Cameraonderhoud: zo houd je je gear schoon
Je camera gaat waarschijnlijk vaker mee naar lastige omstandigheden dan je denkt. Zand op het strand, regen, kou, warmte of stof in de kast: allemaal situaties waarin vuil zich kan ophopen op je camera of objectief. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang je weet hoe je jouw gear goed onderhoudt. Goed cameraonderhoud voorkomt niet alleen vlekken en stof, maar helpt ook om je camera langer betrouwbaar te houden. Doe je dat niet, dan kunnen vuil, vingerafdrukken of stofdeeltjes zorgen voor onscherpe foto’s, zichtbare vlekjes in beeld of zelfs schade aan je apparatuur. Maar wat kun je zelf veilig schoonmaken? En wanneer is het slimmer om je camera naar een speciaalzaak of servicepunt te brengen?
Wat je standaard in je cameratas wilt hebben
Voor goed cameraonderhoud hoef je geen enorme schoonmaakset mee te nemen. Een paar eenvoudige hulpmiddelen zijn vaak genoeg.
Een microvezeldoekje is handig voor lichte vlekjes op je objectief, filter of scherm. Voor los stof of droog vuil kun je een lenspen of een zachte, droge kwast gebruiken. Zit er vet of een vingerafdruk op het glas? Dan kun je eventueel een kleine hoeveelheid lensvloeistof gebruiken.
Spray lensvloeistof nooit rechtstreeks op het glas, maar altijd eerst op je microvezeldoekje. Zo voorkom je dat vloeistof langs randen of naden loopt.
Voor stof op de body, het objectief of rondom de lensvatting is een blaasbalg een van de handigste hulpmiddelen. Vooral in hoekjes en naden komt stof terecht waar je met een doekje lastig bij komt.
Gebruik liever geen tissues, keukenpapier, kledingmouwen of agressieve schoonmaakmiddelen. Die lijken onschuldig, maar kunnen krassen veroorzaken of de coating van je objectief aantasten.
Cameraonderhoud begint bij je objectief
Wil je jouw objectief schoonmaken? Begin dan altijd met het verwijderen van grotere stofdeeltjes. Gebruik hiervoor eerst een blaasbalg, zodat je losse deeltjes veilig wegblaast. Blijven er daarna nog droge stofdeeltjes achter, dan kun je een lenspen of zachte kwast gebruiken. Daarmee haal je voorzichtig het laatste vuil weg, zonder meteen over het glas te wrijven.
Pas daarna gebruik je een microvezeldoekje, eventueel met een beetje lensvloeistof. Werk rustig van binnen naar buiten in circulaire bewegingen. Begin dus niet meteen met poetsen. Ruw stof of zand kan krassen veroorzaken wanneer je het over het glas wrijft. Juist daarom is je objectief schoonmaken iets wat je rustig en in de juiste volgorde doet.
Let bij het schoonmaken van je objectief niet alleen op het voorste glas. Controleer ook de achterkant van het objectief, je lensdoppen en eventuele filters.
Stof op je sensor herkennen
Een objectief maak je meestal wat vaker schoon, maar ook je sensor kan stof verzamelen. Sensorstof herken je vaak aan kleine donkere vlekjes in je foto’s. Die vlekjes zie je vooral goed bij kleinere diafragma’s, zoals f/11 of hoger. Een ander herkenningspunt is dat de vlekjes op meerdere foto’s steeds op dezelfde plek zitten.
Wil je testen of er stof op je sensor zit? Maak dan eerst je camera en objectief schoon, zodat je zeker weet dat de vlekken niet daar vandaan komen. Fotografeer vervolgens een egale, lichte achtergrond of een heldere lucht met een klein diafragma. Zie je in meerdere foto’s op dezelfde plek donkere vlekjes, ook wanneer je van objectief wisselt? Dan is de kans groot dat er stof op je sensor zit.
Sensor schoonmaken: wat kun je zelf doen?
Bij sensorreiniging is voorzichtigheid belangrijk. De sensor is een gevoelig onderdeel van je camera. Raak hem daarom niet aan met je vingers, doekjes of wattenstaafjes. Blaas ook nooit zelf in de camerabody. In je adem zit vocht, en dat wil je niet in de buurt van je sensor hebben.
Veel camera’s hebben een ingebouwde sensorreinigingsfunctie in het menu. Gebruik die als eerste. Vaak duurt dit maar een paar seconden tot enkele minuten. Daarna kun je eventueel voorzichtig een handblaasbalg gebruiken. Houd de cameraopening naar beneden en blaas rustig lucht richting de sensor. Steek de punt van de blaasbalg niet in de camerabody.
Gebruik geen perslucht of spuitbus. De druk kan te hard zijn en er kunnen resten of vocht uit de spuitbus komen. Blijft het vuil zichtbaar of voel je je niet zeker? Laat de sensor dan reinigen bij een winkel of servicepunt. Zeker bij hardnekkig vuil is dat vaak de veiligste keuze.
Camera beschermen tijdens gebruik
Voorkomen is beter dan genezen. Voor je cameraonderhoud helpt het om al tijdens het fotograferen goed op je gear te letten.
Let op deze punten:
- Wissel je objectief zo veel mogelijk uit de wind.
- Houd de cameraopening naar beneden tijdens het wisselen.
- Zet je camera uit wanneer je van lens wisselt, vooral bij systeemcamera’s.
- Gebruik lensdoppen en bodydoppen wanneer je apparatuur opbergt.
- Bescherm je camera tegen regen met een regenhoes, jas of plastic zak.
- Wees extra voorzichtig bij zand, sneeuw en condens.
- Laat camera en objectief rustig acclimatiseren bij grote temperatuurverschillen.
Vooral zand en condens kunnen vervelend zijn. Zand kan krassen veroorzaken, terwijl condens vochtproblemen kan geven als je camera te snel van koud naar warm gaat.
Wanneer camera schoonmaken echt nodig is
Niet elk stofje hoeft meteen weg. Sterker nog: te vaak poetsen kan juist de kans op krassen vergroten. Maak je camera of objectief vooral schoon wanneer vuil zichtbaar invloed heeft op je foto’s of je manier van werken. Denk aan vlekken op het glas, stof op de sensor of vuil rondom knoppen en naden.
Na een stoffige, natte of zanderige shoot is het verstandig om je gear kort te controleren. Loop dan rustig je objectief, body, lensvatting, accucontacten, geheugenkaartsleuven en cameratas na.Ga niet peuteren in sleuven of contactpunten. Een visuele controle is meestal genoeg. Goed cameraonderhoud is vooral rustig, voorzichtig en niet overdreven. Maak schoon wanneer het nodig is, gebruik de juiste hulpmiddelen en raak gevoelige onderdelen zo min mogelijk aan.
Zo blijft je camera betrouwbaar, je objectief schoon en je foto’s vrij van storende vlekken.
