Fujifilm-ambassadeur Bob Luijks over de kunst van het kijken

Redactie 180
In digifoto Starter 1 van dit jaar gingen we in gesprek met Fujifilm-ambassadeur Bob Luijks. We spraken hem over hoe je te werk gaat in de natuur, wat zijn zaken om op te letten?

In de fototas van Bob Luijks

Bob fotografeert met een midden formaat camera, de Fujifilm GFX 50S. Deze combineert hij met een viertal Fujinon objectieven, de GF 250mm f/4 R LM OIS WR (inclusief de GF 1.4X TC WR teleconverter), de Fujinon GF 23mm f/4 R LM WR, de Fujinon GF 110mm f/2 R LM WR en de Fujinon GF 32-64mm f/4 R LM WR.

Bestel digifoto Starter 1.2019 in onze webshop.

Wie Bob Luijks op de voet volgt, kan de indruk krijgen dat de dagen van Bob langer dan 24 uur duren. Hij schrijft eigen boeken en werkt mee aan praktijkboeken, is hoofdredacteur van Natuurfotografie magazine, schrijft met grote regelmaat blogs op zijn website, geeft seminars, workshops en cursussen, begeleidt fotoreizen en tussendoor maakt hij ook nog prachtige foto's. Waar haalt Bob al die tijd vandaan?

Aan de andere kant van de lijn weerklinkt een bulderende lach. Het is een vraag die hij wel vaker krijgt. 'Als je het zo allemaal opsomt, is het inderdaad heel veel en soms inderdaad te veel. Dan maak ik heel lange dagen waarbij ik tot diep in de nacht doorga. Maar het grote geheim is uiteindelijk toch efficiënt plannen en gebruik maken van de omstandigheden die geboden worden.'

Op het moment waarop we Bob spreken is het al weken grauw en grijs weer in ons land. Bob: 'En hoewel je ook op dat soort dagen prima kan fotograferen, pak ik juist dat soort perioden om bijvoorbeeld te buffelen op het magazine, te werken aan mijn archief en nieuwe plannen én te schrijven aan boeken. Zodra de weersomstandigheden weer beter worden, trek ik eropuit. En dan met name in de ochtend. Dat vind ik het mooiste moment van de dag. De wereld zien ontwaken, heeft iets magisch. Bovendien biedt de ochtend vaak het mooiste licht. In de middag ben ik dan gewoon weer thuis en kan ik weer aan de slag met al die andere zaken. Op de wat langere termijn heb ik uiteraard bepaalde punten op de horizon staan, maar het weer bepaalt in mijn geval van dag tot dag en van week tot week de finetuning daarvan. Als het een paar dagen schitterend mooi weer is, trek ik er in de ochtenden op uit en werk ik 's avonds gewoon wat langer door. Op die manier lukt het mij uiteindelijk om al die dingen te kunnen blijven combineren. En natuurlijk kom ik soms even klem te zitten. Dan blijkt het toch niet helemaal te passen. Maar daar heb ik dan gewoon vrede mee. Ik vind namelijk al die dingen die ik doe, enorm leuk. Schrijven, het maken van een magazine, workshops verzorgen... Het is aan mij om daar de balans in te vinden. Dan blijft het ook leuk. In de regel lukt me dat prima.'

Schoonheid om de hoek

Wanneer we nader inzoomen op het werk van Bob, dan kunnen we een ding snel concluderen. Bob is niet de fotograaf die achter de bekende highlights, waar dan ook ter wereld, aanrent. In zijn archief vinden we kortom niet het zoveelste beeld van die ene waterval in IJsland of het noorderlicht boven een vissersdorp in de Lofoten. Bob trekt zijn eigen plan en laat met zijn werk zien dat wat je van dichtbij haalt ook erg lekker is. 'Dat is absoluut een stokpaard van mij. En ja, iedereen is in meer of mindere mate blind voor de eigen omgeving. Die zie je dagelijks. Wanneer je naar je werk gaat, met de hond gaat lopen, boodschappen gaat doen... Daardoor wordt die eigen omgeving heel algemeen en ga je aan de schoonheid voorbij. Anders gezegd, daardoor verdwijnt de factor spektakel. Daar word je simpelweg blind voor. Tegelijkertijd is de wereld vandaag de dag bereikbaarder dan ooit. Een retourtje met de trein naar Amsterdam vanuit Limburg is duurder dan een vliegticket naar Barcelona. De wereld is kortom super bereikbaar geworden. Dat maakt het ook erg aantrekkelijk om die wereld in te trekken. Maar als ik foto's laat zien aan mensen van plekken op amper tien kilometer bij hun huis vandaan kennen ze die heel vaak niet. Dat verbaast me steeds weer. En nee, we hebben in Nederland geen olifanten en leeuwen. Zoals we ook geen hoge bergen hebben. De Nederlandse natuur is erg aangeharkt... Maar kijk daar eens doorheen! Voor wie er voor openstaat, is er ook in de Nederlandse natuur zo ontzettend veel te ontdekken én te fotograferen. Helemaal wanneer de omstandigheden meewerken. Dan kun je zelfs in het meest duffe stukje van het Maalbos nog mooie beelden maken. Maar je moet het wel willen zien!'

Laat je niet afleiden door kleur

Waar kan of moet je daarbij op letten willen we van Bob weten. 'Mijn advies is altijd om je niet te laten leiden, of afleiden, door kleur. Kleur is enorm dwingend, zeker ook in de lente. Wanneer je een veld met boterbloemen voorbij loopt, begint het hart sneller te kloppen. Dat snap ik goed. Want ja, zo'n veld kan heel mooie foto's opleveren. Maar er is zoveel meer dan dat. Kleur is echt een bliksemafleider. Ik neem vaak als voorbeeld twee akkers die naast elkaar liggen.

De ene akker staat vol met klaprozen, de andere akker vol met mais. Iedereen trapt op de rem zodra hij of zij dat veld vol klaprozen ziet, maar aan dat mais gaan “we” voorbij. Terwijl de akker met mais fotografisch gezien weleens veel interessanter kan zijn dan de klaprozen. Maisakkers hebben strakke vormen en lijnen. Dat biedt naar mijn smaak veel meer dan alleen die factor kleur van de klaprozen. Kortom, het negeren van kleur is heel belangrijk om anders te gaan kijken naar de omgeving én meer te ontdekken.'

Eigenlijk horen we Bob zeggen dat het verstandig is om het platgetreden pad te verlaten. 'En ja, beaamt Bob, dat is niet eenvoudig. Zeker vandaag de dag. Sla Instagram er maar op na. Daar komen alle clichés voorbij. Momenteel zien we daar een overkill aan beelden van het Noorderlicht in de Lofoten, en straks zijn de bosanemonen weer aan de beurt. En zo gaan “we” ieder jaar massaal door een lijstje van 15 tot 20 soorten en/of locaties. Veel verder gaat de inspiratie van veel natuurfotografen niet. En begrijp me niet verkeerd. Iedereen moet ergens beginnen. Dat je bepaalde platgetreden paden bewandelt om dingen te leren, begrijp ik heel goed. Maar er komt een moment waarop je die paden moet verlaten. Alleen dan kan je een eigen stijl ontwikkelen. En hoe mooi zo'n bos vol bosanemonen ook is, er staan in de lente nog tig bloemsoorten in bloei. Duw daar je objectief eens tussen. Verbaas je bijvoorbeeld eens over de schoonheid van een paardenbloem, een prachtige bloem wanneer je er in detail naar kijkt. Kijk ook eens naar de bomen, de planten en de insecten die gewoon in je eigen tuin te vinden zijn. Door het oog van je camera kunnen ogenschijnlijk gewone dingen er waanzinnig uitzien. Een brandnetel heeft op het eerste oog geen enkele sexappeal maar in het tegenlicht zie je plots al die prachtige haartjes die er aanzitten. Daar kan geen orchidee aan tippen.

Ga op ontdekkingstocht en kijk verder dan naar het laaghangende fruit alleen. Het draait echt om de kunst van het kijken, met open vizier. Wie dat lastig vindt, raad ik altijd aan om de camera eens thuis te laten en vlakbij huis een ronde te maken van hooguit een kilometer. Trek daar een paar uur voor uit en ga eens heel goed kijken wat je dan allemaal ontdekt....'

'Een groot voordeel van het dichtbij huis fotograferen, is dat zodra er goede weersvoorspellingen zijn met bijvoorbeeld rijp of mooie kleuren in de lucht, je meteen weet waar je naartoe kan', vervolgt Bob. 'Reis je speciaal naar de Lofoten voor het Noorderlicht en is het een week lang grauw en grijs weer, dan zijn de Lofoten nog steeds heel mooi maar dan is het doel waar je voor kwam weg. Dichtbij huis daarentegen kun je snel handelen zodra er iets bijzonders gebeurd.'

Pas je aan het weer aan

Bob wil overigens niet gezegd hebben dat je rijp of mooie kleuren in de lucht nodig hebt, om te komen tot mooie, creatieve beelden. 'Ik kan daar heel kort over zijn, een goede fotograaf past zich aan het weer aan en laat er zijn dag niet door verpesten. En natuurlijk, ik heb ook het liefste zonsopkomsten met een beetje mist en mooie kleuren in de lucht. Dat zijn de omstandigheden waarvoor je als natuurfotograaf je wekker vroeg zet. Maar ja, zo is het niet altijd. Sterker nog, zo is het meestal niet. Dus draai het om. Laat het weer leidend zijn voor de keuzes die je maakt. Wanneer het heel grijs weer is en de heide staat in bloei, ga dan bijvoorbeeld het bos in. Maak keuzes die passen bij het weer. Dan valt het ook nooit tegen. Dat hele grijze weer is bijvoorbeeld ook prachtig voor het maken van zwart-wit beelden. En bij weinig wind krijg je op dat soort dagen fraaie reflecties in het water... Dat levert prachtige pentekeningen op. Zoals ook macrofotografie ideaal is bij grijs weer. Bij macrofotografie zitten contrasten vaak in de weg en moet je allerlei toeren uithalen om het zonlicht te filteren. Voor wie echte details in beeld wilt brengen, is dat zachte, grijzige licht perfect. En ook voor fotografie waarbij je dieren in beeld wilt brengen is het zonlicht soms een sta-in-de-weg. Ook dan kan juist dat gedempte licht heel mooi werken. Dat leidt tot zachte, vriendelijke contrasten. Er is kortom heel veel mogelijk bij grijs weer. Je moet op dat soort dagen alleen de open landschappen vermijden. Ook daar zijn trouwens weer uitzonderingen op, bijvoorbeeld minimalistische beelden aan zee met lange sluitertijden en weglopende paaltjes... Ook voor dat soort werk leent grijs weer zich uitstekend.'

Gebruik van filters

Lange sluitertijden brengt het gesprek op het gebruik van filters. En dan met name de grijs- en de grijsverloopfilters. Toch heb je volgens Bob die grijs- en grijsverloopfilters lang niet altijd nodig. Een filter dat volgens Bob echter niet mag ontbreken in de tas van de buitenfotograaf, is het polarisatiefilter. 'Dat filter levert je op zo ontzettend veel momenten voordeel. Het wordt heel vaak gebruikt om het blauw in de lucht extra aan te zetten. Maar het heeft daarnaast nog zo veel meer waarde. Of het nu gaat om frisse lentetinten, herfstkleuren, of je speelt met stromende beekjes en watervallen... Het polarisatiefilter is in al die gevallen van enorme meerwaarde. Je kan er de ongewenste effecten van reflecties mee verwijderen en er de kleuren aanzienlijk mee verscherpen.' Het gebruik van andere filters is volgens Bob erg persoonlijk. 'Zoals bij iedere aanschaf, is het verstandig om je daarbij te laten leiden door waar je in het veld tegenaan loopt. Zit jij steeds te klooien met een uitgebeten lucht, dan is het de hoogste tijd voor een verloopfilter. Speel je graag aan de kust met lange sluitertijden dan is een grijsfilter juist meer iets voor jou. Doe je dat soort dingen niet, en heb je daar ook geen interesse in, dan hoef je dergelijke filters ook niet aan te schaffen. Ze zijn er bovendien in allerlei soorten en maten en ook dat is weer erg smaakgebonden. Zelf werk ik vaak met twee grijsfilters, te weten een 6- en een 10 stops (de big stopper in de fotografische volksmond). Met die 6 stops kan ik net even een paar seconden belichten. Zo behoud ik nog wel veel detail maar krijg ik ook de dynamiek in beeld. Met die 10 stops daarentegen maak ik alles compleet vlak. Ik ken ook fotografen die alleen maar tussen de 2- en de 4 stops grijsfilters in hun tas hebben zitten om dat ze bijvoorbeeld wel die breking van een golf willen hebben, maar ook niet meer dan dat. Het is kortom heel smaakgebonden. Zeker in het geval van grijsfilters. Hou je erg van abstractie of wil je ook nog detail in je beeld? In dat eerste geval ga je voor een sterk grijsfilter in dat tweede geval voor een minder sterk grijsfilter.'

Nabewerking

Wat nabewerking betreft mogen we Bob, gelet op zijn verhaal, in het hokje keep it simple plaatsen. Zo heeft hij als gouden regel dat een standaard-foto niet langer dan twee minuten nabewerken in beslag mag nemen. Bob: 'Ik ben daar heel erg basic in. Ik werk wat aan de contrasten, haal hier en daar wat kleurtjes op en verwijder wat vuiltjes. Dat is het! Tegelijkertijd zie ik dat er op het vlak van nabewerken veel verandert. Beelden die op Instagram enorm scoren, dan heb ik het over 1000 likes en meer, zijn niet zelden de beelden waar uren aan geshopt is. Dat is niet erg, maar dat is een heel andere tak van fotografie. Een tak die mogelijk wordt gemaakt door de hedendaagse software. Maar wat is het dan? Een foto of het werk van een Photoshopkunstenaar?' Het is een keus die iedere beeldmaker voor zichzelf moet maken oordeelt Bob. 'En begrijp me ook niet verkeerd, het werk van Photoshopkunstenaars kan prachtig zijn. Als ik bijvoorbeeld kijk naar het werk van landschapsfotograaf Max Rive... De touch die hij aan zijn beelden geeft met zijn manier van nabewerken is van hoge esthetische waarde. Maar ik zie ook te veel beelden voorbij komen waaraan een hele dag geshopt is en mijlenver van de realiteit afstaan. Beelden waarbij bijvoorbeeld in de voorgrond het zonlicht vanaf links komt, en in de bomen of de achtergrond van rechts. En dat levert dan ook nog eens 40.000 likes op... Sorry, maar dat begrijp ik niet. Als we dat massaal mooi vinden, zijn we met fotografie wel heel ver afgegleden. Dat je het maximale haalt uit de omstandigheden begrijp ik helemaal. Zoals ik ook begrijp dat je in je nabewerking zaken soms wat verder doorvoert. Prima, dat kan allemaal. Maar zodra het zonlicht vanaf meerdere kanten begint te komen...'

Vincent Munier en Audun Rikardsen

Tot slot willen we van Bob weten voor welke natuurfotografen hij zelf grote bewondering heeft en waarom? Bob denkt er even over na. 'Ik geniet van iedere mooie foto, wie ze ook maakt. Namen doen me wat dat betreft niet zo heel veel. Het gaat mij om de verwondering. Als ik dan toch twee namen moet noemen… De Franse natuurfotograaf Vincent Munier en de Noor Audun Rikardsen. Beiden waardeer ik vanwege hun tomeloze inzet. Het zijn fotografen die echt bereid zijn de grenzen van de techniek en van zichzelf op te zoeken. Daar heb ik diep respect voor. Zo gaat Vincent Munier echt voor zijn eigen verhaal. Daarnaast spreekt ook de leegte in zijn beelden mij erg aan. Audun Rikardsen is een man die beelden verzint waarvan iedereen zegt dat de kans op het winnen van staatsloterij groter is dan het maken van die beelden. Maar hij doet het gewoon. Om die beelden te maken, bouwt hij allerlei dingen zelf. Bijvoorbeeld een flitsopstelling met een bereik van enkele honderden meters. Maar ook onderwaterhuizen voor ultra groothoekobjectieven. Hij doet dat gewoon. Dat vind ik echt fascinerend. Mensen die daar zo ver in gaan. Dat mis ik bij veel fotografen. Het verleggen van grenzen en gaan voor eigen ideeën. Dat is meteen ook mijn voornaamste tip, verleg je grens en ga voor eigen ideeën.'

Lees ook: de Fujifilm GFX100, revolutionaire middenformaatcamera

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie