Compositie maken? Gebruik de checklist!

Amy Schutte 147
Een goede foto hoeft niet perse met de duurste en beste camera gemaakt te zijn. Er zijn fantastische voorbeelden van ijzersterke foto’s die met een mobiele telefoon genomen zijn. Wat maakt dan een foto zo goed?

Natuurlijk moet het licht goed zijn. Zonder goed licht geen mooie foto. Ook een goed onderwerp helpt; een mooi model, mooie straten of kleuren. Maar wat de foto van al dat moois een échte, goede foto maakt, is de compositie.

Het lijkt voor de hand te liggen dat de compositie goed moet zijn. Toch zie je nog al te vaak scheve horizons, terwijl dat één van de basiselementen lijkt waar je als fotograaf op let. Er zijn een aantal ‘regels’ om je te helpen met het maken van een goede compositie. Je kunt e beter handvatten noemen, want natuurlijk zijn er ook fantastische foto’s die al die compositieregels aan de laars gelapt hebben. Maar om mee te beginnen en je compositie in eerste instantie te verbeteren, totdat het een tweede natuur wordt, is een goed idee. Vanuit een sterke basis kun je betere beslissingen maken voor het breken van de regels, en zo een sterke, eigen compositie maken. Maar de basis moet goed zijn! Daarom deze handige checklist.

1. Is de horizon recht?

Scheve horizons zijn slordig en eerlijk gezegd een beetje knullig. Opletten dus! De horizon is ook makkelijk te corrigeren in de nabewerking, zelfs op een telefoon.

2. Is het onderwerp duidelijk?

Voor een goede compositie is er één duidelijk hoofdonderwerp, waar de aandacht direct naartoe gaat. Dat kan ook een groepje zijn bijvoorbeeld een groepje zwanen. Maar, de aandacht dient direct daarheen te gaan, en niet afgeleid te worden door een aantal ganzen die er ook waren en die je in de compositie hebt opgenomen. Kies er, in zo’n geval voor, om deze weg te laten uit de foto of een volledig ondergeschikte rol te geven (door ze bijvoorbeeld onscherp te maken).

3. Zijn de randen leeg?

Dingen die nog half het kader insteken, werken afleidend. Soms kun je ze gebruiken om referentie te geven, bijvoorbeeld door een rotspartij op de voorgrond te plaatsen bij een landschapsfoto. Het geeft de grootte aan. Maar over het algemeen zullen dit soort ‘randelementen’ de blik van de kijker het kader uit leiden, en dat wil je niet. Door ergens anders te gaan staan, kun je dit vaak ondervangen en ofwel gebruik maken van het voorwerp ofwel het voorwerp volledig weglaten.

4. Is er afleiding in de achtergrond?

Hetzelfde geldt voor de achtergrond. Hier wil je geen elementen die afleiden van het hoofdonderwerp, inhoudelijk of qua vorm. Je kent vast wel foto’s waar een persoon een boom uit zijn of haar hoofd heeft groeien. Door je standpunt of hoek te veranderen, kun je dit ondervangen. Of even wachten, bijvoorbeeld in het geval van langsrijdende auto’s of fietsers.

5. En hoe zit het met de voorgrond?

Ook deze moet netjes zijn. Kijk of je troep (zoals ook takken of grote stenen) op kunt ruimen of uit je kader kunt houden.

6. Hoe staan de mensen op je foto?

Hebben ze ledematen op een rare plaats afgehakt door je compositie? Mensen ten voeten uit in beeld maar net afgesneden op de voeten is niet mooi. Afsnijden ter hoogte van de oksels/borst werkt daarentegen meestal prima. Let op dingen die ‘uit de persoon’ lijken te komen. Dat valt tijdens het fotograferen niet altijd op omdat jouw aandacht bij de persoon is, maar dat is juist wat je moet oefenen om compositie te masteren.

7. Oogcontact

Een foto van mensen, maar ook dieren, is veel krachtiger als er oogcontact is met de onderwerpen. Let erop dat dit het geval is bij alle mensen als er sprake is van een groepsfoto. Maak eventueel verschillende foto’s achter elkaar zodat je ze kunt combineren in Photoshop in het geval dat iemand toch zijn ogen dicht had.

8. Hoogte van de camera

Is de hoogte waarop je de foto maakt de ideale hoogte voor de foto? Meestal brengen we automatisch de camera naar ons oog en wordt de foto dus vanaf ooghoogte genomen. Maar misschien is het een goed idee om door je knieën te zakken of juist hoger te gaan staan. Maak de keuze bewust.

9. Focuspunt

Bij mensen of dieren is dit normaal gesproken de ogen. Altijd, tenzij je een ander lichaamsdeel wil benadrukken.

10. Regel van derden

Eén van de meest gebruikte compositieregels is de regel van derden. Hierin verdeel je het canvas denkbeeldig (of op je camera met een raster) in drie delen horizontaal en drie delen vertical. De belangrijke onderwerpen in je foto, zoals de ogen, bevinden zich op het snijvlak van de lijnen.

11. Heb je een idee van de schaal?

Vooral bij landschapsfoto’s of foto’s van sterren raak je eenvoudig de schaal kwijt. Door iets in je foto op te nemen als referentiepunt kun je dat voorkomen. Denk aan een boom, gebouw of rotspartij.

12. Lenskeuze

Heb je de juiste lens om het verhaal van deze foto te vertellen? Zou je met een grotere brandpuntsafstand dichterbij de emotie komen? Of is een wijdere foto juist sterker? Vraag je dat af en wissel eventueel, om de foto’s met elkaar te vergelijken.

13. De kunst van het weglaten

Minder is meer. Dingen weglaten maakt je foto sterker. Veel verschillende dingen maakt je foto onrustig en rommelig.

14. Is je foto (op de juiste plaats) scherp?

Aan onscherpe foto’s kun je niets doen in de nabewerking. Tenzij de onscherpte expres was, is je foto mislukt. Let dus goed op de scherpte en controleer deze regelmatig op je scherm.

Hopelijk heb je hiermee een aantal handvaten om je compositie te perfectioneren. Als het goed is, gaat dit vanzelf instinctief en wordt het een tweede natuur om je kader goed te kiezen. Het is slechts een kwestie van oefenen!

afbeelding van Amy Schutte
Door: Amy Schutte

Amy Schutte | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Amy