8 tips die helpen bij fotografie

Sterre Hartjes 548
Met deze 8 tips wordt jouw leven als fotograaf een stukje makkelijker gemaakt. Wat heb je allemaal nodig in je cameratas? Lees het hier.

Tip 1. Gaffer tape

Tape in alle kleurtjes om specifiek te zijn. Gaffer tape is de ducktape van fotografen. Het plakt goed, is stevig en het laat geen vieze plakkerige resten achter. Alles is te plakken met gaffer tape. Daarnaast komen de verschillende kleuren van het tape goed van pas om je spullen te labelen. Bij gebruik van meerdere flitsers plak je een stukje gekleurd tape op de flitser en trigger en kan je met kleuren makkelijker aangeven op welke frequentie ze staan ingesteld.  

Tip 2. Oplaadbare batterijen

Denk hier vooral aan AA batterijen. Bijna alle apparatuur die gebruikt wordt in de camera wereld heeft AA batterijen nodig. Om geld te besparen zijn oplaadbare batterijen nog beter. Extra tip wanneer het gaat over batterijen; koop het dubbele van wat je denkt dat je nodig hebt. Zo ben je er zeker van dat je genoeg hebt.

Tip 3. Batterij houders

Ook batterijhouders zou je in zo veel mogelijk kleurtjes moeten hebben. Zo vind je ze makkelijk in je cameratas. Extra tip: doe volle batterijen met de positieve kant naar boven en batterijen die leeg zijn met de negatieve kant naar boven. Zo herken je welke vol zijn en welke niet.

Tip 4. Camerabatterijen

Nu we toch bezig zijn over batterijen gaan we het meteen hebben over camerabatterijen. Ook van deze is het slim om altijd een backup mee te nemen. Doe een klein stukje gekleurde gaffer tape op de batterijen. Waarom? Camera batterijen worden door de jaren heen minder goed. Als je een kleurtje op de batterij hebt geplakt weet je welke er ouder is dan de ander.

Tip 5. SD kaart hoesje/tasje

Hou al je SD kaartjes op één plek. SD kaartjes zijn duur, klein en zonde om kwijt te raken (zeker wanneer er werk op staat). Zorg dat alle SD kaartjes in een hoesje/tasje komen en stop deze dan weer in je cameratas. Zo heb je altijd je SD kaartjes bij je en raak je ze minder snel kwijt.

Extra tip: ook bij SD kaartjes kan je ze omdraaien zodra ze vol zijn zodat je makkelijk ziet welke je wel en niet kan gebruiken. Zijn de kaarten geformatteerd en klaar voor gebruik, doe ze dan rechtop met het label zichtbaar in de hoes. SD kaarten die nog niet geformatteerd zijn kan je op de kop met het label niet zichtbaar in de hoes doen.

Tip 6. Externe harde schijf

Sla altijd je werk op op een externe harde schijf. Doe dit zo snel mogelijk nadat je klaar bent met een klus om misverstanden te voorkomen. Stel je voor; je hebt een klus in het buitenland, sla je werk dan op op twee verschillende schijven. Zodra je weer naar huis reist doe je een van de schijven in je bagage die je hebt ingecheckt en de ander in je handbagage. Als er een van de tassen kwijt raakt heb je altijd nog een back-up in je andere tas.

Tip 7. Let op de kou

Zodra het kouder wordt moet er gelet worden op tempratuur verschillen. Sta je buiten in de kou te fotograferen en je gaat daarna naar binnen om verder te gaan met de shoot, dan zal je objectief beslaan. Om dit te voorkomen kan je voordat je naar binnen gaat een plastic zak over je objectief doen. Op deze manier kan je apparatuur wennen aan het tempratuur verschil zonder condens te krijgen. Zodra de camera de zelfde tempratuur heeft als de binnentemperatuur kan de zak verwijderd worden.

Tip 8. Batterijen in de kou

Al die extra batterijen kunnen niet goed tegen de kou. Stop ze daarom in je jaszak of doe ze in een apart vak in je cameratas samen met een handen/voeten warmer. Leg de batterijen hier niet tegen aan maar wel in de buurt zodat ze warm blijven.

Lees ook: Beginnen met fotografie: 3 tips