Florence D’Elle: zelfportret, sprookjes en collodium
D'Elle is een Belgische fotograaf en auteur. Zij presenteert werk uit Un Conte. In deze serie gebruikt ze zelfportretten en beelden van haar dochter om de positie van vrouwen binnen de symbolische wereld van sprookjes te onderzoeken. Hiervoor gebruikt zij grootformaatfotografie en het collodiumprocedé.
Dit historische proces is traag en laat zich niet volledig controleren. Vlekken, onregelmatigheden en andere imperfecties blijven zichtbaar en worden juist een bewust onderdeel van haar beeldtaal. Haar foto's krijgen hierdoor een haast tijdloos karakter. De beelden verwijzen naar een lichte en verstilde sprookjeswereld, maar dragen tegelijkertijd sporen van geweld en ongemak.
D'Elle haalt haar inspiratie onder meer uit de filmische werelden van Jean Cocteau en Jane Campion. Tijdens de tentoonstelling presenteert ze daarnaast Opprinnelsen, een boek dat voortkwam uit haar artist residency bij het Sunnhordland Museum op het Noorse eiland Halsnøy.
Ingrid Dorner: ingrijpen in het fotografische materiaal
De in München gevestigde, van oorsprong Franse kunstenaar Ingrid Dorner toont werk uit drie series: Liminal, Zimmer 23 en Merveille. Deze drie reeksen vormen samen verschillende stadia van eenzelfde beweging. Zimmer 23 draait om een innerlijke ruimte, waarbij de kamer zowel als fysieke als psychologische plek wordt benaderd. In Liminal staat juist de overgang centraal: het moment waarop iets niet meer is wat het was, maar ook nog niet volledig iets anders is geworden.
Het bijzondere is dat deze transformatie ook letterlijk in het fotografische materiaal plaatsvindt. Dorner gebruikt onder meer mordançage, een chemisch proces waarbij delen van de fotografische emulsie worden aangetast en loskomen. Tijd, chemie en handmatige bewerkingen worden daardoor onderdeel van het uiteindelijke beeld. In Merveille ontstaat er vervolgens weer voorzichtig ruimte voor beweging en verbeelding.
De series komen voort uit Dorners persoonlijke ervaring met de ziekte van haar dochter. Het lichaam wordt daarbij niet van buitenaf als onderwerp bekeken, maar juist vanuit een persoonlijke en doorleefde ervaring.
Tijdens de tentoonstelling presenteert Dorner ook haar recent verschenen boek Liminal – La chimie du temps.

Birgit Graschopf: fotografie op schuurpapier en beton
De in Wenen gevestigde Birgit Graschopf werkt met geënsceneerde fotografie waarin vrouwelijke figuren vaak centraal staan. Haar beelden bewegen tussen het intieme en het mysterieuze en bevatten verwijzingen naar romantiek en surrealisme.
In haar serie Still/Silence, die ze tussen 2022 en 2026 maakte, gaat ze bovendien verder dan de traditionele fotografische afdruk. Graschopf kleurt zwart-witbeelden gedeeltelijk met de hand in en brengt fotografische emulsie zelf aan op materialen als schuurpapier en gegoten beton. Daarmee krijgt het oppervlak van de foto's een nadrukkelijke fysieke aanwezigheid.
De fotografische drager is hierdoor niet langer alleen een neutrale ondergrond, maar wordt onderdeel van het beeld zelf. Het resultaat beweegt zich tussen fotografie, schilderkunst en object.

Lisen Stibeck: tussen wat je ziet en wat je voelt
De Zweedse fotograaf en kunstenaar Lisen Stibeck richt zich in haar werk op de identiteit van jongeren en op het innerlijke landschap van de menselijke psyche. Hiervoor gebruikt ze dromen en archetypen als uitgangspunt, waardoor haar fotografie regelmatig richting magisch realisme beweegt.
Voor The Feminine Gaze presenteert Stibeck de serie A Quiet Distance. Daarin onderzoekt ze transformatie als iets wat niet op één duidelijk moment plaatsvindt, maar als iets dat geleidelijk en lichamelijk wordt ervaren.
De serie beweegt tussen binnen- en buitenwereld en tussen aanwezigheid en verdwijnen. De titel verwijst hierbij naar de afstand tussen wat iemand ziet en wat daadwerkelijk wordt gevoeld. Stibeck vraagt daarmee om een tragere manier van kijken, waarbij niet meteen wordt geprobeerd een beeld te definiëren of te verklaren.

Wat betekent de feminine gaze?
Hoewel de vier fotografen sterk verschillende technieken en onderwerpen gebruiken, delen ze volgens de tentoonstelling een andere houding tegenover kijken en afbeelden. De feminine gaze wordt daarbij niet als één vaste fotografische stijl gepresenteerd. Het gaat eerder om de vraag vanuit welke positie een beeld wordt gemaakt en hoe lichaam, identiteit en ervaring worden benaderd.
Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de manier waarop D'Elle zichzelf en haar dochter fotografeert, in Dorners persoonlijke benadering van het lichaam, in de vrouwelijke figuren die binnen Graschopfs geënsceneerde werelden centraal staan en in Stibecks nadruk op innerlijke verandering en de ruimte tussen wat wordt gezien en gevoeld.
Ook op technisch vlak lopen de benaderingen sterk uiteen. Analoge processen, handmatige ingrepen en bijzondere dragers krijgen een belangrijke plaats naast de inhoud van de beelden.
Vier verschillende fotografische praktijken
Juist al deze verschillen tussen de makers maken The Feminine Gaze meer dan een tentoonstelling rond één theoretisch begrip. Van de imperfecties van het collodiumprocedé bij D'Elle tot het chemisch aangetaste beeld van Dorner, de handmatig bewerkte afdrukken van Graschopf en de meer intuïtieve, op transformatie gerichte beeldtaal van Stibeck: alle vier de kunstenaars zoeken naar een manier om fotografie verder te brengen dan een directe registratie.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar wie er voor de camera staat, maar ook naar de manier waarop een beeld ontstaat, wordt vormgegeven en uiteindelijk door de bezoeker wordt bekeken.
Praktische informatie
31 oktober 2026, 17:00 – 20 december 2026, 19:00