Kalibratie van je objectief

Amy Schutte 389
Het is belangrijk dat je foto’s scherp zijn. Anders zou je ze als mislukt kunnen beschouwen. Maar soms ligt de scherpte steeds net voor of achter het onderwerp, terwijl je daar toch echt op scherp gesteld hebt. Kalibratie van je objectief kan dan helpen.

Het zou kunnen dat je objectief last heeft van front- of backfocus, waardoor er net voor of net achter het onderwerp scherpgesteld wordt. Daar kun je iets aan doen, namelijk lens kalibratie.

Zelf doen

Veel camera’s bieden in het menu de mogelijkheid tot lens kalibratie.  Vroeger moest de lens daarvoor opgestuurd worden naar de fabrikant, maar nu kun je het vaak zelf doen Je moet dan wel eerst uitzoeken wat de afwijking precies is.

Apparaat voor kalibratie

Je kunt bijvoorbeeld een Spyder Lenscal gebruiken. Deze bestaat uit een bodemplaat en een plastic plaatje met een liniaal ernaast. Wanneer je het plaatje omhoog zet, komt de liniaal,die scherpte liniaal genoemd wordt,  automatisch in een hoek van 45 graden te staan. Het plaatje heeft zwarte en witte vierkantjes; de focusplaat. De Lenscal heeft een statiefaansluiting, dus je kunt hem op een statief plaatsen. Hij moet in elk geval stevig staan, op dezelfde hoogte als je camera. Op deze manier kun je met verschillende afstanden tussen de camera en het focuspunt aan de slag. De bodemplaat heeft een waterpas. Voor de juiste meting is het namelijk erg belangrijk dat de Lenscal helemaal vlak staat.

Uitleg

De ideale afstand tot de Lenscal is afhankelijk van de brandpuntsafstand van je lens. De fabrikant raadt aan om deze met 5 tot 10 te vermenigvuldigen.  Gebruik je bijvoorbeeld een 100mm lens, dan wordt een meter (= 100 x 10 = 1000mm) aanbevolen. Controleer een zoomlens meteen op verschillende afstanden. Zet de camera op diafragmaprioriteit (A of Av) en selecteer de laagst mogelijke diafragmawaarde (b.v. f2.8). Dit is belangrijk omdat anders de afwijking veel minder nauwkeurig te zien is. Je hebt immers een kleine scherptediepte. Zet voor het beste resultaat de beeldstabilisatie uit en gebruik alleen het middelste focuspunt. Stel scherp op het kleine vierkantje en maak een foto.

Controle

De foto’s die je gemaakt hebt controleer je op de computer, door helemaal in te zoomen op het punt waar de focus lag; het kleine vierkant en de 0 op de liniaal. Die zouden scherp moeten zijn. Door op de 0 in te zoomen kun je goed zien tot waar het scherptevlak reikt.

Alle objectieven controleren

Het meten van de afwijking van je lens is een klus die je met precisie moet uitvoeren. Het kost dus wat tijd. Daarom is het geen slecht idee om, als je de opstelling hebt staan, meteen al je objectieven na te kijken. Let wel dat de ideale afstand tot de Lenscal per objectief anders is.

Klaar? Kalibreren maar!

Op veel camera’s kun je het objectief vervolgens in het menu kalibreren, soms zelfs op verschillende brandpuntsafstanden. De minwaarden is om backfocus te corrigeren (door de camera dichterbij te laten scherpstellen) en de pluswaarden zijn voor de frontfocus. Het kalibreren van telelenzen is overigens een stuk makkelijker dan (extreme) groothoeklenzen. Hoe groter de hoek, hoe lastiger het is om nauwkeurig scherp te stellen. En als je inzoomt is het resultaat ook een stuk kleiner. De camera onthoudt  met welke instellingen je bij elk objectief kalibratie hebt toegepast, dus je hoeft dit maar een keer te doen.

Overigens kun je ook nog steeds je objectief opsturen naar een bedrijf dat de kalibratie voor je kan doen. Chipclean is daar een voorbeeld van.

 

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy