8 tips om patronen te fotograferen

Amy Schutte 98
Patronen in de fotografie werken altijd erg goed. De mens voelt zich, biologisch gezien, prettig bij herhaling. In stilstaande beelden werkt dat niet anders. Patronen maken daarom een prettige compositie.

We geven je 8 tips om je patronen foto’s nog beter te doen slagen.

1. Zoek architectonische hoogstandjes

In bijna iedere stad heb je ze wel; gebouwen met symmetrie of andere schitterende patronen. Vooral moderne gebouwen lenen zich hier goed voor, vaak kun je dan ook nog eens gebruik maken van reflectie. Het kunnen kantoorgebouwen zijn, woontorens of musea. In de meeste steden kun je ze vinden, denk aan de Amsterdamse zuidas of het Eye filmmuseum, Rotterdam staat er vol mee evenals Den Haag. Of denk eens aan het entreegebouw in de Efteling. Zelfs in dierentuinen vind je architectonische patronen. En  in het buitenland kun je helemaal je hart ophalen.

2. Patronen in steden

Buiten de architectuur, zitten steden vol met patronen. Ga eens binnen in gebouwen. Denk aan trappenhuizen of roltrappen. Ook wegmarkeringen of straatmeubilair leent zich uitstekend. Wanneer je eenmaal je ogen opent voor patronen, vind je ze overal.

3. Bouw

Ook op bouwterreinen zijn patronen te ontdekken. Door de aard van de omgeving steken patronen sterk af, doordat de rest vaak rommeliger en onverzorgder (want onaf) oogt. Stapels met stenen, steigers, blokken, wanneer ze netjes opgestapeld zijn heb je al een patroon.

4. Thuis

Ook je eigen huis is een waar patronen-paradijs. Je moet het alleen even zien. Rijen schoenen of jassen, stoelen die op gelijke afstand staan, bestekladen, allemaal patronen. En in je eigen huis kun je natuurlijk ook gemakkelijk patronen opstellen, speciaal voor de foto.

5. Zwartwit

Vormen worden over het algemeen sterker benadrukt wanneer je de foto naar zwart wit converteert. Vooral met scherpe contrasten werkt dit erg goed. Om je patronen extra aan te zetten, kun je dus zeker eens met zwart wit experimenteren.

6. Objectief

Een teleobjectief kan natuurlijk een klein gedeelte van een groter geheel gemakkelijk uitlichten, of isoleren. Hierdoor kun je het patroon soms beter opnemen, door deze beeldvullend te maken. Maar een teleobjectief heeft ook als kenmerk dat afstanden kleiner lijken. Het kan dus zo zijn dat, met een teleobjectief, de afstand tussen de verschillende elementen van je patroon vele malen kleiner lijkt dan dat deze daadwerkelijk is. Of dat goed of slecht is, is helemaal aan jou. Soms past het uitstekend bij de foto en wordt hiermee het patroon juist sterker, soms totaal niet.

7. Schaal

In veel gevallen werken foto’s van patronen uitstekend wanneer je geen enkel idee van schaal hebt. Doordat je geen referentie hebt, weet je niet of je naar een groot gebouw kijkt of een piepkleine kaarsenstandaard. Je foto wordt dan wat abstract, en het zet de kijker vaak aan het denken. Of je een schaal referentie toevoegt is ook een eigen, creatieve keuze van de fotograaf.

8. Nabewerken

Ook foto’s van patronen kunnen vaak sterker worden door ze na te bewerken. Bijsnijden kan de compositie veranderen, en daardoor het hele gevoel van de foto ook. Denk maar eens aan eerder genoemde schaal; door de referentie weg te snijden, houd je een heel andere foto over. Ook sterkere contrasten of verscherpen kunnen de foto, in sommige gevallen, sterker maken.

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy