Fotograferen vanuit een rijdende auto

Amy Schutte 230
Fotograferen kan overal en altijd. Ook vanuit een bewegende auto of bus. Natuurlijk zijn er dingen waar je rekening mee moet houden, we helpen je!

Soms kom je langs prachtige plekken en idyllische taferelen. Het is echter niet altijd mogelijk om de auto te stoppen en foto’s te maken. Soms is de keuze niet aan jou, of de tijd is er niet voor. Of je staat middenin een wildpark en uitstappen zou gevaarlijk zijn. Vanuit de auto zelf kun je echter ook prima uit de voeten. 

Kies je positie in de auto

Er zijn drie plekken in de auto die je kunt kiezen om te fotograferen. De bestuurdersstoel telt daarbij niet mee, wil je fotograferen vanuit de auto, dan zorg je dat je niet zelf aan het stuur zit! De bijrijdersstoel en links en rechts achterin blijven zo nog over. Op de bijrijdersstoel heb je als voordeel dat je ook foto’s door de voorruit zou kunnen maken. Dat is handig wanneer je bijvoorbeeld door smalle straten rijdt, en je weinig leuke plaatjes kunt maken aan de zijkant. Als je een lange reis voor de boeg hebt en je kunt tussendoor niet van plaats veranderen, houdt dan rekening met de stand van de zon en de rijrichting. Een tegenlicht foto kan mooi zijn, maar waarschijnlijk wil je liever wat meer keuze. 

Schone ramen en polarisatiefilter

Als je met de bus reist heb je hier weinig controle over, maar ga je met de auto, dan kun je er zeker voor zorgen dat de ramen schoon zijn. Vuil ga je terug zien in je foto’s, waarschijnlijk als een grauwe laag. Poets de ramen en wrijf ze na met een droge doek, om strepen te voorkomen. Of zet de ramen open, als dat kan. Lukt dat niet, omdat je in een wildpark bent of omdat het dan te warm/koud wordt in de auto? Overweeg dan een polarisatiefilter te gebruiken. Hiermee verminder je reflecties aanzienlijk. Houd je camera zo dicht mogelijk bij het raam om weerspiegelingen te minimaliseren. Tenzij je het creatieve effect leuk vindt natuurlijk.

Snelle sluitertijd

Of je nu bewegende onderwerpen fotografeert of zelf beweegt terwijl je fotografeert: bij beweging komt een snelle sluitertijd kijken. De exacte sluitertijd is afhankelijk van de snelheid, maar denk aan tenminste 1/1000 sec. Om een goed belichte foto te krijgen, kun je het diafragma eventueel verder open zetten en/of je ISO hoger instellen. Of stel je camera op shutter priority (sluiter prioriteit) in, zodat je de sluitertijd zelf instelt en de camera daar de andere instellingen bij kiest. Fotografeer je op automatisch? Selecteer dan de sportmodus. Uiteraard wordt het moeilijker om scherpe foto’s te krijgen naarmate je licht verliest. Het beste is dus om overdag te fotograferen.

 

Objectief

Als je in een rijdende auto zit, lijken objecten dichterbij sneller voorbij de gaan dan objecten verder weg. Helemaal als deze zelf ook nog eens bewegen. Daarom kun je je beter richten op onderwerpen die zich niet te dicht bij de auto bevinden, maar iets meer in de verte. Om foto’s te kunnen maken van onderwerpen die zich verder weg bevinden, heb je een relatief lange lens nodig, een lens met een grote brandpuntsafstand, waarmee je onderwerpen ver weg ‘dichterbij kunt halen’. Een zoomlens, zoals een 70-300mm is daarvoor geschikt.

Continue focus

Scherpstellen heeft alles te maken met de afstand tot het onderwerp. Wanneer je beweegt, verandert die afstand en zou je dus steeds mee moeten draaien met de focusring, als je handmatig fotografeert. Veel camera’s hebben echter een continue autofocus functie, waarin ze het onderwerp scherp houden. Ook als dit beweegt, of in dit geval als jij beweegt. Je kunt dit instellen in het menu, onder ‘servo focus mode’ of ‘AI Focus’.

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy