.
Je hoeft hiervoor natuurlijk geen drie losse objectieven te kopen. Met bijvoorbeeld een standaardzoom zoals een 24-70mm kun je al ervaren hoeveel invloed brandpuntsafstand heeft op je manier van fotograferen.
Let eens op wat je brandpuntsafstand met je positie doet
De makkelijkste manier om deze verschillen te begrijpen, is door tijdens het fotograferen bewust te worden van je eigen positie. Kijk niet alleen naar hoeveel je in- of uitzoomt, maar vooral naar wat er gebeurt wanneer je daarna zelf naar voren of naar achteren beweegt.
Probeer bijvoorbeeld een onderwerp bij verschillende brandpuntsafstanden ongeveer even groot in beeld te houden. Je zult merken dat je daarvoor zelf moet bewegen.
Let vervolgens op:
hoeveel omgeving je meeneemt;
hoe dicht je bij mensen staat;
hoeveel aandacht de achtergrond krijgt;
hoe makkelijk je afzonderlijke onderwerpen kunt isoleren;
hoe de gekozen brandpuntsafstand jouw positie als fotograaf beïnvloedt.
Het interessante verschil tussen brandpuntsafstanden zit uiteindelijk niet alleen in hoeveel er op de foto past. Je keuze bepaalt ook vanaf welke afstand je werkt en daarmee hoe onderwerp, voorgrond en achtergrond zich tot elkaar verhouden.