Eerste objectief na je kitlens: zo kies je
Negen van de tien keer koop je jouw eerste camera samen met een kitlens. Dat is meestal een standaard zoomlens met een bereik van bijvoorbeeld 18-55mm, 16-50mm of iets vergelijkbaars. Daar kun je verrassend veel mee fotograferen, van landschappen en reisfoto’s tot portretten. Toch komt er vaak een moment waarop je merkt dat je kitlens niet alles kan wat jij wilt. Misschien wil je mooiere achtergrondonscherpte, betere foto’s bij weinig licht, meer bereik voor dieren of sport, of juist een wijder beeld voor reizen en landschappen. Dan komt vanzelf de vraag: welk objectief na je kitlens past het beste bij jouw fotografie?
Je kitlens is niet per se slecht
Laten we eerst een misverstand uit de wereld helpen: je kitlens is geen slechte lens. Voor veel beginnende fotografen is het juist een prima objectief om mee te leren. Kitlenzen zijn vaak compact, licht en veelzijdig.
Je leert ermee hoe brandpuntsafstand werkt, hoe je composities maakt en welk soort fotografie je leuk vindt. Zolang je geen extreme omstandigheden opzoekt, doet een kitlens meestal goed wat hij moet doen.
De beperkingen merk je vooral bij lichtsterkte, bereik en achtergrondonscherpte. Daarom is het slim om niet meteen zomaar een nieuwe lens te kopen, maar eerst te bepalen wat je precies mist.
Welk objectief na je kitlens past bij jou?
Er bestaat niet één beste objectief na je kitlens. De juiste keuze hangt af van wat jij fotografeert en waar je nu tegenaan loopt.
Stel jezelf daarom eerst deze vragen:
- Zijn je foto’s binnen vaak donker of bewogen?
- Wil je mooiere wazige achtergronden bij portretten?
- Kun je niet dicht genoeg bij dieren, sport of details komen?
- Wil je meer in beeld krijgen bij landschappen, steden of interieurs?
- Wil je kleine onderwerpen fotograferen, zoals bloemen, insecten of producten?
- Vind je je kitlens niet scherp of lichtsterk genoeg?
Je eerste lens kopen wordt een stuk makkelijker wanneer je weet welk probleem je wilt oplossen. Zo kies je geen objectief omdat het populair is, maar omdat het echt iets toevoegt aan jouw fotografie.
Optie 1: een lichtsterke 35mm of 50mm prime
Voor veel beginners is een lichtsterke prime-lens de meest logische eerste upgrade. Een prime-lens heeft een vaste brandpuntsafstand. Je kunt dus niet in- of uitzoomen, maar daar krijg je vaak veel voor terug. Denk aan een 35mm f/1.8 of 50mm f/1.8. Zulke lenzen zijn vaak lichtsterker dan een kitlens. Daardoor kun je makkelijker fotograferen bij weinig licht en krijg je sneller een mooie onscherpe achtergrond.
Dat is vooral handig voor portretten, familiebeelden, straatfotografie en fotografie binnenshuis.
Een 35mm is meestal veelzijdiger voor dagelijks gebruik, reizen en fotograferen binnen. Een 50mm is vaak erg geschikt voor portretten en details, maar kan binnen wat krap aanvoelen.
Let goed op je sensorformaat. Op een APS-C-camera voelt een 50mm ongeveer als 75mm op full-frame. Op Micro Four Thirds voelt diezelfde 50mm ongeveer als 100mm. Daardoor is een 50mm op die systemen meer een korte portretlens dan een algemene lens voor dagelijks gebruik.
Gebruik je APS-C of Micro Four Thirds, dan is een 35mm vaak de flexibelere keuze als eerste objectief na je kitlens.
Optie 2: een telezoom voor dieren, sport en reizen
Een telezoom is interessant wanneer je onderwerp vaak te ver weg is. Denk aan dieren, sport, spelende kinderen, evenementen of details tijdens het reizen.
Veelvoorkomende bereiken zijn bijvoorbeeld:
- 55-200mm
- 55-250mm
- 70-300mm
- 70-200mm
Met een telezoom haal je onderwerpen dichterbij zonder zelf dichterbij te hoeven komen. Dat is handig bij wildlife, sport en reisfotografie, maar ook voor portretten waarbij je iets meer afstand tot je model wilt houden.
Er zijn wel aandachtspunten. Teleobjectieven zijn gevoeliger voor bewegingsonscherpte. Beeldstabilisatie is daarom handig. Ook zijn betaalbare telezooms vaak minder lichtsterk, waardoor je meer licht nodig hebt of met een hogere ISO moet fotograferen.
Daarnaast zijn teleobjectieven meestal groter, zwaarder en duurder dan een eenvoudige prime-lens.
Optie 3: een groothoeklens voor landschap, stad en interieur
Een groothoeklens kies je wanneer je juist méér in beeld wilt krijgen. Dat is vooral handig bij landschappen, architectuur, interieurs en reisfotografie.
In smalle straatjes, kleine kamers of weidse landschappen kan een groothoekobjectief veel verschil maken. Je krijgt meer van de omgeving in beeld en kunt makkelijker laten zien waar je onderwerp zich bevindt.
Denk bij groothoek aan brandpuntsafstanden van ongeveer 20mm of lager op full-frame. Gebruik je een APS-C-camera of Micro Four Thirds, dan moet je rekening houden met de cropfactor.
Let ook op vervorming. Bij groothoeklenzen kunnen rechte lijnen sneller scheef lijken, vooral wanneer je de camera kantelt of onderwerpen dicht bij de rand van het beeld plaatst. Dat kan creatief werken, maar soms oogt het onnatuurlijk.
Omdat veel kitlenzen aan de wijde kant al redelijk breed beginnen, is een aparte groothoeklens vooral interessant als je nog steeds merkt dat je beeld vaak te krap is.
Optie 4: een macro-objectief voor close-ups
Een macro-objectief is bedoeld om kleine onderwerpen groot in beeld te brengen. Denk aan bloemen, insecten, sieraden, eten of productfoto’s.
Voor close-ups is een macro-objectief veel geschikter dan een gewone kitlens. Je kunt dichterbij scherpstellen en veel meer detail vastleggen.
Macrofotografie vraagt wel om geduld. De scherptediepte is vaak extreem klein, waardoor scherpstellen heel nauwkeurig komt. Een statief en extra licht kunnen daarom veel verschil maken.
Kies dus vooral voor macro als je echt geïnteresseerd bent in details en kleine onderwerpen. Het is een geweldige lens voor beginners die graag rustig en precies fotograferen.
Optie 5: een betere standaardzoom
Niet iedereen wil een vaste brandpuntsafstand, extra telebereik of een speciale macrolens. Misschien wil je vooral een betere versie van je kitlens. Dan is een betere standaardzoom een logische keuze.
Een kitlens is eigenlijk ook een standaardzoomobjectief. Een upgrade kan bijvoorbeeld meer lichtsterkte bieden, zoals een lens met f/2.8. Daardoor kun je beter fotograferen in donkere situaties en makkelijker een kleinere scherptediepte krijgen.
Standaardzooms zijn er in allerlei bereiken, vaak met een minimale brandpuntsafstand tussen 17 en 24mm en een maximale brandpuntsafstand tussen 50 en 105mm.
Een betere standaardzoom past goed bij fotografen die veel verschillende onderwerpen fotograferen en niet steeds van lens willen wisselen. Zoek je vooral meer kwaliteit en gebruiksgemak, dan kan dit het meest praktische objectief na je kitlens zijn.
Let op je lensvatting en cameratype
Voordat je een nieuwe lens koopt, moet je altijd controleren of de lens op je camera past. Het belangrijkste daarbij is de lensvatting. Dat is de aansluiting waarmee je het objectief op je camera klikt.
Heeft de lens niet de juiste vatting, dan past hij niet op je camera. Zoek daarom altijd je cameramodel op in combinatie met het woord ‘lensvatting’.
Let daarnaast op je sensorformaat. Bij APS-C geldt vaak een cropfactor van ongeveer 1,5. Bij Micro Four Thirds is dat ongeveer 2. Daardoor voelt dezelfde brandpuntsafstand op verschillende camerasystemen anders aan.
Een 50mm op full-frame is dus niet hetzelfde in gebruik als een 50mm op APS-C of Micro Four Thirds.
Tweedehands een lens kopen
Een objectief tweedehands kopen kan slim zijn, zeker als je je eerste lens na je kitlens zoekt en niet meteen te veel wilt uitgeven.
Controleer wel goed of de lens in goede staat is. Let onder andere op:
- krassen op het glas;
- stof of schimmel in de lens;
- een onverklaarbare waas in het beeld;
- haperende zoom- of scherpstelringen;
- beschadigingen aan de lensvatting;
- autofocus die niet goed werkt.
Test de lens bij voorkeur voordat je hem koopt. Koop je bij een officiële refurbished-handelaar of camerawinkel, dan krijg je vaak ook garantie. Dat kan prettig zijn als je nog weinig ervaring hebt met tweedehands objectieven.
Veelgemaakte fouten bij je eerste lens kopen
Een nieuwe lens kopen is leuk, maar het is makkelijk om de verkeerde keuze te maken. Let daarom op deze valkuilen:
- Een lens kopen omdat iemand anders hem goed vindt.
- Alleen naar zoombereik kijken en niet naar lichtsterkte.
- Vergeten te controleren of de lens op je camera past.
- Denken dat een duurdere lens automatisch betere foto’s maakt.
- Te veel lenzen tegelijk willen kopen.
- Geen rekening houden met formaat en gewicht.
- Een lens kopen zonder te weten welk probleem je wilt oplossen.
Koop vooral een lens die past bij wat jij fotografeert. Leer die lens goed kennen voordat je opnieuw gaat uitbreiden.
Welke lens past bij jou?
- Twijfel je nog? Dan helpt deze simpele indeling:
- Portretten en weinig licht: kies een 35mm of 50mm prime.
- Dieren, sport en onderwerpen op afstand: kies een telezoom.
- Landschappen, steden en interieurs: kies een groothoeklens.
- Bloemen, insecten en details: kies een macro-objectief.
- Alleskunner met betere kwaliteit: kies een betere standaardzoom.
Zo wordt je keuze minder technisch en meer praktisch. Je kijkt niet naar wat ‘de beste lens’ is, maar naar wat jij nodig hebt.
Conclusie
Het eerste objectief na je kitlens hangt vooral af van wat je mist. Wil je mooiere portretten of betere prestaties bij weinig licht, dan is een lichtsterke 35mm of 50mm een sterke keuze. Wil je onderwerpen dichterbij halen, dan past een telezoom beter. Voor landschappen en interieurs is een groothoeklens handig, terwijl een macro-objectief ideaal is voor details en close-ups.
De beste lens voor beginners is dus niet automatisch de duurste of populairste lens. Het is de lens die aansluit bij jouw fotografie, jouw camera en het probleem dat je wilt oplossen.
