De grootste misverstanden in de fotografie

Geert van der Klugt 136
Binnen de fotografie zijn veel misverstanden te vinden. Iedereen kent er wel een. Niet tegen het licht in fotograferen, je voeten zijn de beste zoom... We zetten er een aantal voor je op een rij.

Techniek is niet belangrijk, want ik fotografeer op mijn gevoel.

Dit is een van de grootste misverstanden die er bestaan in de fotografie. Fotografie is niet als koken, waar je op je gevoel ingrediënten en specerijen kunt toevoegen. Natuurlijk heb je je gevoel nodig wanneer je een foto maakt, maar juist wanneer je de techniek beheerst kun je de vrije ruimte geven aan je gevoel. Ben je niet geïnteresseerd in techniek? Dat geeft niet, we zijn heel vaak niet geïnteresseerd in zaken waar we later veel plezier van hebben, zoals de verkeersregels, of Franse grammatica. Als je te veel in techniek geïnteresseerd bent, is dat zelfs een valkuil: dan kom je te weinig aan je beeldgevoel toe omdat je te veel bezig bent met je apparatuur. Maar ben je alleen bezig met je gevoel, dan doe je het ook niet goed. 

Je kunt uiteraard proberen te ontkennen dat de techniek er is. Maar dat is net zoiets als ontkennen dat de zwaartekracht er is, vroeg of laat val je dan op je snufferd. Je kunt het diafragma en de sluitertijden, de ISO-waarde en de scherpstelling echt niet vanuit je gevoel instellen. Doe je dat wel, dan speel je een gokspelletje: je maakt dan veel minder goede foto’s dan je zou kunnen maken. Je gevoel moet je vertellen hoe de foto eruit moet zien, je techniek moet ervoor zorgen dat die foto er ook echt zo uit gaat zien. Doe je maar wat, dan mislukt een deel van je foto’s en worden álle foto’s minder scherp, hebben meer ruis, minder kleur en te weinig of te veel contrast zonder dat je begrijpt waarom.

Een belangrijk deel van je foto’s laat ook helemaal niet zien wat je gevoel je ingeeft, omdat je bijvoorbeeld niet weet welke brandpuntsafstand je moet kiezen of zelfs welk objectief je moet kopen. Je foto’s krijgen dus de kwaliteit van een veel goedkopere camera.
Die techniek is niet zo moeilijk, al lijkt dat in het begin misschien wel zo. Maar zoals bij veel dingen is het na verloop van tijd ineens vanzelfsprekend. Tijd in technische kennis investeren betaalt zich altijd terug. En doe je het goed, dan gaat zowel je techniek als je beeldgevoel erop vooruit, want die twee zijn met elkaar verbonden.

Spotmeting is dé oplossing voor moeilijke belichtingsgevallen. 

Om de belichting op een specifiek punt in het beeld te meten, kan je gebruik maken van spotmeting. Maar bij moeilijke belichtingsgevallen kom je met spotmeting– tenzij je heel veel inzicht hebt in grijswaarden – van de regen in de drup. Spotmeting werkt namelijk vaak absoluut niet wanneer je mikt op een deel van je beeld dat je belangrijk vindt. Het werkt alleen wanneer dat deel een helderheid heeft, overeenkomend met 18-21% grijs en dan ook nog alleen wanneer de rest van het beeld niet extreem licht of donker is. Bij spotmeting kun je wel goede resultaten krijgen wanneer je rekening houdt met de helderheid van datgene wat je meet. Wanneer iemand op een podium staat, die door een spotlicht verlicht wordt en kleding draagt die 21% grijs is, werkt het prima. Is die kleding zwart, dan krijg je te lichte foto’s, bij lichtere kleding juist weer donkere foto’s. Wanneer je de belichting via het gezicht meet van iemand met een niet al te donkere Afrikaanse huid, gaat het goed. Wanneer je het gezicht meet van een gemiddelde Europese huid wordt de foto te donker, tenzij je een belichtingscorrectie van + 1 instelt. Kortom: het kan een goede oplossing zijn, maar alleen als je heel goed weet wat je doet.

LEES OOK: Tegenlicht gebruiken

Full frame is altijd beter want alle pro’s gebruiken het en het heeft een magische extra

Fotografie is gewoon eenvoudige toegepaste natuurkunde. Je kunt dus uitrekenen wanneer full frame voordeel biedt. Full frame heeft bij een sensor van hetzelfde merk gemiddeld één ISO-waarde minder ruis, één diafragmawaarde meer achtergrondonscherpte en één stap meer dynamiek vergeleken met aps-c en twee diafragmawaarden vergeleken met m4/3. Maar aps-c-camera’s, en zeker lichtsterke lenzen zijn vaak goedkoper, dus kun je voor hetzelfde geld lichtsterkere lenzen gebruiken. Er is dus geen algemene stelregel te geven, je moet voor iedere portemonnee, elk foto-onderwerp,  merk en objectief een rekensommetje maken om te zien wat beter is. Met magie heeft het in ieder geval helemaal niets te maken, in veel gevallen is een foto gemaakt met full frame niet te onderscheiden van die gemaakt met aps-c – vooropgesteld dat je aps-c gebruikt met één diafragmawaarde groter en een 1,5 keer kleinere brandpuntsafstand.

Zoomen met je voeten werkt net zo goed als zoomen met je objectief en is goedkoper

Een foto gemaakt met een andere brandpuntsafstand geeft een heel andere beelduitsnede. Kom je dichterbij, dan wordt één deel van de foto wel groter, maar de achtergrond blijft even klein. Kortom, al loop je de zolen van je voeten, dan nog bereik je nooit het effect van een andere brandpuntsafstand.

Je foto’s worden beter als je een professionele standaardzoom koopt

Een professionele standaardzoom biedt vaak alleen voordelen omdat hij lichtsterker is. Gebruik je sowieso alleen de gemiddelde diafragma’s, dan kun je je geld beter investeren in een groothoek of tele(zoom), of in vaste brandpunten (niet-zoom-lenzen).

Met een superzoom heb je bijna altijd de juiste lens op je camera

Met hetzelfde gemak zou je het tegendeel kunnen beweren, want een superzoom is bijna altijd minder goed dan een objectief met een kleiner bereik. Je mist ook bijna altijd lichtsterkte. Kortom; het is een compromis, dat vooral ideaal is voor wie bang is om lezen te wisselen. En we weten: angst is een slechte raadgever.

Later deze week: meer opgelosde misverstanden die jouw helpen beter te fotograveren.

afbeelding van Geert van der Klugt

Geert van der Klugt | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Geert