Basiscursus: verbeter je flitsfoto's

Basiscursus: verbeter je  flitsfoto's

Redactie 1460
In het winterseizoen ben je meestal aangewezen op flitslicht als je binnen fotografeert. De resultaten vallen echter vaak tegen. De foto's vertonen overbelichte gezichten, harde schaduwen en rode ogen. We geven een aantal tips hoe jij je flitsfoto's kunt verbeteren. Hoewel je ook buiten goed gebruik kunt maken van flitslicht, concentreren we ons gezien het jaargetijde op het binnen gebeuren.

Nu de dagen korter zijn, kun je fantastische foto's maken van winterse landschappen. Of er een winter met sneeuw en ijs komt blijft afwachten, maar ook ijzel en mist kunnen sfeervolle foto's opleveren. Toch zul je in dit jaargetijde vooral binnenshuis fotograferen. Omdat er in de winter veel minder daglicht is, ontkom je er bijna niet aan om flitslicht te gebruiken. Flitslicht heeft een slechte naam bij veel fotografen, waardoor ze het liever niet gebruiken. Door een aantal regels in acht te nemen, kun je toch goede resultaten krijgen.

Flitsers zijn - even afgezien van studio-flitsers - in twee soorten te verdelen: de ingebouwde flitser en de externe (reportage) flitser. De ingebouwde fl itser heeft duidelijke beperkingen. Door het kleine formaat is de flitskracht beperkt, waardoor je hem in een wat grotere ruimte alleen kunt gebruiken als je de lichtgevoeligheid van je camera flink verhoogt. De ingebouwde flitser is vooral geschikt voor gebruik in kleine kamers en als invul flitser. Daarmee bedoelen we dat we het flitslicht gebruiken om het onderwerp op te helderen bij tegenlicht. Veel fotografen besluiten vroeg of laat een externe flitser aan te schaffen.


Zonder invulflits


Met invulflits

Gebruik een reportageflitser

Een externe flitser heeft veel meer power, zodat je hem ook in grotere ruimtes zoals een zaal kunt gebruiken. Omdat de flitskop verder van de lens zit is de lichtval beter en is er nauwelijks kans op rode ogen. Kies een type met een draaibare flitskop, waardoor je via een plafond of zijwand kunt flitsen. Een extra voordeel is dat een externe flitser een veel effectievere scherpstelhulpverlichting dan de camera heeft. Als er zo weinig licht is dat de camera moeilijk scherp kan stellen, projecteert de flitser een patroon van rood licht over het onderwerp. Kies je een flitser die voor jouw camera is gemaakt, dan schakelt de camera automatisch naar de goede instellingen en wordt de belichting aangepast. Kies een flitser van het cameramerk of van onafhankelijke fabrikanten, zoals Metz en Sigma. In de typenaam zit meestal het richtgetal verborgen. Hoe hoger het getal, hoe hoger de flitskracht. Een ingebouwde flitser heeft een richtgetal van ongeveer 10, waarmee je bij een gevoeligheid van iso 400 een meter of vier kunt flitsen. Een opsteekflitser heeft al snel een richtgetal van 52 waardoor je tot een meter of 14 komt!

Let op de achtergrond

Of je nu met de ingebouwde of een externe flitser werkt, zorg er altijd voor dat je niet recht tegenover een raam of bijvoorbeeld een glanzende deur of kast staat te flitsen. De flits zal in het glanzende oppervlak reflecteren waardoor je foto waarschijnlijk verknoeid wordt. De oplossing is heel eenvoudig: doe een flinke stap opzij zodat je niet meer loodrecht tegenover het glas of de glimmende deur staat. Om zwarte slagschaduwen en een donkere achtergrond te vermijden kun je het onderwerp – als je rechtuit flitst - beter zo dicht mogelijk tegen de muur plaatsen.


Zorg dat de flits niet in glanzende oppervlaktes reflecteert

Flits via het plafond of de zijwand

Zoals gemeld kun je bij de meeste externe flitsers de flitskop verdraaien om via een plafond of zijwand te 'bouncen'. Je maakt van het plafond of de zijwand een enorme lichtreflector waardoor je een natuurlijkere lichtval hebt. Flits alleen via plafond of zijwand als deze een neutrale tint, zoals wit of grijs heeft. Flits je via een gele muur of bijvoorbeeld het rode plafond in een Chinees restaurant, dan krijg je een foto met een enorme kleurzweem. Omdat flitsen via het plafond veel stroom kost is het verstandig om een extra setje batterijen bij de hand te houden.

Corrigeer het flitslicht

Voor de beste resultaten zul je het flitslicht af en toe moeten corrigeren. Bij een externe flitser is deze correctiefunctie vaak redelijk gemakkelijk te vinden, maar bij de ingebouwde flitser zit hij meestal behoorlijk diep in het cameramenu verstopt. Zorg dat je weet waar je hem kunt vinden, zodat je hem snel kunt gebruiken als het nodig is. Correctie is nodig als het onderwerp of de achtergrond te veel afwijkt van een gemiddelde helderheid. Bij het fotograferen van een groepje feestvierders met zwarte kleding, is de kans groot dat de gezichten overbelicht worden door de flits. Hetzelfde probleem kan ontstaan als personen op een zwarte bank zitten of voor een zwarte achtergrond staan. Je moet dan een correctie van -1 of zelfs -2 instellen. Andersom kun je ook onderbelichting krijgen als de personen witte kleding dragen, je moet de flitscorrectie dan bijvoorbeeld op +1 zetten. Als je via het plafond flitst, hoef je door de egale belichting meestal niet te corrigeren.

Plaats onderwerpen op dezelfde afstand

Vermijd het fotograferen van verschillende onderwerpen die zich op verschillende afstanden van de camera bevinden. Als de ene persoon zich op een meter van de camera bevindt en de andere op drie meter, zal een van de twee onherroepelijk onder- of juist overbelicht worden. Zet personen daarom naast elkaar zodat ze een gelijke hoeveelheid flitslicht krijgen. Zorg er ook voor dat je geen voorwerpen op de voorgrond hebt. Normaliter is dat vaak wel aan te bevelen, omdat het diepte in je foto brengt. Bij flitsen is het resultaat echter een sterk overbelicht en daardoor bijna onherkenbaar object in de voorgrond. Door indirect flitsen heb je geen last van deze problemen.


Plaats de personen op dezelfde afstand van de flitser. Foto's © Mark Moed

Verhoog de gevoeligheid

Het gebruik van een hogere gevoeligheid heeft verschillende voordelen bij flitsfotografie. Ten eerste wordt het bereik van de flitser vergroot. Schakel je van iso 200 over naar iso 400 dan krijg je anderhalf keer meer bereik en bij iso 800 reikt het flitslicht zelfs tweemaal verder. Het tweede voordeel is dat je door een hogere gevoeligheid meer voordeel van het omgevingslicht hebt. Het licht van de aanwezige verlichting is dus ook zichtbaar op de foto waardoor je minder zwarte schaduwen hebt. Je maakt hier optimaal gebruik van als je een relatief lage sluitertijd, zoals een 1/60 of 1/30 gebruikt. Moderne camera's maken prima foto's bij de hogere iso-waarden, iso 800 is bijvoorbeeld bijna altijd goed.

Vermijd rode ogen

Rode ogen bij flitsfotografie ontstaan, doordat de ingebouwde flitser in feite te dicht bij de lens geplaatst is. Bij weinig licht opent de oogpupil zich meer, waardoor de binnenkant van het oog door het flitslicht wordt verlicht. Fabrikanten hebben jaren geleden een methode ontwikkeld om dit effect te verminderen. Door het af laten gaan van een of meerdere voorflitsen sluit de oogpupil zich een beetje. Het nadeel is dat veel mensen de voorflitsjes vervelend vinden. Sommige camera's hebben een ingebouwde softwarematige verwijdering van rode ogen, waarbij de camera de rode ogen meteen na de opname opspoort en corrigeert. Wat je verder zelf kunt doen: doe meer lampen aan en laat je onderwerp in een lamp kijken. De ultieme oplossing is ook hier de aanschaf van een externe flitser.

Stel camera en flitser goed in

Verdiep je in de instellingen van je camera en de (externe) flitser. Schakel de volautomatische modus eens uit en experimenteer met de instellingen. Kijk tot welke gevoeligheid en sluitertijd je kunt gaan. Als de ruis storend zichtbaar is of als je bewogen foto's krijgt, ben je te ver gegaan. Camera's met ingebouwde flitser hebben een aantal speciale flitsinstellingen, zoals 'invulflits' en 'slow flash'. Beide zijn bedoeld om het flitslicht met het bestaande licht te combineren. Invulflits kun je gebruiken bij veel licht of buiten, maar ook als er bijvoorbeeld zonlicht in de kamer valt. Het flitslicht zal voornamelijk de schaduwen ophelderen. Bij slow flitsmodus meet de camera het licht en verlaagt de belichtingstijd. Daardoor komt omgevingslicht beter tevoorschijn in je foto. Bij snelle actie is er kans op bewegingsonscherpte.

Samenvattend

Door het gebruik van flitslicht kun je gemakkelijk goed belichte opnames in donkere ruimtes maken. Door het toepassen van eenvoudige tips en aanwijzingen zullen de bekende problemen, zoals harde schaduwen, overbelichting en rode ogen worden verminderd. Door gebruik van een reportageflitser worden de meeste problemen automatisch opgelost. Bovendien krijg je meer mogelijkheden, meer power en een veel mooiere belichting.


Foto © Carina Dumais

Carina Dumais maakt gebruik van een externe flitser om bijzondere portretten te maken. Tijdens het maken van deze foto heeft ze de ingebouwde flitser afgedekt met een zwarte panty. Carina: 'Zo werkt hij als een soort softbox en je krijgt bij gebruik van een glanspanty een zachte glans in de foto.' De ingebouwde flitser stuurt de op een statief geplaatste externe flitser aan die via het plafond flitste.

Digifoto Starter 4.2015

Deze basiscursus komt uit digifoto Starter 4.2015 en is geschreven door Mark Moed.  Je kunt deze editie (of andere voorgaande nummers) los bestellen voor €7,95 incl. verzendkosten (Nederland).

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie