1. Maak bijzondere schaduwen met alledaagse voorwerpen
Schaduwen zijn lang niet altijd iets wat je probeert te voorkomen. Je kunt ze juist ook bewust gebruiken als onderwerp of onderdeel van je compositie. Hiervoor gebruik je, naast een zaklamp, een voorwerp met een bijzondere vorm. Dit kan van alles zijn, zoals een vergiet, een plant, een zeef of iets heel anders.
Richt de zaklamp door of langs het voorwerp op een muur of andere egale achtergrond. Door de afstand tussen de zaklamp, het voorwerp en de achtergrond te veranderen, verander je ook de grootte en scherpte van de schaduw. Een kleine, geconcentreerde lichtbron zorgt doorgaans voor een scherpere schaduw dan een grote, diffuse lichtbron.
Probeer het voorwerp zelf buiten beeld te houden, zodat alleen de schaduw zichtbaar is. Het is ook leuk om dit experiment uit te voeren met verschillende voorwerpen of om meerdere voorwerpen voor elkaar te plaatsen, zodat de schaduwen elkaar overlappen en nieuwe patronen ontstaan.
2. Verander de kleur van je licht
Een gewone zaklamp hoeft lang niet altijd alleen wit licht te produceren. Door wat lichtdoorlatende folie of een geschikt kleurfilter voor de lichtbron te plaatsen, verander je de kleur van het licht. Fotografeer bijvoorbeeld een eenvoudig voorwerp tegen een donkere achtergrond en belicht het vanaf één kant met gekleurd licht. Fotografeer hetzelfde onderwerp met verschillende kleuren om te zien hoe de sfeer verandert.
Ook kun je met een tweede zaklamp verschillende kleuren vanaf tegenovergestelde kanten op een onderwerp laten vallen. Waar de kleuren elkaar raken en overlappen, kunnen nieuwe kleurindrukken ontstaan. Let er wel op dat de automatische witbalans van je camera de kleurweergave kan beïnvloeden. Daarom kun je ook eens met een vaste witbalansinstelling werken, zodat je de resultaten beter kunt vergelijken.
Het handigste is om voor de eerste keer een onderwerp te kiezen dat zelf wit of lichtgrijs is. De kleur van het licht wordt hier namelijk goed op zichtbaar. Let er ook op dat je geen brandbaar materiaal rechtstreeks op een zaklamp bevestigt die warm wordt.

3. Gebruik water om licht te vervormen
Licht verandert van richting wanneer het van lucht naar water of glas gaat. Dit verschijnsel noemen we lichtbreking. Die term mag je meteen weer vergeten, maar dit experiment niet. Wat je nodig hebt, is een zaklamp, een glas water en een lichte achtergrond.
Richt de zaklamp schuin door het glas water en kijk welke lichtpatronen er op de achtergrond ontstaan. Verander de hoek van de zaklamp of de positie van het glas om de patronen te beïnvloeden. Gebruik eventueel een glazen schaal of een ander doorzichtig voorwerp waar je water in kunt doen om andere vormen te creëren. Ook kleine bewegingen in het water kunnen ervoor zorgen dat het licht voortdurend verandert.
Vervolgens fotografeer je natuurlijk de patronen die op de muur, achtergrond of een ander voorwerp ontstaan doordat het licht door het water schijnt. Wanneer je een langere sluitertijd gebruikt, kun je bewegende lichtpatronen in elkaar laten overlopen. Probeer dit experiment in een donkere kamer, zodat het licht van de zaklamp beter zichtbaar wordt. Houd de zaklamp en andere elektronische apparatuur wel altijd uit het water.

4. Teken met licht zonder zelf op de foto te verschijnen
We hebben het wel vaker over lightpainting gehad, maar het blijft een leuke manier om met een zaklamp te werken. Bij lightpainting gebruik je een bewegende lichtbron tijdens een lange belichting. Je zet je camera op een statief of een andere stevige ondergrond en kiest een sluitertijd van enkele seconden.
Je kunt dit het beste in een donkere ruimte of 's nachts buiten doen. Tijdens de belichting beweeg je de zaklamp door het beeld. De camera registreert de beweging van het licht als een lichtspoor. Probeer eerst eenvoudige vormen te tekenen, zoals cirkels, spiralen of letters.
Je kunt ook stilstaande voorwerpen fotograferen en de zaklamp tijdens de belichting langs verschillende kanten van het onderwerp bewegen. Zo schilder je als het ware met licht over het onderwerp heen.
Draag zelf donkere kleding en blijf zo veel mogelijk uit het directe licht om minder zichtbaar te worden op de foto. Houd er rekening mee dat je alsnog zichtbaar kunt zijn wanneer omgevingslicht op je valt of wanneer je voor een lichte achtergrond beweegt.

5. Maak je eigen lichtbundels en spotlights
Met een zaklamp kun je niet alleen de kleur van het licht veranderen, maar ook de vorm en richting ervan. Maak bijvoorbeeld een eenvoudige lichtvormer door een ondoorzichtig stuk karton voor de zaklamp te houden, met daarin een uitgesneden opening. Je kunt dit met verschillende vormen proberen, zoals een smalle spleet, een cirkel of meerdere kleine gaatjes.
Richt het licht op een muur of voorwerp en kijk hoe de vorm van de lichtvlek verandert. Gebruik een smalle lichtbundel om slechts één onderdeel van het onderwerp te verlichten, terwijl de omgeving donker blijft.
Door de afstand tussen de zaklamp, het karton en het onderwerp te veranderen, kun je de afmetingen en scherpte van het lichtpatroon beïnvloeden. Er zijn ook zaklampen waarbij je de lichtbundel zelf kunt veranderen van breed naar smal. Deze zijn ook leuk om hiervoor te gebruiken.
Combineer dit bijvoorbeeld met een portret waarbij je alleen een klein deel van het gezicht verlicht. Zo kun je met een eenvoudige zaklamp dramatische effecten creëren. Let er wel op dat je voldoende afstand houdt tussen het karton en de warme onderdelen van de lamp. Experimenteer ook met de positie van het licht om te zien hoe de schaduwen veranderen.

Wat heb je nodig om te beginnen?
Voor de meeste experimenten is een eenvoudige zaklamp voldoende. Een model met instelbare lichtsterkte of bundelbreedte geeft je wat meer mogelijkheden. Je hoeft ook echt niet meteen meerdere zaklampen aan te schaffen. Begin vooral met wat je al in huis hebt. Ook is een statief of stabiele ondergrond handig, omdat je bij weinig licht vaak een langere sluitertijd nodig hebt.
Als het mogelijk is, kun je het beste de zelfontspanner gebruiken. Hiermee voorkom je bewegingsonscherpte die wordt veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop. Ook is het handig als je de sluitertijd handmatig kunt instellen, vooral wanneer je lichtsporen wilt fotograferen. Een donkere kamer is daarnaast handig, maar geen vereiste. Volledige duisternis is namelijk niet voor elk experiment nodig.
Begin met één experiment en, zoals het woord al zegt, experimenteer ermee. Verander na elke foto telkens één onderdeel, zoals de afstand, lichtrichting of sluitertijd. Op deze manier ontdek je zelf welke verandering welk effect heeft.
Met een zaklamp kun je op een eenvoudige manier ontdekken hoeveel invloed licht werkelijk heeft op een foto. De experimenten hierboven laten zien dat licht niet alleen bepaalt of een onderwerp zichtbaar is, maar ook hoe vormen, kleuren, structuren en beweging worden vastgelegd.
Je hoeft bovendien niet alles in één keer goed te doen. Juist door verschillende opstellingen uit te proberen, ontdek je nieuwe mogelijkheden!