Top 10 van belichtingtips

Top 10 van belichtingtips

Liesbeth Wesdijk 776
Zonder licht geen fotografie, maar dat licht kun je op vele manieren hebben of zelf maken. Hieronder een top 10 met tips voor natuurlijke of kunstmatige belichting en hoe je dit kunt toepassen bij jouw foto's.

1) Breed licht geeft zacht licht

Hoe breder de lichtbron is, hoe zachter de lichtval zal zijn. Breder licht geeft zachtere schaduwen, minder contrast en onderdrukt de structuur.
Zet je model eens bij een groot raam welke niet direct het zonlicht opvangt. Op deze manier creëer je een gratis, natuurlijke softbox.
Een smal licht (spotlight) doet het tegenovergestelde. Dit komt doordat een breed licht je onderwerp op meer punten bestrijkt en zo de schaduwen invult.

2) Hoe dichterbij, hoe zachter

Hoe verder weg het licht is van je onderwerp, hoe harder het is. Dat klinkt een beetje tegenstrijdig, maar als je het licht dichter bij je model brengt, maak je het licht breder en dus zachter.
Als je mensen binnenshuis fotografeert bij aanwezige lampen, plaats ze dan dicht bij de lampen (of verplaats de lampen naar de mensen) voor een meer flatterend licht.

3) Diffusie verstrooid licht

Hierdoor wordt de lichtbron in essentie breder en dus zachter. Wanneer wolken voor de zon drijven, worden schaduwen minder duidelijk. Voeg mist toe en de schaduwen verdwijnen. Wolken, bewolkte luchten en mist werken als diffusie - iets dat het licht in vele richtingen verspreidt. Op bewolkte of mistige dagen wordt de hele lucht in feite één grote softbox van de zeer brede lichtbron: de natuur. Witte stof of doorschijnend plastic kunnen een te harde lichtbron zachter maken. Gebruik dus een diffuser als je moet flitsen of een witte tent of iets dergelijks wanneer de zon te fel schijnt.

4) Weerkaatsend licht werkt als diffusie

Richt een smalle lichtbron op een breed, mat oppervlak, zoals een muur, plafond of matte refiector, en het reflecteert niet alleen het licht maar verspreidt het ook door het over een groter gebied te verspreiden. Als je echter een glanzende reflector gebruikt zal het licht vrij smal blijven, een spiegel houdt het licht geconcentreerd in de reflectie.
Neem een stuk aluminiumfolie, verkreukel het en maak het weer glad. Doe dit over een stuk karton heen en je hebt een speciale reflector die voor sprankelende highlichts zorgt.

5) Hoe verder weg, hoe minder licht

Dat is nogal logisch. Hoe verder weg je onderwerp zich bevindt van de lichtbron, hoe minder licht er op je onderwerp valt. De regel hiervoor is: als je licht 2 x zo ver van je onderwerp verwijdert is, krijg je slechts een kwart van het licht. Denk er ook om dat weerkaatsend licht een langere weg af moet leggen naar het onderwerp en dus minder licht geeft.

6) Lichtverschuiving

Lichtverschuiving kan worden gebruikt om de relatie tussen het licht op uw onderwerp en uw achtergrond te variëren. Als je een licht dichtbij je onderwerp plaatst, is het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond meer uitgesproken. Verplaats het licht verder van je onderwerp en de achtergrond zal relatief helderder zijn. Hetzelfde geldt voor zijlicht: met een licht dicht bij de zijkant van je onderwerp zal de afname van licht over het beeld meer uitgesproken zijn dan wanneer het licht verder weg is.

7) Belichten van de voorkant

Dit maakt de textuur minder benadrukt; verlichting vanaf de zijkant, boven of onder benadrukt dit. Een fotograaf die voornamelijk portretten maakt wil de lichtbron mogelijk dicht bij de as van de lens houden om huidrimpels te onderdrukken, terwijl een landschapstylist misschien zijverlichten wil om de textuur van rotsen, zand en gebladerte te benadrukken. Over het algemeen geldt dat hoe groter de hoek is waarbij het licht op het onderwerp wordt geplaatst, hoe meer textuur wordt onthuld.

8) Schaduwen creëren diepte

Een foto is tweedimensionaal, toch wil je een driedimensionaal beeld neerzetten. Om te voorkomen dat je foto 'plat' wordt, heb je dus schaduwen nodig. Verlichting vanaf de zijkant, boven of onder geven meer schaduw en dus meer diepte. Stilleven-, product- en landschapsfotografen gebruiken daarom hoekverlichting. Probeer voor een dramatische Hollywood-foto eens je model van de zijkant en van boven te belichten. Je krijgt dan veel schaduwwerking.

9) Belichting van de achterkant

Zeer weinig onderwerpen zijn volledig van achteren verlicht, dat wil zeggen in een zuiver silhouet, waarbij helemaal geen licht van voren valt. Een persoon met zijn rug naar een helder raam zal licht gereflecteerd hebben door een tegenoverliggende muur waarvan het licht op hem weerkaatst. Om toch b.v. gezichtstextuur te zien, zul je de belichting moeten verhogen door b.v. een flitser te gebruiken. Tenzij het je natuurlijk puur om het silhouette gaat.

10) Licht heeft kleur

Dit wordt kleurtemperatuur genoemd en onze oog- / hersencomputer is erg bedreven in het aanpassen van onze waarneming, zodat we het nauwelijks merken. Digitale sensoren en film kunnen echter kleurzwemen opnemen waar onze ogen ze niet zagen. De kleur van het zonlicht in de vroege ochtend en in de late namiddag is warm van toon, terwijl de schaduw in de middag vrij blauwachtig kan zijn. Gloeilampen van wolfraam werpen een heel geel licht. En elk oppervlak waarop het licht weerkaatst, kan zijn kleur toevoegen. Met digitale camera's kun je de witbalansregeling gebruiken om kleurzwemen te neutraliseren of te benadrukken, bijvoorbeeld om een warmere toon aan een landschap of portret toe te voegen.

Wil je meer leren over belichting? Kijk dan naar deze video met een aantal tips of naar deze video die over portretfotografie gaat. Heb jij, net als Zander Proost zo'n gaaf belichte foto gemaakt, zet hem dan in onze gallery en laat ons mee genieten!

afbeelding van Liesbeth Wesdijk

Liesbeth Wesdijk | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Liesbeth