8 hardnekkige fotografie mythes uitgelegd
Veel mensen die beginnen met fotografie lopen tegen dezelfde adviezen en aannames aan. Sommige daarvan klinken eigenlijk heel logisch, maar houden je soms juist tegen in je ontwikkeling. Samen kijken we naar acht van deze fotografie mythes en leggen we uit hoe het écht zit. Zodat jij niet in onzin gelooft, maar meteen weet wat wel en niet waar is en dit ook kunt toepassen.
Mythe 1: “Een dure camera maakt betere foto’s”
Dit is een van de grootste fotografie mythes waar beginnende fotografen vaak in geloven, en veel gevorderden ook nog. Het is makkelijk om te verzanden in megapixels en te denken dat dit de meeste invloed heeft op jouw foto’s. Dat gezegd hebbende: professionele foto’s worden vaak gemaakt met professionele apparatuur. Maar ook een camera met 12 megapixels kan enorm mooie foto’s maken.
Het uitgangspunt is simpel: de fotograaf maakt de foto, niet de camera. Weten hoe je met compositie, licht, timing en instellingen een sterke foto maakt, is veel belangrijker dan hoeveel geld je hebt uitgegeven aan je camera.
Leer daarom eerst de basisprincipes van fotografie, ontdek welke instellingen wat doen en ga pas nadenken over nieuwe investeringen als je merkt dat je apparatuur je echt begint te beperken.
Mythe 2: “Hoge ISO is altijd slecht”
Een hoge ISO geeft meer ruis dan een lage ISO, daar is niets aan te doen. Maar deze ruis is vaak minder storend dan een te lange sluitertijd en dus bewegingsonscherpte. Daarnaast kunnen de meeste moderne camera’s prima omgaan met hogere ISO-waardes. Ook is het tegenwoordig relatief eenvoudig om een groot deel van de ruis tijdens de nabewerking te verminderen.
Het belangrijkste is dat je weet waar voor jou de acceptabele grens van ruis ligt. Dit verschilt per camera én per persoon. Test daarom je eigen camera, zodat je weet wat jij acceptabel vindt in verschillende situaties.
Mythe 3: “Je moet altijd in de automatische stand beginnen”
De automatische stand lijkt voor veel beginners makkelijk en veilig. Tot op zekere hoogte is dat ook zo: je hoeft je niet bezig te houden met soms ingewikkelde instellingen en fotografische theorie. Daarentegen leert de automatische stand je weinig over hoe een foto tot stand komt wanneer je serieuzer wilt gaan fotograferen.
Juist door fouten te maken in je instellingen leer je wat wel en niet werkt in verschillende omstandigheden. Je hoeft overigens niet meteen volledig handmatig te fotograferen; veel fotografen doen dit alleen in een studiosetting. Een goede tussenstap is diafragmavoorkeuze (A/Av), waarmee je controle krijgt over je scherptediepte.
Mythe 4: “Meer megapixels betekent betere foto’s”
Eigenlijk is dit een verlengde van mythe 1, maar zo belangrijk dat we hem nogmaals benoemen. Hogere aantallen megapixels klinken indrukwekkend en zijn een populair gespreksonderwerp onder fotografen die veel met apparatuur bezig zijn.
Megapixels zijn zeker een factor in de technische kwaliteit van een foto, maar ze bepalen vooral hoe groot je een foto kunt afdrukken. Ze zeggen weinig over of een foto mooi, interessant of sterk is. Richt je daarom vooral op techniek, compositie en storytelling.
Fotografie mythes herkennen en loslaten
Veel beginnende fotografen laten zich afremmen door hardnekkige fotografie mythes. Ze kunnen onzeker maken of je het idee geven dat je iets verkeerd doet. Door die mythes te doorzien, ontwikkel je sneller je eigen stijl en inzicht. Het herkennen van een mythe geeft ruimte om vrijer te denken en je eigen keuzes te maken. Wat voor de één werkt, hoeft niet per se voor jou te gelden. Fotografie is geen vaste formule, maar een proces waarin je leert door te doen.
Mythe 5: “Fotografie draait vooral om techniek”
Techniek is belangrijk: je moet begrijpen hoe je camera werkt en hoe instellingen zich tot elkaar verhouden. Maar techniek is zelden het belangrijkste onderdeel van een goede foto. Emotie, verhaal en timing maken een beeld interessant. Je kunt technisch alles perfect doen, maar als je foto niets vertelt of de kijker niet raakt, blijft hij vaak vlak.
Stel jezelf daarom vóór het maken van de foto de vraag: wat wil ik laten zien? Of: wat wil ik vertellen met dit beeld? Een duidelijk idee vooraf, gecombineerd met een goede technische basis, maakt je foto uiteindelijk sterker.
Mythe 6: “Zoomlenzen zijn minder goed dan prime lenzen”
Prime lenzen, objectieven met een vast brandpunt, staan bekend om hun scherpte. In vergelijking met zoomlenzen zijn ze dat vaak ook. Maar in de praktijk is het verschil bij moderne objectieven vaak verwaarloosbaar. Moderne zoomlenzen bevatten hoogwaardig glas en bieden bovendien veel flexibiliteit.
Het ene type lens is dan ook niet per definitie beter dan het andere; het hangt volledig af van de situatie en het genre. Je gaat geen wildlife op de savanne fotograferen met een 50mm-lens en geen portretsessie doen met een 400–800mm-objectief. Kies vooral het objectief dat past bij wat jij wilt fotograferen en volg theorie niet blind, maar gebruik wat voor jou werkt.
Mythe 7: “Nabewerking is valsspelen”
Veel beginnende fotografen doen weinig tot geen nabewerking, vaak vanuit het idee dat foto’s ‘recht uit de camera’ goed moeten zijn. Nabewerking is echter al decennialang onderdeel van het creatieve proces. In de donkere kamer werden vroeger al, via vaak chemische processen, creatieve keuzes gemaakt die de look en feel van een beeld bepaalden.
Tegenwoordig doen we dit digitaal, bijvoorbeeld in Lightroom of Photoshop. Dat betekent niet dat je meteen zware bewerkingen moet toepassen. Nabewerking vergt oefening en kost tijd. Begin daarom met kleine aanpassingen in licht en contrast en houd het subtiel. Zo geef je je foto net dat beetje extra zonder dat het onnatuurlijk wordt.
Mythe 8: “Je moet overal naartoe reizen voor goede foto’s”
Wie sociale media opent, ziet al snel pagina’s vol verre reizen en spectaculaire landschappen. En als je de mogelijkheid hebt om te reizen: zeker doen. Maar ook zonder verre bestemmingen kun je sterke foto’s maken.
Het draait vooral om hoe je kijkt. Ook in je eigen buurt, straat of zelfs huis kun je mooie en betekenisvolle beelden vinden, zolang je leert om met aandacht te observeren.
Tot slot
Door deze fotografie mythes los te laten en je vaste ideeën over wat fotografie ‘zou moeten zijn’ te doorbreken, krijg je meer vrijheid en plezier in het fotograferen. Je durft meer te experimenteren, maakt fouten en ontdekt wat wel en niet voor jou werkt.
Welke fotografie-mythe heb jij het vaakst gehoord, en geloofde je er zelf ook in? Laat het ons weten!
