Het misverstand opgehelderd

Brandpunt of standpunt

Redactie 100
Objectieven zijn een belangrijk instrument voor de natuurfotograaf, maar hoe groot dat belang is wordt wel eens overschat. Zo heeft het gebruikte objectief geen invloed op het perspectief in de foto, hoewel dat vaak gedacht wordt.

Op internetforums of websites wordt het vaak verkondigd, en zelfs in boeken en tijdschriften over fotografie zie je het soms opduiken; het idee dat het perspectief in de foto wordt bepaald door het gebruikte objectief. De term 'groothoekperspectief' is zelfs een min of meer geaccepteerde term, terwijl het in feite een onzinwoord is. Waar dit misverstand vandaan komt is overigens wel eenvoudig te verklaren. Als je naar foto's kijkt met een 'overdreven' perspectief (een foto waarbij kleine dingen op de voorgrond veel groter zijn afgebeeld dan grotere objecten op de achtergrond), dan blijkt zo'n foto steevast met een groothoekobjectief te zijn gemaakt. Een foto die met een veel langer brandpunt is gemaakt, vertoont dit effect niet. Dan kom je natuurlijk gemakkelijk tot de conclusie dat het effect door het groothoekobjectief moet zijn veroorzaakt, maar dat is toch niet correct. Er is wel een verband tussen perspectief en objectief, maar geen zogenaamd ‘causaal’ verband.

Boom op het eiland Mull in Schotland, een typisch voorbeeld van het ‘groothoekperspectief’. Maar ligt dit echt wel aan het gebruik van de 16mm groothoek?

Beeldhoek

Om te begrijpen waar dit misverstand vandaan komt, moeten we eerst even kijken wat verschillende brandpuntsafstanden exact doen met het beeld. De beste manier om dit te zien, is om een zoomobjectief te gebruiken, en dan vanaf statief twee foto's te maken; een foto in de groothoekstand, en een foto bij de langste brandpuntsafstand. Kijk vervolgens goed naar de foto's, en zoek verschillen in het perspectief. Je zult zien dat die verschillen er niet zijn. De groothoekfoto laat een breder blikveld zien, maar als je een stuk uit die groothoekfoto zou snijden, krijg je precies hetzelfde beeld (met uiteraard veel minder pixels) als bij de tweede foto. Het perspectief in de twee foto's (het verschil in grootte van objecten in de voorgrond en in de achtergrond) is exact hetzelfde!

Het enige wat een andere brandpuntsafstand doet, is een andere beeldhoek geven en daarmee een andere uitsnede maken. Boven een opname met mijn 24-70mm objectief op 37mm, onder op 67mm. De onderste foto zou je ook uit de bovenste foto (rode vierkant) hebben kunnen snijden.

Groothoekperspectief

Als we kijken naar een 'typische groothoekfoto' wordt vermoedelijk wel duidelijk waarom gedacht wordt dat de gebruikte brandpuntsafstand de veroorzaker van het 'groothoekperspectief' is. We nemen een foto die werd gemaakt op het eiland Tiengemeten, met een 24mm brandpuntsafstand op een full frame camera.

Een foto gemaakt op het eiland Tiengemeten, met een 24mm brandpuntsafstand op een full frame camera (Canon EOS-1D X).

Het 'groothoekperspectief' in deze foto komt vooral tot uiting door de benedenkant van het beeld. We zien daar graspollen die behoorlijk groot in beeld komen omdat ze erg dicht bij de camera zijn. Aan de bovenkant zien we wat bomen aan de horizon, die vrij ver weg zijn en daarom veel kleiner worden afgebeeld dan die pollen, terwijl ze in werkelijkheid natuurlijk veel groter zijn. Dit grote verschil in afmetingen is wat we 'groothoekperspectief' noemen. Laten we nu eens kijken of dit echt door het gebruikte objectief komt. Zou je deze foto met een wat langere brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 35mm) maken, dan zou het op het eerste gezicht niet lukken om hetzelfde effect te krijgen, omdat je dan òf de benedenkant niet in beeld kan brengen, òf de horizon niet. De beeldhoek van een 35mm is immers kleiner. De foto zou daarom een minder sterk 'groothoekperspectief' vertonen, vooral als je een stukje aan de onderkant zou weglaten (om de horizon nog wel in beeld te houden). Dus toch het objectief?... Nee hoor, als je de camera verticaal houdt, lukt het wel! Dan kan je een foto maken die verticaal vrijwel hetzelfde laat zien als de 24mm foto, en daarmee ook hetzelfde ‘groothoekperspectief’. Met een 35mm kan je dus wel degelijk hetzelfde perspectief in beeld brengen. Er was alleen een trucje nodig om voor de kleinere beeldhoek te compenseren.

Dezelfde plek, maar nu met 35mm. Als je de camera verticaal houdt, kan je precies hetzelfde ‘groothoekperspectief’ in beeld brengen. Hieruit blijkt dat dit effect niet door de gebruikte brandpuntsafstand kan worden veroorzaakt.

De conclusie mag duidelijk zijn: het zogenaamde 'groothoekperspectief' wordt in de praktijk helemaal niet veroorzaakt door het gebruik van een groothoekobjectief, maar doordat er zowel objecten op de foto staan die zeer dicht bij de camera zijn, als objecten die ver weg zijn. Met een grote beeldhoek (groothoekobjectief) is dat wel makkelijker te verwezenlijken dan met een kleine beeldhoek (teleobjectief). Vandaar die verkeerde naam voor dit effect en vandaar het misverstand dat het effect door het objectief zou worden veroorzaakt. Het gaat echter niet om het brandpunt, maar om het standpunt.

Standpunt

Dat het perspectief in een foto wordt veroorzaakt door de afstand die de camera heeft tot de verschillende objecten in de foto, valt ook heel goed te beredeneren. Stel dat je een foto maakt van een boom, met daarachter een mooie besneeuwde bergtop. Omdat de boom relatief dichtbij de camera is, bijvoorbeeld een meter of dertig, wordt die op de foto ongeveer even hoog als een berg die vele kilometers verderop ligt. Wat gebeurt er nu als we een meter of tien dichterbij de boom gaan staan en opnieuw een foto nemen? Door tien meter naar voren te gaan, wordt de afstand tussen ons en de boom verminderd van dertig naar twintig meter. Het is dus logisch dat de boom ongeveer een derde groter op de foto komt. Maar wat gebeurt er met de achtergrond? We zijn uiteraard ook tien meter dichterbij de berg gekomen, maar op de totale afstand van een paar kilometer is dat te verwaarlozen. De berg wordt daarom niet groter op de tweede foto. Het netto resultaat is dat de boom groter is geworden in verhouding tot de berg en dat daarmee het perspectief in de foto is veranderd.

Als je tien meter dichter bij de boom gaat staan, komt de boom groter in beeld terwijl de berg op de achtergrond niet in grootte op de foto is veranderd. Daardoor verandert het perspectief.

Misschien denk je nu dat dit effect alleen optreedt als één van de objecten zo ver weg aan de horizon ligt dat een paar meter verschil niets meer uitmaakt, maar dat is beslist niet zo. Stel dat je twee bomen van dezelfde grootte fotografeert, waarvan de voorste op tien meter afstand staat en de achterste op twintig meter. De voorste boom komt dan natuurlijk twee keer zo groot op de foto als de achterste. Loop je vijf meter naar voren, dan staat de voorste boom op vijf meter en de achterste op vijftien meter. Nu wordt de voorste boom dus drie keer zo groot! Hieruit kunnen we de volgende conclusie trekken: Wil je een object op de foto groter laten worden ten opzichte van de dingen daarachter, loop dan naar voren. Wil je het verschil juist verkleinen, dan moet je verder naar achteren gaan staan. Met inzoomen of uitzoomen (of een ander objectief gebruiken) kan je vervolgens de uitsnede weer aanpassen, maar inzoomen of uitzoomen zelf verandert het perspectief niet. Ook beweging in andere richtingen zorgt voor een verandering in perspectief. Loop je naar opzij, dan zal de voorgrond ten opzichte van de achtergrond verschuiven, en kunnen we de boom zelfs naar de andere kant van de bergtop verplaatsen.

Als je een flink stuk naar links loopt, kan je de boom naar de rechterkant van de berg verplaatsen

Plat drukken

Wat je tenslotte ook vaak leest, is dat het gebruik van een tele-objectief de foto ‘plat drukt’. Maar zoals je inmiddels begrepen zult hebben, is dit weer dezelfde redeneerfout. Denk maar weer aan twee bomen. Een boom op 10 meter afstand wordt twee keer zo groot op de foto als een vergelijkbare boom op 20 meter afstand. Dat creëert ‘diepte’ in een foto. Staat de voorste boom echter op 110 meter en de achterste boom op 120 meter, dan zullen ze vrijwel even groot lijken en dat maakt de foto ‘plat’. Natuurlijk zal je wel een langere brandpuntsafstand moeten gebruiken om die bomen een beetje redelijk in beeld te houden, maar de grote afstand veroorzaakt dus het platdrukkende effect, niet het gebruikte objectief.

Palmbomen op een berghelling. Het ‘plat drukkende’ effect wordt niet veroorzaakt door het gebruikte objectief, maar door de relatief grote afstand.

Conclusie

De conclusie mag duidelijk zijn; het perspectief wordt niet door het gebruikte objectief bepaald, maar door de positie van de camera. Kruip zo dicht mogelijk op je onderwerp als je een overdreven ‘groothoekperspectief’ wilt krijgen, ga een stuk achteruit als je het beeld wilt ‘plat drukken’. En vergeet ook niet om te kijken wat een beweging naar links of rechts voor het beeld kan doen! Daarna kies je een objectief (of een zoomstand) om de gewenste uitsnede te maken.

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie