Less is not always more

Scherptediepte wordt beïnvloed door diffractie

Franciëlle Rozendal 194
Scherptediepte is het gedeelte van een foto dat we als scherp ervaren. Veel mensen denken dat een kleine opening gelijk staat aan een grote scherptediepte, maar als de diafragma opening te klein is, dan is er sprake van diffractie. Lees verder hoe je dit moet voorkomen.

Vignet

Beeldfouten, zoals vignettering en randonscherpte kun je aanpassen door middel van je diafragma. Qua scherpte presteren objectieven niet optimaal als ze volledig geopend zijn. De meeste objectieven leveren hun optimale kwaliteit bij een diafragma die enkele waardes (stops) gesloten is.

Diffractie

Diffractie komt voornamelijk voor bij landschapsfotografie of stadsfotografie en je diafragma is daar verantwoordelijk voor.

Vaak staat een kleine diafragma opening gelijk aan een grote scherptediepte, maar de kleinst mogelijke opening is niet de beste optie. Een kleinere diafragma zorgt niet automatisch voor een grotere scherptediepte. De diafragma opening moet klein, maar niet te klein, want licht gaat zich namelijk anders gedragen aan het uiteinden van het spectrum van diafragma openingen.

Wanneer de diafragma opening te klein is, dan valt het licht door een te klein gaatje op de sensor, waardoor de scherpte afneemt en het beeld wazig word. Hele kleine lensopeningen zorgen dus voor diffractie.

Bij een grote diafragma opening stroomt het licht ongehinderd door tot op de sensor. In een kleine diafragma opening verspreidt het licht zich meer vanaf de kleine opening naar de lens, waardoor het afbuigt. Hoe kleiner de opening, hoe meer het licht zich afbuigt. Het raakt wellicht de verkeerde delen van je sensor aan en dat zorgt er voor dat de beelden als het ware door elkaar lopen.

Leer hier meer over diffractie.

Grote scherptediepte

Het liefst wil je een grote scherptediepte. Om de kleinste diafragma opening in te stellen voor een zo scherp mogelijke foto, moet je uitproberen wat voor jouw lens de goede waarde is. Neem met behulp van een statief exact dezelfde foto, maar met verschillende diafragmawaarden. Zoom in op je computerbeeldscherm om zo de resultaten met elkaar te vergelijken.

Vuistregel

In plaats van te experimenteren, kun je ook gewoon de ‘vuistregel’ volgen. Die zegt dat je bij een full framecamera, het diafragma niet kleiner moet instellen dan f/11 of f/16. Er zal bij een kleinere sensor diffractie optreden bij een zelfs nog iets grotere opening. Daarnaast kun je, voor een kleine scherptediepte, beter 1 tot 2 stops kleiner dan de grootste opening selecteren.

Hyperfocale afstand

Om in een zo groot mogelijke scherptediepte te resulteren bij het fotograferen van landschappen hoef je niet de kleinste diafragma opening selecteren. Dat kun je beter niet doen.  Zo kun je ook uitzoeken wat de hyperfocale afstand is van je objectief. Die geeft namelijk de afstand aan om zo te bepalen hoe je een object voor zowel op de voorgrond als op de achtergrond scherp in beeld kunt krijgen.