Met welke sluitertijd kun je met de reportageflitser bewegingsonscherpte creëren of voorkomen?

Reportageflitser: Voorkom of creëer bewegingsonscherpte!

Redactie 171
Het is een misvatting te denken dat scherpte of onscherpte van een bewegend onderwerp alleen beïnvloedbaar is met de sluitertijd. Minstens zo belangrijk is de snelheid van de beweging en de hoeveelheid omgevingslicht die de sensor opneemt. Althans, als je met een reportageflitser fotografeert. In dit artikel leer je hoe je controle krijgt over het creëren van bewegingsonscherpte of juist het voorkomen ervan.

Terwijl de ene fotograaf gruwelt van ook maar enige bewegingsonscherpte, is de ander gecharmeerd van de zichtbare beweging van het onderwerp. En eerlijk is eerlijk, statische, stilstaande beelden kunnen verpletterend mooi zijn. Toch kan een foto interessanter en dynamischer worden als er een spoor van onscherpte wordt toegevoegd. Wat je voorkeur dan ook is, het kiezen van de juiste instellingen is doorslaggevend voor het resultaat.

Fotografeer je zonder flitser, dan ligt het voor de hand om een sluitertijd te kiezen die beweging vastlegt, of juist niet. Een korte sluitertijd bevriest de beweging en een trage sluitertijd zorgt voor een spoor van bewegingsonscherpte.

Stel, je fotografeert ‘uit de hand’, oftewel zonder statief of ander hulpmiddel voor stabiliteit van je camera. Met een sluitertijd van een halve seconde is alles in de foto onscherp. De onscherpte ontstaat door de beweging van je camera, maar ook door de eventuele beweging van je onderwerp. De mate van onscherpte is afhankelijk van de snelheid van het onderwerp in combinatie met de ingestelde sluitertijd. Bij flitsen ligt dat anders. Zou je fotograferen met een flitser, in combinatie met een sluitertijd van een halve seconde, dan zorgt het flitslicht er voor dat de bewegingsonscherpte deels wordt voorkomen. De flitser bevriest de beweging op het moment dat het flitslicht op het onderwerp valt. Dat is het meest opvallende verschil tussen geflitste en niet geflitste foto’s.

Fotografie: Els van Bosbeke

De sluiter staat 1/2 sec open. Het flitslicht ‘bevriest’ de beweging van de vrouw. Nadat het flitslicht is afgegeven wordt het omgevingslicht geabsorbeerd. In die tijdsperiode staat de sluiter nog open en worden de bewegingen als een spoor van bewegingsonscherpte vastgelegd.

Spoor van bewegingsonscherpte

Dat je een flitsfoto met bewegingsonscherpte alleen met een trage sluitertijd kan maken geldt niet in alle gevallen. Onderstaande foto is gemaakt met een relatief snelle sluitertijd van 1/100 sec. De flitser bevriest deels de beweging van de sneeuw (hoe toepasselijk voor deze foto). Het spoor van bewegingsonscherpte is ontstaan door de snelheid van de dwarrelende sneeuwvlokken.

Fotografie: Johan Lubbers

Zou hier een sluitertijd van 1/2 sec zijn gebruikt, dan hadden de sneeuwvlokken (te) lange witte strepen veroorzaakt. Over het algemeen kun je dus stellen dat hoe trager de sluitertijd, des te meer bewegingsonscherpte. Maar voor het creëren van bewegingsonscherpte is er nog een factor van belang. Namelijk in hoeverre het omgevingslicht wordt toegelaten tot de sensor.

Twee lichtbronnen

Bij het maken van flitsfoto’s heb je te maken met twee lichtbronnen: flitslicht en omgevingslicht. Het flitslicht belicht het onderwerp en bevriest iedere eventuele beweging, ongeacht de ingestelde sluitertijd. Het maakt dan ook geen verschil of je met 1/1000 sec of met één seconde fotografeert. Maar nu komt het: de hoeveelheid omgevingslicht die de sensor absorbeert, bepaalt de mate van bewegings(on)scherpte. Dat is een doordenkertje hè?

Laten we het illustreren met de volgende twee foto’s.

We bevinden ons in een studio die wordt belicht door een plafondlamp en binnenvallend daglicht. De danseres maakt bewegingen. Haar wapperende kleding zorgt voor extra aantrekkelijke effecten. Beide foto’s zijn belicht met één losgekoppelde reportageflitser. Deze wordt gebruikt in de manuele flitsmodus. We hebben de flitskracht zodanig afgesteld, dat er voldoende flitslicht op het onderwerp valt. De ene foto is gemaakt met 1/2 sec en de andere met 1/125 sec. Hoewel in beide foto-opnames de bewegingen worden bevroren door het flitslicht, zorgt het omgevingslicht voor de bewegingsonscherpte in de eerste foto.

Fotografie: Petra Teeuwsen

De sluiter staat 1/2 sec open. Zodra de ontspanknop wordt ingedrukt opent de sluiter en gaat de flitser af. Het flitslicht duurt maar een fractie van een seconde (circa 1/20.000 sec) en bevriest de beweging van de danseres. Na de flitsafgifte staat de sluiter nog steeds open. Dat is het moment waarop het omgevingslicht wordt geabsorbeerd. In die tijdsperiode maakt de danseres bewegingen die vervolgens voor het spoor van bewegingsonscherpte zorgen.

Fotografie: Petra Teeuwsen

Met de sluitertijd ingesteld op 1/125 sec is de tijdsperiode dat de sluiter open staat veel korter.

Zodra de ontspanknop wordt ingedrukt opent de sluiter en gaat de flitser af. Het flitslicht bevriest de beweging van de danseres. Omdat het omgevingslicht met 1/125 sec niet tot de sensor wordt toegelaten, is het onmogelijk om het spoor van bewegingsonscherpte te creëren. De sluiter staat te kort open om de dansbewegingen die plaatsvinden na de flitsafgifte in de foto te laten zien.

Drie stops onderbelichting

Zoals je op de voorgaande dansfoto ziet is bewegingsonscherpte voorkomen omdat de sluiter met 1/125 sec te kort open staat om het omgevingslicht te tonen. De sensor neemt geen licht meer op en daarmee ook geen bewegingen. Het omgevingslicht bepaalt dus in belangrijke mate de bewegings(on)scherpte.

Als algemene regel geldt dat het omgevingslicht minimaal 3 stops verschil moet hebben om bewegingsonscherpte te voorkomen. Meer dan 3 stops zou in bepaalde gevallen zelfs nog beter zijn om alles haarscherp vast te leggen.

Laten we nog een voorbeeld nemen.

Fotografie: Mildrid Nieraeth

Deze foto is gemaakt in een woonkamer die wordt belicht door binnenvallend daglicht.

De doperwten worden van bovenaf in de opvangbak gestrooid. Het bewegen van de vallende doperwten wordt bevroren door het flitslicht. De tijdsperiode dat de sluiter openstaat is 1/60 sec. Met deze sluitertijd wordt de achtergrond met circa 4 stops onderbelicht. Zouden we kiezen voor een sluitertijd van 1/4 sec, dan zou de achtergrond normaal worden belicht. Het toelaten van het omgevingslicht tot de sensor zou ervoor zorgen dat het vallen van de doperwten als een strepenpartij zichtbaar wordt afgebeeld. Omdat we met 1/60 sec het omgevingslicht niet toelaten tot de sensor wordt er ook geen bewegingsonscherpte waargenomen.

Conclusie

Op de vraag: ‘Met welke sluitertijd kun je met de reportageflitser bewegingsonscherpte creëren of voorkomen?’ is geen eenduidig antwoord te geven.

Of je nu op een binnen- of buitenlocatie fotografeert, de hoeveelheid onscherpte is afhankelijk van de volgende combinatie:

de snelheid van de beweging van het onderwerp en/of de camera

de gekozen sluitertijd

de hoeveelheid omgevingslicht die tot de sensor wordt toegelaten

Om bewegingsonscherpte te creëren hou je eerst rekening met de snelheid van het bewegende onderwerp. Hoe langzamer de beweging is, des te trager de sluitertijd mag zijn. Vervolgens laat je het aanwezige omgevingslicht tot de sensor toe. Om bewegingsonscherpte te voorkomen kies je (afhankelijk van de snelheid van het bewegende onderwerp) een snelle sluitertijd van bijvoorbeeld 1/1500 sec. Maar dat hoeft niet per se. Bewegingsonscherpte kun je ook voorkomen met 1/60 sec of 1/30 sec. Zolang je er maar voor zorgt dat de sensor geen omgevingslicht opneemt.

Dit artikel is geschreven door Sonja van Driel. 

Over Sonja van Driel

Sonja van Driel, is fotograaf, schrijver, trainer en spreker. Zij startte haar carrière in de fotografie als fotograaf voor kranten en tijdschriften, bedrijven en particulieren. Later richtte zij zich op het geven van workshops en lezingen voor fotografen. Sonja is regelmatig gastspreker bij opleidingen, organisaties en evenementen in binnen- en buitenland. Zij sprak onder meer bij Shoot en de Dag van de Fotografie in Amsterdam, Photoville in New York York, de Belgische Federatie van Fotografen in Brussel en de Fotovakschool. Naast publicaties van artikelen in fotomagazines schrijft Sonja boeken over on-camera en off-camera flitsfotografie, maar ook over het ondernemerschap als fotograaf. Zij heeft hiervoor talloze interviews afgenomen met opdrachtgevers zoals TNT, Shell, Abacapress, Hollandse Hoogte, Libelle, Natuurmonumenten en vele anderen. Ook had zij gesprekken met mensen uit de wereld van kunst en fotografie, waaronder Lars Boering, directeur van de World Press Photo Foundation, Chantal Heijnen, een succesvol Nederlandse fotograaf woonachtig in New York en Anil Ramchand, director News Sports and Entertainment bij Corbis Images.

Meer over Sonja van Driel vind je hier

Lees ook: Tips voor zwart-witfotografie

Lees ook: Tips! Reportagefotografie

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie