Iets lastiger, maar de moeite waard!

Tips voor het maken van portretten bij nacht

Redactie 83
Portretten maken in de nacht heeft een extra moeilijkheidsgraad, maar het is zeker niet onmogelijk. Met deze tips kom je een heel eind.

Portretfotografie in de nacht draait allemaal om het vinden van het aanwezige licht en een andere mindset qua instellingen.


Zet de automatische stand uit

Als je je camera in de automatische stand gebruikt zie je twee dingen gebeuren. Wanneer de flitser uit is gaat je camera automatisch een lange sluitertijd kiezen om het gebrek aan licht te compenseren. Het gevolg is dat je onscherpe foto's krijgt. Jij beweegt met je camera of je model blijft niet lang genoeg stil staan. Wanneer je dit omdraait en de flitser aan zet, dan kiest de camera een snellere sluitertijd terwijl het onderwerp goed verlicht is door de flitser. Wat je dan ziet is dat de achtergrond zwart is geworden. Beide situaties zijn verre van ideaal en zullen niet zorgen voor het resultaat waar je naar zoekt.


Nachtmodus


Je zou dus zeggen dat je de camera op de handmatige stand moet zetten, maar er is nog een andere mogelijkheid, namelijk het gebruiken van de ingebouwde nachtmodus. Die kun je vaak vinden op je instelwiel of selecteren via je menu. De nachtmodus wordt weergegeven als icoon en dus niet als letter. De nachtmodus zorgt ervoor dat je flits het doet, maar dat je ook langere sluitertijden kunt hanteren.
Een langere sluitertijd betekent dat je camera langer stil moet blijven. Maak dus gebruik van een stevige ondergrond zoals een zak met rijst op een muurtje of met een statief. Wanneer je niet fotografeert met een stabiele ondergrond zal je schimmen zien of strepen van de verlichting in de achtergrond. Dit is niet per sé goed of fout, want ook hier kan je toffe effecten laten zien!

LEES OOK: Budgettip: Je telefoon als ND-filter
 

De handmatige stand


In je eigen tempo en wanneer je er klaar voor bent kan je naar de handmatige stand. Je kunt de foto dan volledig naar eigen hand zetten. Je zult hierbij wel enige kennis nodig hebben van de instellingen en wat ze betekenen en doen. Wanneer je tijdens een feest fotografeert, dan kies je bijvoorbeeld vaak een open diafragma, een sluitertijd van rond de 1/250 en gebruik je een (externe) flitser of een hoge ISO-waarde.


Het belichten van je onderwerp


Als je zelf de volledige controle wilt over het licht, dan kies je licht dat weg staat van je camera. Dat kan een externe flitser zijn die je naast je camera zet. Bij een flitser naast je camera kan je het best een trigger gebruiken om je flitser te bedienen. Dit kan ook continu licht zijn van een studioflitser met softbox of een LED-paneel. Als je dit niet hebt of niet met je mee wilt sjouwen, zoek dan de straatverlichting op. Straatverlichting is vaak voldoende om een mooi portret te maken.


De achtergrond


De achtergrond moet vaak langer belicht worden om zichtbaar te worden op de foto. Je kunt hiervoor een statief gebruiken met de kans op schimmen, maar je kan ook je ISO hoger zetten waardoor de sluitertijd minder lang wordt, maar de achtergrond toch meer belicht. Experimenteer vooral met je ISO en tot hoever je kunt gaan zonder dat je opvallend veel ruis ziet. Ruis is echter niet te voorkomen, maar in de nacht kan de ruis juist dat beetje extra toevoegen.


Het fotograferen


Voordat je gaat fotograferen is het het makkelijkst als je voor jezelf duidelijk hebt hoeveel scherpte je wilt hebben. Een groot diafragma zoals f 2.8 betekent dat de achtergrond onscherp wordt, maar dat betekent ook dat je een kortere sluitertijd kunt gebruiken om de achtergrond te belichten. Bij gebruik van de flitser is de sluitertijd niet belangrijk voor het onderwerp, dus eerst moet de belichting van de flits in orde zijn. Een sluitertijd van vaak 1/200e is maximaal bij het flitsen, de zogenaamde synchronisatietijd van de camera. Als je niet goed kunt scherpstellen op je onderwerp door gebrek aan licht, dan kan je de zaklamp van je telefoon in het gezicht van de persoon houden. Het gezicht wordt dan voldoende verlicht om te kunnen zien op le LCD-scherm en kan je dus handmatig scherpstellen. 
Richt je flits op het onderwerp op een laag vermogen zoals 1/32 of 1/16. Neem een foto en controleer het. Ten eerste: als het onderwerp te licht is, zet dan de flitser uit. Als alternatief, als ze te donker zijn, zet het dan aan. Als het tenslotte nog te helder is bij de laagste flitsinstelling, moet de flitser verder van het onderwerp worden verwijderd. Maak je dus niet druk als het de eerste keer niet lukt.


Ga erop uit!


Deze tips maken geen verschil als je er niet op uit gaat. Laat je niet tegenhouden door het donker en creëer licht als je dat op straat niet kunt vinden.

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie