Beeldstabilisatie: Wat is het en wanneer gebruik je het?

Beeldstabilisatie: Wat is het en wanneer gebruik je het?

Senta Bemelman 1041
Beeldstabilisatie zit in veel camera’s verwerkt. Dit handige hulpmiddel voorkomt bewegingsonscherpte, maar wanneer gebruik je het wel en wanneer laat je het liever achterwege?

Op je camera heb je vast wel eens de combinatie IS (Canon), VR (Nikon) of VC voorbij zien komen. Dit betekent in alle gevallen: beeldstabilisatie.  Deze afkortingen staan op de lens waarmee je fotografeert en zit naast een schakelaartje waarmee je de functie aan en uit kan zetten. De stabilisator zit meestal in de lens en bijna nooit in de body.

Wat doet het?

Een programma in je lens zorgt ervoor dat tijdens het fotograferen bewegingen en trillingen (van je hand) gecorrigeerd worden. Hierdoor kun je met een langere sluitertijd fotograferen, zonder dat je beeldvolledig bewogen is.

Naast beeldstabilisatie moet je uiteraard ook een goede ISO-waarde kiezen. Dit is afhankelijk van het licht waarmee je fotografeert. Probeer altijd een zo laag mogelijke ISO-waarde te kiezen. Bij veel licht is ISO100 of ISO200 voldoende, maar in donkere settings neigt dit al snel naar ISO800 of hoger. Pas echter op, bij een te hoge ISO ontstaat ruis op je foto.


Foto: Digital Picture

Wanneer gebruik je het?

Beeldstabilisatie gebruik je vooral als je vanuit de hand fotografeert met een lange sluitertijd. Hoewel het niet altijd een onbewogen foto garandeert, verminder je wel de bewegingsonscherpte met dit handige hulpmiddel.

Als er voldoende licht is, of je een statief gebruikt, is beeldstabilisatie in principe niet echt nodig. Ook in de studio is het vaak een overbodige functie. Wel geeft het je als fotograaf een extra zekerheid, dus het is ook een kwestie van voorkeur. De ene fotograaf werkt er graag mee, de ander vind het maar niks.

Gebruik jij beeldstabilisatie?

 

 

afbeelding van Senta Bemelman

Senta Bemelman | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Senta