Basiscursus: Experimenteren met sluitertijden - Deel 3

Julian 2450
Zodra je met de handmatige instellingen van je camera gaat experimenteren gaat er een wereld vol nieuwe mogelijkheden open. Een belangrijke instelling is de sluitertijd. Met behulp van hele lange of juist hele korte sluitertijden kun je bewegingen op bijzondere manieren in beeld brengen. Wij laten je zien hoe en geven je tips voor spectaculaire foto’s.

Welke sluitertijd?

Wil je beweging vastleggen, dan is een zo lang mogelijke sluitertijd niet altijd de beste oplossing. Door een te lange sluitertijd kan de vorm van je onderwerp volledig verloren gaan. In dit voorbeeld willen we de beweging van de blaadjes laten zien, maar zonder dat ze compleet vormloos worden. Welke sluitertijd daarvoor het beste is hangt af van de beweging van het onderwerp en hoever je inzoomt (hoe verder je inzoomt en hoe dichter je bij je onderwerp komt, hoe groter de beweging in beeld wordt gebracht). Voor elke situatie is dat verschillend, dus experimen- teer met diverse sluitertijden en kijk wat het mooiste resultaat oplevert.


Door het kleinst mogelijke diafragma van f/22 en een iso-waarde van 100 in te stellen geeft de camera een sluitertijd van 1/1.6e seconde (0,625s) aan. Er is al een beetje beweging te zien in de blaadjes die wapperen in de wind, maar nog niet genoeg voor het gewenste effect.


We schroeven een ND-filter op de lens om minder licht door te laten. Hier gebruikten we een variabel ND-filter op een gematigde stand, dat levert in dit geval een sluitertijd van drie seconden op. Er is al veel meer beweging in de blaadjes te zien, maar toch zijn de vormen nog te onderscheiden.


Met het ND-filter op de maximale stand springt de sluitertijd naar dertig seconden. De blaadjes zijn nu niet meer te onderscheiden en er ontstaat één grote waas. Dat kan mooi zijn in sommige gevallen, maar hier vinden we de foto met sluitertijd van drie seconden beter gelukt.

Experimenteren

Met lange sluitertijden kun je allerlei leuke trucs uithalen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je een persoon fotografeert die halverwege de opname uit beeld loopt? Om goed te begrijpen hoe dat werkt kun je het beste zelf eens experimenteren. Zet je de camera op dertig seconden, en loop heen en weer door het beeld. Je zal niet zichtbaar op de foto komen. Het klinkt misschien raar, maar probeer het eens! Blijf je wat langer op één plek staan, bijvoorbeeld tien seconden, dan zul je zien dat je als een soort spook in beeld verschijnt. Daar kun je leuk mee experimenteren, je kunt zo jezelf meerdere keren in één foto vastleggen, door op een aantal plaatsen stil te blijven staan.


Door de sluitertijd in te stellen op 25 seconden en halverwege de opname snel van stoel te wisselen kun je personen of voorwerpen twee keer (of vaker) op de foto zetten. Hoe langer je stil blijft zitten op één punt, hoe scherper je in beeld komt.

Lees verder

Klik op onderstaande links voor de overige delen van deze basiscursus.

Basiscursus: Experimenteren met sluitertijden - Deel 1
Basiscursus: Experimenteren met sluitertijden - Deel 2
Basiscursus: Experimenteren met sluitertijden - Deel 4