Millimeterwerk

Microfotografie, de overtreffende trap van macrofotografie

Redactie 532
Microfotografie is de overtreffende trap van macrofotografie. Wie deze discipline wil beoefenen, moet naast een voorkeur voor insecten ook engelengeduld hebben. 'Het fascineert me mateloos.'

De wereld van fotograaf Huub de Waard wordt bevolkt door sprinkhanen, spinnen, slakken, vliegen, libellen en vlinders. Omdat De Waard de beestjes extreem close fotografeert, is het alsof ze mensgrote afmetingen hebben.

Microfotografie heet deze tak van sport. Gevraagd naar het verschil tussen micro- en macrofotografie wijst De Waard op de vergrotingsfactor: 'Bij macrofotografie fotografeer je op kleine afstand met de bedoeling detail zichtbaar te maken. De vergrotingsmaatstaf geeft aan hoe groot het beeld van het onderwerp op een bepaalde afstand van de voorkant van de lens op de beeldsensor van de camera wordt afgebeeld. Een vergrotingsmaatstaf van 1:1 betekent dat het onderwerp op ware grootte is. Een vergrotingsmaatstaf 5:1 komt neer op vergrotingsfactor 5. Afhankelijk van de vergrotingsfactor wordt het werkgebied van de macrofotografie in disciplines opgedeeld. Macrofotografie beperkt zich tot vergrotingsfactoren in de orde van 0.1 tot 1 - waarbij 0.1 wil zeggen dat de afbeelding op de beeldsensor tien maal zo klein is als het origineel. Bij microfotografie maak je foto’s, micro’s geheten, met vergrotingsfactoren die lopen vanaf iets groter dan 1 tot ongeveer 20.'

De Waard vult aan dat er ook nog zoiets bestaat als fotomicrografie, waarbij de fotocamera een tandem vormt met een microscoop en vergrotingsfactoren zijn te behalen in het bereik van 20x – 1500x.

Tussenring

Vergrotingen dus. Daar zijn lenzen voor nodig. De Waard legt uit dat bijna alle macrolenzen 1:1-lenzen zijn, dus met een maximale vergrotingsfactor van 1. Toch is het mogelijk met dergelijke lenzen micro-opnames te maken. Een goedkope manier om een vergrotingsfactor groter dan 1 te verkrijgen, is door tussenringen te gebruiken: 'Er zijn wel zogenaamde close-up-lenzen in de handel die je op de voorkant van een macrolens zet, maar die geven door het extra glas kwaliteitsverlies. Tweede nadeel is dat wanneer je macrolenzen met verschillende diameters hebt, je ook meerdere close-up-lenzen nodig hebt. Maar tussenringen bevatten geen glas en zijn voor meerdere objectieven te gebruiken. Een tussenring brengt de lens verder van de sensor, waardoor de kortste scherpstelafstand kleiner wordt en je nog dichter op je onderwerp kunt komen. De vergrotingsfactor van de lens neemt als het ware toe.' Een nadeeltje is er ook. Het gebruik van de tussenringen betekent meestal dat de camera niet meer automatisch scherp stelt.

Gevarieerd

Kijken naar de met veel zorg en geduld gemaakte foto’s van De Waard doet vermoeden dat insecten bijzonder gevarieerd zijn. 'Dat klopt. Er zijn grote insecten, maar ook insecten die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Dat fascineert me mateloos.' Dat blijkt. De Waard probeert insectenportretten met steeds meer detail vast te leggen, waarbij hij de nadruk het liefst op de facetogen legt, waarvan ook weer talloze variaties blijken te bestaan. Inspiratie daarvoor haalt hij uit boeken over macrofotografie en fotobladen. Wat ‘m ook vooruit helpt, is zijn deelname aan internetfora waar macrofotografen foto’s plaatsen en becommentariëren. De Waard sluit af: 'Mijn streven is om zoveel mogelijk details van de insectenwereld bloot te leggen en een zo groot mogelijk publiek van de mooiste resultaten te laten meegenieten. Dat kan in de vorm zijn van plaatsing van foto’s op geschikte internetfora, op mijn eigen site of in fototijdschriften.'

Rekenlesje vergroten

Microfotografie staat of valt met de vergrotingsfactor. De maximale factor die te behalen is, bepaal je met de volgende, eenvoudige formule: brandpuntsafstand macrolens + totale lengte tussenringen : brandpuntsafstand macrolens.

Met een 60-mm macrolens en een set tussenringen met een totale lengte van 60 mm is de maximaal mogelijke vergrotingsfactor dus 2 [(60+60)/60]. Door ook nog een 2x teleconverter te gebruiken, komt de maximale vergrotingsfactor zelfs uit op 4 [2*(60+60)/60]. Het grote voordeel van het gebruik van een teleconverter is dat de werkafstand (afstand voorkant lens – insect) niet veranderd. Nog eens grotere vergrotingsfactoren zijn mogelijk met de inzet van een balg of het gebruik van meerdere teleconverters. Het nadeel van het werken met grotere vergrotingsfactoren, is dat de werkafstand (afstand van de voorkant van de lens en het te fotograferen insect) steeds kleiner wordt. Ook geeft het gebruik van de 2x teleconverter door het extra glas zo’n twee stops aan lichtverlies. Door gebruik te maken van een macrolens van bijvoorbeeld 100 mm zal een maximale vergrotingsfactor van ongeveer 3.2 mogelijk zijn. Een interessant alternatief vormt de omgekeerde lenstechniek. Hierbij wordt via een adapterring een tweede lens omgekeerd aan de gewone macrolens op de camera gekoppeld. Normaal wordt hiervoor een lens met een kleinere, vaste brandpuntsafstand gebruikt.

De vergrotingsfactor wordt bepaald met de volgende formule: brandpunt macrolens : brandpunt gekoppelde lens

Indien De Waard aan een 100 mm macrolens een omgekeerde goedkope 50 mm/f1.8 lens koppelt, wordt de vergrotingsfactor 100/50 = 2. Door het extra glas zou dit wel tot meer beeldkwaliteitsverlies kunnen leiden. Zelf gebruikt De Waard de Canon-macrolens MP-E 65 mm/f2.8 die standaard een maximale vergrotingsfactor van 5 heeft. Met een 2x teleconverter komt hij zelfs op vergrotingsfactor 10. Door gebruik te maken van de eerder genoemde technieken zijn zelfs nog grotere vergrotingsfactoren mogelijk. Zijn voorkeur gaat uit naar het maken van micro’s met een vergrotingsfactor van 6x-12x. De Waard is nu aan het experimenteren om kwalitatief goede macro’s te maken bij nog hogere vergrotingsfactoren. Zijn uitdaging is micro’s met vergrotingsfactoren van rond de 20x te maken zonder een statief te gebruiken.

Alles voor het resultaat

De praktijk leert dat de volgende instellingen de beste resultaten geven:

Vergrotingsfactor Diafragma

1x - 2x f/16

3x - 4x f/14

5x - 6x f/11

7x - 8x f/8

9x f/7.1

10x f/6.3

De getallen zijn indicatief. Soms eisen de lichtomstandigheden een groter diafragma. Het scherptegebied verkleint bij een toenemende vergrotingsfactor; bij 5x is het bij f/11 nog slechts 0.2 mm.

De praktijk

Microfotografie lijkt uitgevonden om insecten vast te leggen. Hoe pak je dat aan?

Voorbereiding

Bij het fotograferen van insecten ben je gebonden aan de tijd van het jaar. Na een vrij zachte winter is het soms al mogelijk om in februari de eerste, grote insecten te fotograferen. In oktober zijn de meeste grote insecten verdwenen. Insecten met een grootte van een paar millimeter verschijnen eerder en verdwijnen later in het jaar. Het vastleggen van zulke kleine insecten vraagt om grotere vergrotingsfactoren. Een moeilijkheidsgraad is dat een insect altijd in beweging blijft, zelfs wanneer het stil op een blad lijkt te zitten. Verder is het vrij kleine scherptegebied afhankelijk van de gekozen diafragmawaarde, het scherptegebied wordt groter naarmate het diafragma kleiner wordt. Door een geschikte macroflitser in te zetten, is het mogelijk de sluitertijd vast in te stellen op 1/200-1/250 sec en in AV-mode te werken waardoor je het gewenste diafragma afhankelijk van de situatie kunt kiezen. Met een voor de flitser geschikte diffuser is het wat harde flitserlicht te verzachten, waardoor het insect onder een fraaiere belichting komt. Ondanks de inzet van een diffuser zullen er soms overbelichte plekjes in een micro kunnen ontstaan. Door iets onder te belichten, is dat meestal te voorkomen. Tijdens de opnames is het belangrijk het helderheidhistogram in R,G,B te controleren op belichting en helderheid en zo nodig de belichting bij te stellen. Bij microfotografie is het bijna ondoenlijk om in een willekeurig natuurgebied op zoek te gaan naar insecten om die te gaan fotograferen. Een vast werkgebied met veel bloemen en lage plantengroei waarvan je precies weet waar de insecten zitten, is aan te bevelen. Bij lage planten is het mogelijk de camera stabiel te houden door liggend op beide ellebogen te steunen. Zeker bij grote vergrotingsfactoren is het belangrijk van tevoren een keuze te maken wat je wilt fotograferen. Een geslaagde micro maken van een springstaartje, circa 1.0 mm groot, vraagt bij vergrotingsfactoren van 10x–12x de nodige tijd. Geduld is dus een schone zaak.

Benadering

De facetogen van een insect vormen een mozaïekbeeld van de omgeving, dat uit lichte en donkere gekleurde stippen bestaat. Door de snelle verandering in het mozaïekpatroon is een insect uitstekend in staat beweging te onderscheiden; stilstaande of langzaam bewegende voorwerpen vallen hem echter nauwelijks op. Door heel langzaam te bewegen, is het mogelijk een insect tot op een paar centimeter frontaal van voren te naderen. Let altijd wel even op de stand van de zon. Nader het insect zo dat je schaduw niet voor je valt. Indien jouw schaduw over het kopje valt, ziet een insect meteen dat er iets op hem afkomt. Ook reflecties van zonlicht op de lens zijn regelmatig spelbreker.

Compositie en kleur

Insecten blijven meestal maar een beperkte tijd zitten wanneer je flitst. Om optimaal voordeel te halen uit de tijd dat een insect stilzit, heb je voor het afdrukken al een geschikte compositie in gedachten. Een bijkomende complicatie is dat bij een flitser alleen licht terug ontvangen wordt van delen van de omgeving vlak bij het insect. Soms kan een zwarte achtergrond fraai staan, maar meestal zijn composities met frisse kleuren aantrekkelijker. Let er ook op dat het insect niet te centraal staat, vaak levert toepassing van de gulden-snederegel spannende macro’s op. Probeer zoveel mogelijk te experimenten met composities, soms zijn de resultaten uitermate verrassend.

Digitale nabewerking

Maak foto’s alleen in het raw-formaat, zodat je later een groot aantal bewerkingen kan uitvoeren, zoals de witbalans corrigeren, contrast en helderheid verhogen, de foto eventueel lichter maken, ruis verwijderen en uiteindelijk de foto verscherpen. Door een uitsnede van de foto te maken, is het soms mogelijk de compositie te verbeteren.

Abonnement

Dit artikel is ook te lezen in digifoto Starter 2.2018. Het is geschreven door Cees Visser. De beelden bij dit artikel zijn van de hand van Huub de Waard. Heb jij nog geen abonnement op digifoto Starter? Sla dan nu je slag!

Wedstrijd macrofotografie

Over macrofotografie gesproken. Bij DIGIFOTO Pro kun je meedoen met een wedstrijd Macro fotografie. Durf jij dit aan? Inzenden kan nog tot en met 20 juli 2018! Wij zien erg uit naar jouw beelden! Je kunt er geweldige prijzen mee winnen!

 

 

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie