Goed licht leren herkennen

Amy Schutte 198
'Fotografie' betekent schilderen met licht. Licht is dus het allerbelangrijkste voor een fotograaf. Je weet vast dat het licht helemaal aan het begin en helemaal aan het einde van de dag het mooist is. En dat het op het midden van de dag het hardst is. Maar er zijn heel veel dingen die je kunt leren over licht.

Schaduw

Veel mensen denken dat een zonnige dag perfect is voor fotografie. Maar het geeft juist hele harde schaduwen. Zeker voor het fotograferen van mensen is het vaak veel mooier als het een beetje bewolkt is. De wolken fungeren dan als een natuurlijke softbox, waardoor het licht veel zachter is. Natuurlijk kun je wel foto’s maken met een fel zonnetje. Zet je onderwerp dan in de schaduw neer. Een afdakje is daar perfect geschikt voor.

Overal bewust naar het licht kijken

Als je vaker fotografeert, is het een goed idee om je eens bewuster te worden van het licht op je heen. De tl-balken op kantoor zorgen er vaak niet voor dat je er op je allerbest uit ziet. Maar bij de schoonheidssalon zie je er vaak heel prima uit. Probeer te herkennen wat de effecten zijn van verschillend licht. Ook op momenten die niets met fotografie te maken hebben kun je om je heen kijken naar het licht. In de rij bij de kassa of in de wachtkamer bij de tandarts, kun je zoeken naar plekken waar jij een mooie foto zou kunnen maken.

Licht ten opzichte van onderwerp

Soms kan het licht er heel anders uitzien als je de hoek en afstand verandert. Het lelijke tl-licht werkt misschien prima als je je onderwerp op de grond laat liggen en zelf vanaf een trapleer fotografeert. Kijk wat je met het beschikbare licht zou kunnen doen om het misschien wel werkbaar te maken.

Begrijp licht

Licht heeft een aantal eigenschappen die goed zijn om te begrijpen.

  • Licht gaat altijd in een rechte lijn. Schaduwen vallen dus ook altijd in een rechte lijn vanaf de lichtbron.
  • De invalshoek is gelijk aan de reflectiehoek. Zie het als een tennisbal die je tegen de muur kaatst; die kaatst in dezelfde hoek terug. Je weet dus precies waar je een reflectiescherm moet houden om het licht op je onderwerp te laten schijnen.
  • Licht neemt de kleur aan van wat het raakt. Als je een flitser laat weerkaatsen op een blauw plafond, worden je foto’s blauwig en kan je model een ongezonde tint krijgen. Reflecteer je op een houten vloer, dan wordt het onderwerp warmer van kleur.
  • De grootte van de lichtbron in verhouding tot het onderwerp bepaalt de zachtheid van het licht. Zacht licht zorgt voor mooie, flatterende portretten, dus daarvoor wil je een zo groot mogelijk licht voor gebruiken. Softboxen vergroten een kleine lichtbron tot een groter oppervlakte. Het is wel relatief, want de zon is de allergrootste lichtbron maar toch kan die voor harde schaduwen zorgen. Dat komt doordat de afstand zo groot is, dat de zon toch een relatief kleine lichtbron wordt.
  • De omgekeerde kwadratenwet. Die zegt dat wanneer de de afstand van een onderwerp tot de lichtbron twee keer zo groot maakt, je de intensiteit van het licht door vier moet delen. Belicht je dus twee mensen van één kant en staat de één twee keer zo ver weg? Dan vangt hij of zij dus vier keer minder zoveel licht dan degene die het dichtst bij staat.

Zelf licht maken

Wanneer je deze principes begrijpt, kun je herkennen waar en wanneer je mooi licht hebt om een foto te maken. Maar je kunt ook zelf licht opstellen, bijvoorbeeld in de studio of thuis. Nu snap je wat er gebeurt als je het licht verder weg zet, of een softbox op je flitser gebruikt en kun je dus aan de slag met het mooi uitlichten van je onderwerp.

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy