Maak een cinemagraph

Amy Schutte 206
Cinemagraphs zijn foto’s - stilstaande beelden - waarin bewegende delen zijn aangebracht. Een combinatie van foto en video. Ze zijn er vooral in de vorm van GIF’s , maar kunnen ook in andere video formaten voorkomen. Het zijn eigenlijk een soort animaties, gemaakt van je eigen foto.

Neem bijvoorbeeld een foto van een sneeuwlandschap. Alles is overduidelijk bevroren (ok, hiermee doel ik op de bewegingen) maar je ziet wel sneeuwvlokken vallen. Beweging! Of een foto van een boot waarin je de hekgolf ziet bewegen.

Deze techniek werd in 2011 voor het eerst toegepast door fotografen en kunstenaars Kevin Burg en Jamie Beck. Zij hebben ook de naam ‘cinemagraph’ gelanceerd.

Het verschil met een ‘gewone’ video is dat je als kijker in alles het gevoel hebt dat je naar een foto kijkt. Haren staan stil, bomen bewegen niet. Slechts één onderdeel van de foto bevat een subtiele beweging.

Voor het maken van een cinemagraph heb je een serie foto’s of (nog beter) een foto en een video nodig, gemaakt vanuit exact hetzelfde standpunt. Je hebt dus een statief nodig! Bedenk van tevoren wat je bewegende deel is. Een herhalende beweging werkt fijn, zeker als je met een serie foto’s aan de slag wil. Het subtiele contrast van de herhalende beweging met het bevroren, stilstaande beeld van de foto geeft een sterk effect, zeker als het een GIF wordt die in een loop wordt afgespeeld. Er is speciale software, zoals FlixelPhotos, maar je kunt een cinemagraph ook in Photoshop maken. We leggen het uit.

Zorg dat je uitgangspunt een foto en een video is, vanuit exact hetzelfde perspectief en met dezelfde belichting. Je kunt ook een video gebruiken waarvan je één stil als basisfoto gebruikt, maar dan is de werkwijze aan het begin iets anders (je importeert dan ‘videoframes in lagen en kiest een frame uit).

 

  • Open de foto in Photoshop. Als je nog bewerkingen wil maken, is nu het juiste moment. Ga vervolgens naar het venster ‘tijdlijn’ en open dat.
  • Ga naar laag, videolagen,  nieuwe videolaag. Open nu het filmpje dat bij je foto hoort.
  • Selecteer de achtergrondlaag (de foto). Schaal de foto bij totdat hij even groot is als de videolaag. Crop eventueel, zodat de video en foto laag precies overeenkomen. (Eventueel kun je de dekking van de videolaag verlagen)
  • Bewerk de videolaag, zodat hij qua kleur en contrast overeenkomt met de foto. Dit is belangrijk om het één geheel te maken. Let op met aanpassingslagen, want deze bewerkingen wil je alleen op de videolaag toepassen. De foto had je immers al gedaan.
  • Voeg de bewerkingslagen samen met de videolaag door CTRL+G te gebruiken.
  • Voeg vervolgens een laagmasker toe en vul dit met zwart. Om de delen te selecteren die straks moeten bewegen, neem je een wit penseel. Maak de randen van het penseel zacht. Hiermee schilder je over het deel dat straks moet gaan bewegen.
  • Via het venster tijdlijn (onderaan het scherm) speel je nu de video af. Kijk goed of de lagen mooi over elkaar liggen en het een natuurlijk geheel is met het bewegende deel. Anders pas je de aanpassingslagen of het masker verder aan. Speelt de video niet (goed) af? Dan kun je resolutie veranderen in het instellingenknopje.
  • Kort de video in door een stukje te selecteren dat het beste werkt. Zeker voor een GIF is twee seconden al genoeg.
  • Er zijn allerlei trucjes om de GIF naadloos over te laten lopen, maar je kunt ook goed kijken naar het begin en einde van je filmpje. Anders kun je de videolagen kopiëren, ze iets verschuiven ten opzichte van elkaar en met fade in en fade outs werken.
  • Ben je tevreden? Dan kun je je het project exporteren. Ga naar bestand, exporteren,  opslaan voor web. Zet de ‘herhalingsopties’ op ‘Altijd’, om je animatie doorlopend, in een loop, door te laten spelen. Opslaan en controleren of alles klopt.Speelt de GIF niet af op je computer? Probeer ‘m dan in je browser te slepen.
afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy