Welk genre past bij jou als fotograaf?
Iedere fotograaf begint ongeveer hetzelfde. Je pakt je camera en fotografeert alles wat je interessant vindt. Een portret hier, een landschap daar, misschien wat straatbeelden of details. In het begin is dat juist goed. Je ontdekt wat er mogelijk is en wat je leuk vindt. Maar na een tijdje komt vaak dezelfde vraag op: wat is eigenlijk mijn ding? Waar wil ik me echt in ontwikkelen?
Het vinden van je genre voelt soms alsof je een keuze moet maken, maar in werkelijkheid werkt het anders. Het is geen beslissing die je neemt, het is iets wat langzaam ontstaat. Een veelgemaakte fout is dat fotografen te vroeg proberen te bepalen wat hun genre is. Ze denken dat ze moeten kiezen tussen portret, landschap, straat of product. In de praktijk werkt dat vaak juist tegen je. Door jezelf te beperken, mis je kansen om te ontdekken wat je echt ligt.
In deze fase is het juist belangrijk om breed te fotograferen. Probeer verschillende dingen uit en kijk waar je energie van krijgt. Niet alleen tijdens het fotograferen zelf, maar ook daarna. Welke beelden vind je leuk om te bewerken? Welke foto’s blijf je terugkijken? Daar zit vaak al een eerste aanwijzing.
Kijk naar wat je blijft doen
Je genre herken je meestal niet aan wat je een keer doet, maar aan wat je blijft doen. Misschien merk je dat je telkens weer mensen fotografeert, zelfs als je eigenlijk iets anders van plan was. Of dat je altijd oog hebt voor licht in landschappen, ook als je zonder camera loopt. Die herhaling is belangrijk. Het laat zien waar je interesse ligt. Je hoeft het niet te forceren, het gebeurt vanzelf.
Een goede vraag om jezelf te stellen is: wat fotografeer ik als niemand me vraagt om iets te maken? Het antwoord daarop zegt vaak meer dan je denkt.
Waar zit je nieuwsgierigheid
Een genre kiezen gaat niet alleen over wat je kunt, maar vooral over wat je wilt begrijpen. Goede portretfotografen zijn vaak nieuwsgierig naar mensen. Landschapsfotografen hebben oog voor licht en omgeving. Straatfotografen letten op gedrag en momenten. Vraag jezelf af waar je aandacht naartoe gaat. Niet alleen met je camera, maar ook zonder. Wat valt je op? Waar blijf je naar kijken? Dat is vaak de richting waarin je genre zich ontwikkelt.
Veel beginners denken dat ze eerst een stijl moeten hebben voordat ze een genre kiezen. In werkelijkheid is het andersom. Je stijl ontstaat juist doordat je vaker hetzelfde soort onderwerpen fotografeert. Je maakt keuzes, ontdekt wat werkt en ontwikkelt langzaam een manier van kijken. Als je bijvoorbeeld veel portretten maakt, ga je vanzelf letten op licht, houding en expressie. Doe je dat vaak genoeg, dan ontstaat er een herkenbare manier van werken. Je genre is dus geen eindpunt, maar een startpunt voor je stijl.
Blijf combineren
Ook als je merkt dat je een voorkeur hebt, betekent dat niet dat je andere genres moet loslaten. Sterker nog, juist het combineren van invloeden maakt je werk interessanter. Een portretfotograaf die kijkt naar licht zoals een landschapsfotograaf, of een straatfotograaf die aandacht heeft voor compositie zoals in productfotografie, ontwikkelt vaak een sterkere beeldtaal. Zie je genre dus niet als een beperking, maar als een basis waar je op verder bouwt.
Oefening: ontdek je voorkeur
Een simpele oefening kan helpen om richting te krijgen. Kijk naar je laatste honderd foto’s en stel jezelf een paar vragen:
- Welke beelden vind ik echt goed?
- Welke foto’s zou ik opnieuw willen maken?
- Waar zat ik het meest in tijdens het fotograferen?
Je zult merken dat er patronen ontstaan. Misschien niet meteen heel duidelijk, maar wel genoeg om een richting te zien.
Het verandert met de tijd
Je genre ligt niet vast. Wat je nu interessant vindt, kan over een jaar anders zijn. Dat is geen probleem, maar juist een teken dat je groeit. Veel fotografen beginnen breed, focussen zich daarna op één richting en verbreden later weer hun werk. Het belangrijkste is dat je blijft fotograferen en blijft kijken naar wat je aanspreekt.
Op een gegeven moment merk je dat je minder hoeft na te denken over wat je wilt fotograferen. Je weet waar je op let en wat je zoekt in een beeld. Dat is vaak het moment waarop je genre zich vanzelf heeft gevormd. Niet omdat je ervoor gekozen hebt, maar omdat je er naartoe bent gegroeid. En dat is precies hoe het hoort.
