8 tips voor astrofotografie

Sterre Hartjes 283
Het fotograferen in de nacht kan zorgen voor de mooiste plaatjes, maar dit is niet zonder enige problemen. Met deze tips maak jij de mooiste foto's van vallende sterren, de Melkweg of het noorderlicht.

Tip 1 belichtingsdriehoek bij astrofotografie

Voor het fotograferen van de lucht in het donker wordt een ISO van 1600 geadviseerd. Kijk echter bij astrofotografie wel uit dat je je ISO niet te hoog instelt. Hierdoor kan je namelijk ongewenste ruis in je foto krijgen.

Voor het diafragma wordt f/4 geadviseerd. Hoe lager het getal, hoe groter de opening van je diafragma, dus hoe meer licht de lens doorlaat naar je sensor. In het donker is het belangrijk dat je zoveel mogelijk licht naar binnen krijgt, daarom zet je het diafragma het liefst zo groot mogelijk.

Om nog meer licht naar binnen te krijgen moet ook de sluitertijd aangepast worden. Advies sluitertijd voor in het donker is een sluitertijd van 20 seconden. In het donker moet je de sensor langer blootstellen dan normaal omdat er te weinig licht naar binnen kan. Bij astrofotografie kan een lange sluitertijd een probleem worden (zie tip 4). 

Je kennis van de belichtingsdriehoek even opfrissen? Klik hier!

Tip 2 Focussen in het donker

Focussen in het donker kan een probleem zijn bij astrofotografie. Zorg daarom dat je infinity focus op je camera weet te vinden. Zo is en blijft alles scherp. Onthoud ook dat je je autofocus uitzet.

Tip 3 De '600' regel bij astrofotografie

Deze formule voor astrofotografie is wat lastiger maar het gaat je zeker helpen bij het fotograferen. Met deze formule bereken je hoe lang je sluitertijd moet zijn voordat de sterren lijnen trekken in je foto.

600/f = tijd. Voorbeeld: 600/18f = 33 seconden.

Tip 4 Zo min mogelijk beweging in je foto

Elke foto die een langere sluitertijd heeft dan 1/60ste van een seconde heeft stabilisatie nodig met behulp van een statief. Bij het maken van een timelapse kan je het beste een draadontspanner gebruiken. Hiermee hoef je de camera niet aan te raken wat kan zorgen voor onnodige bewegingen en kan je makkelijk de spiegelvergrendeling inschakelen.

Tip 5 Witbalans bij astrofotografie

Advies voor je witbalans is 3400k. Hier mee krijg je een mooiere, koele blauwe lucht. Schiet wel altijd in RAW zodat je in de nabewerking de witbalans kan aanpassen zonder dat de kwaliteit verloren gaat.

Tip 6 Hou je objectief warm

Zorg dat je objectief warmer is dan de buitentempratuur of even warm.  Als het glas van je objectief kouder wordt dan buiten kan deze beslaan en dat is het laatste wat je wilt bij het fotograferen. Maak gebruik van lenswarmers of zorg dat je een extra objectief meebrengt die je warm hebt gehouden

Tip 7 Locatie en veiligheid

Zorg dat je een mooie plek hebt gevonden die je kent. Ga niet zomaar naar een onbekend weiland in het donker. Op internet vind je genoeg plekken waar je terecht kan voor de mooiste plaatjes. Laat ook altijd weten aan andere waar je bent.

Tip 8 Zorg dat je de poolster kunt vinden

Of je nu sterrensporen wilt fotograferen of het noorderlicht, het is handig als je het noorden of de poolster kan vinden. Fotografeer je richting het noorden zullen alle sterren rond de poolster draaien. Fotografeer je richting het zuiden, dan zullen de sterren over de horizon buigen.

Let op: Dit zijn basis instellingen en dit kan per locatie, weer en camera appratuur verschillen